Handelingen

Delft, Hugo de Grootstraat - Westerkerk

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Westerkerk
Genootschap: Gereformeerde Kerken in Nederland
Provincie: Zuid-Holland
Gemeente: Delft
Plaats: Delft
Adres: Hugo de Grootstraat
Postcode:
Inventarisatienummer:
Jaar ingebruikname: 1924
Architect: Kuipers, Tj.
Huidige bestemming: gesloopt

Geschiedenis

Gebouwd in 1923-1924 als nieuwe gereformeerde kerk in de westelijke uitbreiding van Delft. Typerend later werk van de belangrijke gereformeerde architect en kerkenbouwer Tj. Kuipers (1857-1942), in een sobere, zakelijk-expressionistische stijl.

Zeer grote zaalkerk op trapeziumvormige plattegrond met galerijen en terzijde staande, hoge toren. Zowel de toren als de dwarsbeuken stonden diagonaal ten opzichte van de lengteas, waardoor inwendig een waaiervormig bankenplan ontstond. Dit voldeed aan de richtlijnen van de gereformeerde liturgie. De kansel bevond zich in een schelpvormige nis, wat typerend in het oeuvre van Tj. Kuipers was.

Als gevolg van teruglopend kerkbezoek werd de kerk gesloopt in 1981 en daarna vervangen door woningen met kleinere kerkzaal ter plaatse.

Zoals op twee (matige) foto's hieronder is te zien, was al eerder (wanneer?) het bovenste deel van de hoge toren verwijderd.


In de media

Uit Het Vaderland, 14 Augustus 1924.

Uit Delft schrijft men ons:

De thans nagenoeg voltooide derde Gereformeerde kerk, gebouwd aan de Hugo de Grootstraat, zal plaats bieden aan ongeveer 1180 personen. Het complex bestaat uit kerkgebouw met toren, consistorie, kosterswoning en vergaderzaal. De slanke toren, waarvan de spitshoogte pl.m. 47 M. boven den weg is, is van verre zichtbaar. De kerk is in opzet afwijkend van tot nu gebouwde, speciaal in plattegrond. De hoofdgedachte van den kruisvorm is aangehouden, evenwel staan de zijbeuken niet meer onder een hoek van 90 gr. op de hoofdas van de kerk, doch zijn meer gericht naar het spreekgestoelte.

Het gebouw is opgetrokken van genuanceerd gele Limburgsche baksteen, op donkerkleurig plint, met alleen topgevel afdekkingen en een paar banden boven ingangen van zandsteen, terwijl het hoogopgaande dak, rustend op betrekkelijk lage muren, met Engelsche leien is gedekt.

Alle lijnen zijn zeer eenvoudig gehouden, de inwendige hoeken van het gebouw aan den voorkant zijn gevuld met halfrond uitgebouwde zijingangen, terwijl de hoofdingang in 't midden van den voorgevel ook als uitbouw is gemaakt. Rechts achter het kerkgebouw liggen de consistorie- en vergaderzaal, waarboven de kosterswoning is gebouwd. Tusschen de genoemde zalen en de kerk zijn de toiletten gemaakt. Onder de gang aan de achterzijde van het gebouw is de verwarmingskelder gelegen, vanwaar uit twee ketels de stoom gevoerd wordt naar de radiatoren.

De kerk kan zoo noodig spoedig worden ontruimd, doordat aan alle hoeken uitgangen zijn gemaakt, terwijl in den toren op den beganen grond een aparte brandleiding is gelegd. De toren en de kerk worden verder van bliksemafleiders voorzien.

In de kerk valt het eigen karakter dadelijk op. Vier zware granietkolommen dragen hier de galerijen met de opgaande muren en verder de kap, welke de kerkruimte overwelft in puntboogvorm, met geknikte vlakken en van binnen bestaat uit spanten met tusschengordingen (als vakwerk) met vullingen van berkenhout. De muurvlakken zijn in lichtgele tint geschuurd, met enkele schoongemetselde banden van gele steen onder raampartijen en boven de banken. De hoofdramen zijn samengesteld elk uit vijf lange smalle lichtopeningen naast elkaar, waarin de glas in loodruiten zijn geplaatst, uitgevoerd door het atelier 't Prinsenhof van Ir. Schouten te Delft. De uitvoering van deze ramen past geheel aan bij het gebouw, is eenvoudig en toch bekorend door de mooie kleuren. Voor in de kerk op een podium 0.50 M. boven den kerkvloer bevindt zich spreekgestoelte met kerkeraadsbanken. Dit spreekgestoelte rust op marmeren onderstuk en wordt verder in eikenhout uitgevoerd, de verdere meubileering hoofdzakelijk in geverfd vurenhout, is geleverd door de firma Ouwerling te Delft.

Boven het spreekgestoelte is de orgelgalerij, 6.60 M. boven den kerkvloer. Met de opstelling van het orgel is thans begonnen, de uitvoering daarvan is ook in blank eikenhout.

De galerijbalustraden zijn uitgevoerd in gewapend beton, met eenvoudig profiel, afgewerkt als de muurvlakken in lichtgele tint, en afgedekt met marmer strook.

De ventilatie heeft plaats door klapramen in de buitenmuren, door luchtroosters en verder door de luchtkap gewerkt in het kruis van dc binnenkap. welke ligt op 16.60 M. boven den vloer der kerk. De verlichting heeft plaats door een groote electrische kroon in 't midden van de kerk; drie kleinere kroonlichten boven de galerijen en verder door 4 wandarmen en plafonières; uitvoering in half blank ijzerwerk. Een hek van gemetselde pijlers met daartusschen ijzeren vakwerken en vijf draaibare gedeelten sluiten het geheel af van den openbaren weg. De toren zal voorloopig nog niet van een uurwerk met luidklok worden voorzien om redenen van financieelen aard. Half juni 1923 werd met den bouw beginnen en in den loop der volgende maand hoopt men gereed te zijn. Tijdens den bouw is eenigen tegenspoed ondervonden door den strengen winter. De oplevering van het werk is daardoor bijna drie maanden vertraagd. De kerk is gebouwd naar een ontwerp van den architect Tjeerd Kuipers te Amsterdam. Aannemer was de heer van Genderen te Amersfoort.

Afbeeldingen