Handelingen

Spanbroek, Spanbroekerweg 188 - Bonifatius: verschil tussen versies

Uit Reliwiki

(aanvulling)
(aanvulling)
 
Regel 50: Regel 50:
  
 
==Geschiedenis==
 
==Geschiedenis==
Neogotische kerk met toren. Op de plaats van de [[Spanbroek, Spanbroekerweg 188 - Bonifatius (1851 - 1909)|afgebroken voorganger]] uit 1851.
+
Belangrijke neogotische kerk met toren. Op de plaats van de [[Spanbroek, Spanbroekerweg 188 - Bonifatius (1851 - 1909)|afgebroken voorganger]] uit 1851.
  
 
==Monumentomschrijving Rijksdienst==
 
==Monumentomschrijving Rijksdienst==

Huidige versie van 8 dec 2021 om 09:24


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Bonifatius
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Noord-Holland
Gemeente: Opmeer
Plaats: Spanbroek
Adres: Spanbroekerweg 188
Postcode: 1715GP
Inventarisatienummer: 06100
Jaar ingebruikname: 1909
Architect: Robbers, C.L.M.
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument 510445

Geschiedenis

Belangrijke neogotische kerk met toren. Op de plaats van de afgebroken voorganger uit 1851.

Monumentomschrijving Rijksdienst

Aan St. Bonifatius gewijd Rooms-katholiek KERKGEBOUW, longitudinaal van opzet en in 1909 opgetrokken naar ontwerp van C. Robbers. Het markant gesitueerde object staat ten oosten van de oude kern van Spanbroek aan de zuidzijde van de Spanbroekerweg. Stilistisch kan de kerk worden beschouwd als een voorbeeld van baksteenarchitectuur in neo-gotische stijl.

Omschrijving

Merendeels symmetrisch opgezette driebeukige kruiskerk met vijfzijdig koor aan de zuidzijde en met vierkante toren tegen de noordzijde van het schip. De ingesnoerde torenspits wordt net als de diverse kappen - zoals het samengestelde zadeldak van schip en dwarsbeuk, de lessenaarsdaken boven de zijschepen, de diverse dakkapellen en de overhoekse dakruiter op de viering - bedekt met lei in Maasdekking. De makelaars van de kappen hebben merendeels pirons, de spits en de dakruiter worden bekroond met een Latijns kruis in ijzer.

Het exterieur is voornamelijk opgetrokken in rode baksteen. Op een aantal constructieve punten is hardsteen toegepast terwijl met name in het lijstwerk de rode baksteen wordt afgewisseld door gele baksteen. Het muurwerk van het exterieur wordt verticaal geleed door diverse reeksen van getrapte steunberen, uitgemetselde hoekpartijen en gekoppelde spitsboogvensters. In de toren, het schip en de dwarsbeuk zijn deze vensters respectievelijk per drie en per vijf openingen gekoppeld, waarbij het middelste venster steeds het hoogste is. Het koor heeft per zijde één hoog spitsboogvenster met montanten in hardgebakken rode baksteen. De vensters hebben alle een ijzeren harnas met glas-in-lood. Het glas-in-lood van de drie binnenste traveeën van het koor, van de transepten en van de zijbeuken heeft gebrandschilderde voorstellingen, het overige glas-in-lood is merendeels geometrisch en wordt in de spitsbogen met een floraal motief afgesloten.

De centraal geplaatste toren heeft een ingesnoerde achthoekige spits. De toren bestaat uit drie gestapelde segmenten: het onderste segment met daarin de hoofdingang van de kerk, een middensegment met daarin de eerder genoemde vensters en een bovenste segment met daarin onder meer de galmgaten. Dit bovenste segment is onder de aanzet van de spits uitgemetseld. Dit uitgemetselde muurwerk wordt aan alle vier de zijden door een risalerende geveltop met wolfeind afgesloten. Onder het wolfeind is steeds een uurwerk geplaatst. De toren wordt geflankeerd door traptorens van ongelijke hoogte onder tentdaken. De voorzijden van de zijbeuken met daarin de linker- en rechteringang flankeren op hun beurt de traptorens. Links van de linkeringang bevindt zich een vijfzijdige doopkapel tegen de zijbeuk. De hoofdingang en de beide zij-ingangen hebben eikehouten deuren met smeedijzeren hang- en sluitwerk.

Het schip bestaat vanaf de noordzijde van het schip tot aan het dwarsschip uit drie traveeën, het dwarsschip (westelijk en oostelijk transept) komt in breedte ongeveer overeen met twee traveeën en de ruimte tussen het dwarsschip tot het koor is één travee breed. De transepten hebben een diepte van ruim één travee. Het schip en het dwarsschip hebben evenals de lagere zijbeuken vierdelige kruisribgewelven tussen gordelbogen.

Het interieur is nog vrijwel geheel in het bezit van de oorspronkelijke polychromie. Het in het interieur toegepaste metselwerk van opstand en gewelven is voornamelijk uitgevoerd in gele baksteen. Banden, cordonlijsten gewelfribben zijn gemetseld in rode baksteen, ter decoratie geflankeerd door groengemaakte baksteen. Op een aantal constructieve punten is gebruik gemaakt van natuursteen. Dit alles komt met name tot uiting in de samengestelde pijlers waarop de arcades en de gewelven rusten. De vloer is betegeld met het oorspronkelijke tegelwerk en ook het bankenplan dateert voor het grootste deel uit de bouwtijd. Het kerkinterieur bevat nog vrijwel alle oorspronkelijke kunstwerken en meubilair zoals het hoofdaltaar en de beide zij-altaren, de communiebanken, de preekstoel, het doopvont, sculpturen en beschilderingen, de biechtstoelen en het bankenplan. De beschilderingen zijn ten dele op doek (onderzijde muren, triforium) en op metalen platen (kruisweg) aangebracht. Het houten orgelbalkon heeft paneel-balustrade met daaronder in rood en goud de tekst: ""Laudate Dominum In Chordis Et Organo"".

Waardering

De uit 1909 naar neo-gotisch ontwerp van C. Robbers gebouwde St. Bonifatiuskerk is van algemeen belang wegens cultuur- en architectuurhistorische waarde vanwege de grote gaafheid en oorspronkelijkheid van het exterieur, de compleetheid van het oorspronkelijke interieur en de bijzondere kwaliteit van de voor de kerk vervaardigde kunstwerken. Het kerkgebouw met markante fronttoren heeft daarbij een belangrijke situationele waarde.

Orgel

Het orgel is gebouwd door L. Ypma & Co in 1911. Men maakte gebruik van een oude orgelkas uit ca. 1870 en oudere pijpwerk van een orgel welke gebouwd is door Rütter uit 1868.

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur