Handelingen

Hengelo, O.L. Vrouwestraat 6 - O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand

Uit Reliwiki

Versie door JvN (Overleg | bijdragen) op 1 jan 2017 om 22:09


Algemene gegevens
Naam kerk: O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Overijssel
Gemeente: Hengelo
Plaats: Hengelo
Adres: O.L. Vrouwestraat 6
Postcode:
Inventarisatienummer: 10307
Jaar ingebruikname: 1927
Architect: Riele, W.A.M. te
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument 511473

Geschiedenis

Uiterst belangrijk, overwegend goed behouden, kerkgebouw. Opgericht als derde r.-k. kerk in Hengelo sinds 1853.

Grote (laat)neogotische driebeukige basiliek zonder transept, gedeeltelijk omringd door andere gebouwen. De toren bevindt zich aan de achterzijde van de kerk, boven het priesterkoor. Levendig front met kapellen en aanbouwen, donker interieur door het gebruik van een donkere baksteensoort, overdekt door netgewelven.

Belangrijk werk uit oeuvre Te Riele jaren 1920, kenmerkend voor zijn poging de neogotiek aan te laten sluiten bij enerzijds vernieuwde liturgische wensen en anderzijds de moderne (baksteen)expressionistische bouwkunst van die tijd (zie ook o.a. H. Hart Arnhem, St. Jan de Doper Laren (N.H.), Drievuldigheid Oldenzaal, St. Gertrudis Utrecht, St. Ludgerus Utrecht en St. Joseph Zeist).

Stilistisch ontleend aan onder andere romaanse en vroeggotische bouwkunst Noord-Europa (o.a. Scandinavië, Noord-Duitsland en -Nederland), te herkennen aan baksteengevels en zadeldaken. Gerestaureerd begin jaren 2000, restauratie voltooid 2004.

De twee zijkapellen, die deel uitmaken van de voorgevel, zijn dagelijks geopend: links een Mariakapel met diverse altaren, rechts een Gedachteniskapel. Vanuit beide kapellen, die met metalen hekken zijn afgesloten van de rest van de kerk, is een goede doorkijk mogelijk naar de beide zijbeuken, alsmede naar middenschip en koor.

Monumentomchrijving Rijksdienst

Driebeukige KERK, de O.L. Vrouwekerk, met aan de voorzijde een Mariakapel, ontworpen door W. te Riele Gzn. in 1926. De O.L. Vrouwekerk is een exemplarisch voorbeeld van Wolter te Riele's pogingen een synthese te vinden tussen een basiliek en een centraalbouw. Dit streven had hij gemeen met Joseph Cuypers en Jan Stuyt. De kerk is een basiliek dankzij de plattegrond en indeling, het silhouet wekt de indruk van een centraalbouw. De vormentaal van de basiliek geeft blijk van zowel neo-gotische invloed als kenmerken uit de Delftse School bouwstijl.

De kerk ligt op de hoek van de O.L. Vrouwestraat en de St. Janstraat waar voor de kerk een plein is ontstaan. De met de kerk verbonden pastorie (Z) is voor bescherming van ondergeschikt belang.

Omschrijving

De driebeukige kerk is in rode baksteen opgetrokken onder een zadeldak met rode Hollandse pannen. De middenbeuk wordt aan de achterzijde (O), boven het priesterkoor, afgesloten door een zware vierkante toren. De gevels worden beëindigd door een brede, overstekende goot. De zijbeuken worden aan de achterzijde gesloten door vijfzijdige zijkapellen, het koor door een driezijdige absis. Aan de rechterzijde van de toren is de sacristie gebouwd.

De gevels zijn geleed door keperboog- en spitsboogvensters en spaarvelden onder spitsbogen.

Aan de voorzijde (W) is voor de middenbeuk een portaal met lessenaardak tussen twee hoektorentjes onder zadeldaken geplaatst, met daarin een entree. De gevel is geleed door een waterlijst, waarboven spaarvelden en een topgeveltje met een rond venster. Links van de entree is een octogonale Mariakapel uitgebouwd met een afzonderlijke toegang.

De voorgevels van de drie beuken (boven en opzij van het portaal) zijn geleed door spaarvelden, waterlijsten en drie boven de daklijst stekende pilasters. De zijgevels zijn zes traveeën breed met afwisselend hoge en lage steunberen. Tussen de steunberen keperboogvensters met glas-in-lood binnen spitsboog overspanningen, die overgaan in de lage steunberen.

De lisenen op de hoeken van de toren eindigen in hoektorentjes met een lessenaardak. Daartussen zijn spaarvelden en spitsboogvensters geplaatst met vorktraceringen. De toren wordt afgedekt door twee elkaar kruisende zadeldaken, waarop een overhoeks geplaatste dakruiter gedekt met daktegels. Het interieur is geheel uitgevoerd in schoon metselwerk. Tussen de drie beuken zijn zes rechthoekige kolommen geplaatst, die de in rode baksteen uitgevoerde netgewelven met bruin gemetselde ribben en spitse muraal- en scheibogen dragen. Boven de ingangspartij een balkon met gemetselde balustrade op een uitkragend segmentboogfries. Op het verhoogde priesterkoor en in de beide zijkapellen bevinden zich zandstenen altaren.

Verder zijn onder meer bewaard gebleven: de zwart-rode tegelvloer, het bankenplan en de banken, de gebeeldhouwde kruiswegstaties in keperboogvormige houten lijsten, zandstenen beelden onder baldakijnen bevestigd aan de kolommen en in de absis en de in de muur gebouwde biechtstoelen achter houten deuren met glas.

De Mariakapel wordt door smeedijzeren hekken gescheiden van de kerk, erin staat een Mariabeeld en in drie nissen bevinden zich nog andere beelden en ikonen.

In de gedachtenisruimte in de zuidwesthoek van de kerk zijn in de ribben en wand decoraties in goudverf aangebracht.

Waardering

De kerk is van cultuur-, architectuurhistorisch en stedenbouwkundig belang:

  • als exponent van de bouwexplosie van katholieke kerken en pastorieën na het herstel van de Bisschoppelijke hiërarchie in 1853, die vooral in Twente decennia lang merkbaar was.
  • vanwege de vermenging van neo-gotiek en Delftse school bouwstijl
  • vanwege de gaafheid van in- en exterieur
  • vanwege de beeldbepalende ligging van de kerk

Orgel

Links in het koor een orgel.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur