Handelingen

Groningen, Haddingestraat 23 - Evangelisch-Lutherse Kerk

Uit Reliwiki

Versie door Cube (Overleg | bijdragen) op 15 apr 2011 om 10:29


Algemene gegevens
Genootschap : PKN Evangelisch Lutherse kerk
Gemeente : Groningen
Plaats : Groningen
Adres : Haddingestraat 23
Provincie : Groningen
Jaar ingebruikname : 1696
Huidige bestemming: kerk
Naam kerk : Evangelisch-Lutherse Kerk
Architect :
Monument-status: Rijksmonument
inventarisatie nummer


Geschiedenis

Voormalige schuilkerk, nu ook Cultureel Centrum, met o.a. soms exposities.

Evangelisch-Luthers Kerkgebouw. In neo-gotiserende stijl opgetrokken voorbouw uit 1874 voor de laat 17e (1696) eeuwse zaalkerk met galerij aan drie zijden. De kerk bezit een rijk gesneden preekstoel 1696 met achterschot en klankbord. Orgel van Van Oeckelen, gemaakt in 1896.

Interieur

Het kerkgebouw is een zaalkerk met aan drie zijden tribunes. Vier toscaanse kolommen dragen het houten tongewelf. Oorspronkelijk was de vloer deels met zerken bedekt. Pas in 1832 is er een houten vloer overheen gelegd, die later verscheidene keren is vernieuwd. Bij de recente restauratie is het podium verbreed voor de liturgie en de concerten. Een deel van de kerkbanken is vervangen door modern (en comfortabeler) meubilair.

De preekstoel is ontworpen door de schrijnwerker en stadsbouwmeester Allert Meijer (1654-1723). Het snijwerk is van Jan de Rijk (1661- ca.1738). De preekstoel heeft een zeshoekige kuip met korinthische hoekkolommen en panelen met zinnebeeldige voorstellingen.

Ter gelegenheid van het vierde eeuwfeest van de Reformatie zijn de twee ramen aan weerszijden van de preekstoel geplaatst. Zij werden vervaardigd in de ateliers van Koelewijn en Van der Ent in Amsterdam. Op het raam links verkondigt Jezus één van de zaligsprekingen (Mattheus 5,8) aan zijn discipelen. Op het raam rechts spreekt Luther op de rijksdag van Worms (1521 ) de beroemde woorden : “Hier sta ik, ik kan niet anders. God helpe mij”.

Het raam in het ronde venster van de oostgevel dateert uit 1920. Het centrale motief is het wapen van Luther: een witte roos met een rood hart en daarin een kruis.

De drie ramen aan de noordzijde zijn in 1946 ter gelegenheid van het 250-jarig bestaan van het kerkgebouw ontworpen door H.N.G. ten Hoopen naar aanwijzingen van ds. J.C. Munter en uitgevoerd in de ateliers van Koster te Groningen. Zij stellen van links naar rechts het Geloof, de Liefde en de Hoop voor. De Liefde staat tussen het Geloof en de Hoop in, want zij is “de meeste van deze” (I Corinthiërs 13,13). Op het eerste raam is het Geloof voorgesteld door een kruis en een gekroonde adelaar. Eronder overwint de aartsengel Michael, gezeten op een eenhoorn, symbool van de reinheid, een draak (de duivel). De tekst is genomen uit de eerste brief van Johannes (5,4): “en dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft: ons geloof”. In het tweede raam is de Liefde voorgesteld door een brandend hart en de “ware wijnstok” (Johannes 15,1). Onderin ziet men Erasmus, de grote humanist uit Rotterdam (1467-1536), en het wapen van die stad. De tekst is Johannes 15,10: “Wanneer gij mijn geboden bewaart, zult gij in mijn liefde blijven”. Op het derde raam is de Hoop verbeeld door een anker en de vogel phoenix, die herboren uit de vlammen opstijgt. Onderin omarmen de Vrede en de Gerechtigheid elkaar. Rechts zonnestralen met bloemen en vogels en onderin een hoorn des overvloeds. De brandende stad op de achtergrond verwijst naar de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. De tekst is een combinatie van verzen uit twee Psalmen (72,3 en 85,11): “Dat de bergen den volke vrede brengen, de heuvelen gerechtigheid en zij elkander kussen”.

De beroemde orgelbouwer Albertus Anthoni Hinsz (1704-1785) is in de kerk begraven. De voetstappen van Arp Schnitger liggen in de kerk, evenals die van zijn zoon en klein zoon: Frans Caspar.

Orgel

Het oorspronkelijke Schnitger/Radeker & Garrels/Freytag orgel, dat in de 18de en 19de eeuw al herhaaldelijk moest worden “gerepareerd”, werd in 1896 (twee eeuwen na de inwijding van de kerk) vervangen door een instrument vervaardigd door de firma Van Oeckelen en Zonen (Cornelis Aldegundis (1829-1905) en Antonius (1839-1918).

In 1883 denkt men al aan die vervanging, er komt een orgelfonds. Er is overleg met de orgelmakers Van Oeckelen en met J.F. Witte van de firma Bätz & Co te Utrecht. De kerkenraad stuurt zelfs een delegatie, waartoe ook de toenmalig organist P.H. De Groot behoort, richting Utrecht. In Utrecht bezoekt men onder andere het Witte-orgel van de Lutherse kerk aldaar. De Groot en de secretaris achten dit orgel te klein is: de secretaris acht het “te kinderachtig en niet krachtig genoeg”. Op 9 december 1895 besluit men de opdracht aan Van Oeckelen te verlenen.

Op 13 oktober 1896 staat het orgel gereed in de werkplaats; de heren K.P. Steenhuis (organist Nieuwe kerk) en P.H. de Groot gaan het orgel daar bespelen. Over de plaats van het instrument in de kerk is nog gediscussieerd: Van Oeckelen stelde voor om de gaanderij met balustrades vóór het orgel te doen vervallen, waardoor het orgel mooier zou uitkomen. Echter de kerkenraad besloot anders; voor het orgel diende het pas opgerichte koor te zingen. En zo geschiedde; het orgel werd geplaatst in een tweede (schijn-)balustrade achter het koor. Overigens is het aardig te vermelden dat het Schnitgerorgel hoogstwaarschijnlijk ook achter de balustrade aan de westzijde heeft gestaan. Tijdens de viering van het 400-jarig geboortefeest van Luther (11 november 1883) wordt melding gemaakt van “eene versiering van groen loof met toepasselijke inscripties” langs de balustrade vóór het orgel.

Op de tweehonderdste verjaardag van de kerk (29 november 1896) werd het nieuwe orgel voor het eerst in de kerk bespeeld, in zes weken tijd werd het oude orgel afgebroken en het nieuwe geplaatst. Het orgel kreeg 22 registers verdeeld over hoofdwerk, bovenwerk en (vrij) pedaal en kenmerkt zich door een aantal expressieve registers die aansluiten bij de romantische stijl. Toch is het orgel als geheel meer te plaatsen in de klassiek-romantische hoek. Het fraaie front is opvallend barok van architectuur. In de stad Groningen is dit het eerste klassiek-romantische instrument dat weer in oorspronkelijke staat is hersteld. Bij de restauratie is gekozen is voor een terughoudend intonatieproces, waarbij veel respect werd getoond voor de bestaande nog aanwezige intonatie. Wat van het pijpwerk nieuw bijgemaakt is, is zorgvuldig vergeleken met bestaand materiaal zoals dat te vinden is in de Hervormde kerk van Niekerk (Oldekerk) en de Remonstrantse kerk Groningen. Na 10 jaar restauratie is 3 september 2004 het grote orgel van de ELK aan de Haddingerstraat weer in gebruik genomen. Het is in 1896 gebouwd door de firma P. van Oeckelen & Zonen. In de loop van de jaren is er wel wat aan het orgel veranderd, maar de firma Mense Ruiter orgelmakers BV heeft het teruggerestaureerd naar de oorspronkelijke situatie van 1896. In 1733 is voor de ELK een fraaie messing kroonluchter ontworpen en gemaakt door Jan Borchardt. Er waren veel rijke versieringen. Het stadswapen van Groningen was er op aangebracht. En de bekroning vormde de stadhouderlijke kroon van Prins Friso, de latere stadhouder Willem IV. Begin 19de eeuw is de kroonluchter verkocht omdat men geld nodig had voor de restauratie van de kerk. Na omzwervingen, o.a. in de Verenigde Staten, is de kroon via de Kunst-Rai weer in Nederland terecht gekomen. De kerk wil de kroonluchter terugkopen maar geschat wordt dat dit enkele honderdduizenden euro’s zal gaan kosten. En hoe krijg je zo’n bedrag bij elkaar? (53-05/56-06)



Algemene gegevens
Genootschap : Evangelisch Lutherse Kerk
Gemeente : Groningen
Plaats : Groningen
Adres : Haddingestraat 21
Provincie : Groningen
Jaar ingebruikname : 1925
Huidige bestemming: kerk
Naam kerk : Lutherzaal
Architect : Kazemier en Tonkens
Monument-status:
Sonneveld ID: 14722

Geschiedenis lokaal Vrije Luth. Ver., vm schuilkerk 1694

Dit is een (architectonisch heel interessante) bijzaal van, haaks achter, de Evangelisch-Lutherse kerk aan de Haddingestraat, in gebruik voor diverse niet-liturgische activiteiten.

Afbeeldingen

Exterieur