Handelingen

Bussum, Brinklaan 40a - O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand (Mariakerk): verschil tussen versies

Uit Reliwiki

Regel 46: Regel 46:
  
 
==Geschiedenis==
 
==Geschiedenis==
 
 
Bijnamen van deze kerk zijn zowel "Koepelkerk" als "Mariakerk".  
 
Bijnamen van deze kerk zijn zowel "Koepelkerk" als "Mariakerk".  
  
Inleiding
+
; Inleiding
  
 
Rooms-katholieke KERK Onze Lieve Vrouwe van Altijddurende Bijstand, gebouwd in neo-romaanse bouwtrant in 1920-1921 naar het ontwerp van Joseph Cuypers met medewerking van Pierre Cuypers jr. De kerk is terugliggend en beeldbepalend gelegen aan de westzijde van de Brinklaan te Bussum. Het plein wordt aan de zuidzijde afgesloten door de pastorie, in 1925-1926 gebouwd naar het ontwerp van N. Rigter en Van Bronkhorst en aan de noordzijde door de voormalige rooms-katholieke meisjesschool, in 1928 gebouwd naar het ontwerp van N. Rigter. De pastorie is door middel van een gang aan de zuidoostzijde met de kerk verbonden.
 
Rooms-katholieke KERK Onze Lieve Vrouwe van Altijddurende Bijstand, gebouwd in neo-romaanse bouwtrant in 1920-1921 naar het ontwerp van Joseph Cuypers met medewerking van Pierre Cuypers jr. De kerk is terugliggend en beeldbepalend gelegen aan de westzijde van de Brinklaan te Bussum. Het plein wordt aan de zuidzijde afgesloten door de pastorie, in 1925-1926 gebouwd naar het ontwerp van N. Rigter en Van Bronkhorst en aan de noordzijde door de voormalige rooms-katholieke meisjesschool, in 1928 gebouwd naar het ontwerp van N. Rigter. De pastorie is door middel van een gang aan de zuidoostzijde met de kerk verbonden.
Regel 55: Regel 54:
 
N.B. De sacristie in de zuidwesthoek werd in 1968 uitgebreid (het oorspronkelijke deel onderscheidt zich door glas-in-loodramen).
 
N.B. De sacristie in de zuidwesthoek werd in 1968 uitgebreid (het oorspronkelijke deel onderscheidt zich door glas-in-loodramen).
  
Omschrijving
+
; Omschrijving
  
 
De kerk is een centraalbouw, met een veelhoekige flauwgebogen koepel op schijntamboer, bekroond door een lantaarn. De rechthoekige, vooruitspringende ingangspartij aan de centrale ruimte wordt aan de zijgevels herhaald, terwijl zich aan de westzijde een veelhoekig gesloten koor bevindt. De kerk is opgetrokken uit bruine baksteen waarbij rijkelijk gebruik is gemaakt van decoratieve metselverbanden, zowel in het interieur als aan het exterieur. De dakvlakken zijn gedekt met rode Hollandse pannen. De gootlijsten rusten op gesneden consoles. De vensters bevatten gekleurde glas-in-loodramen. Tegen de koepel liggen op de vier hoeken tussen de armen en het koor halve tentdaken die de overgang van het vierkante grondvlak naar de veelhoek van de buitenkoepel maken. In de vlakken van de koepelonderbouw zijn driedelige rondboogvensters geplaatst. Langs de daklijst lopen decoratieve bakstenen banden. De lantaarn bestaat uit een lage zone met raampjes rondom en een stompe veelhoekige spits met kruis op de top.
 
De kerk is een centraalbouw, met een veelhoekige flauwgebogen koepel op schijntamboer, bekroond door een lantaarn. De rechthoekige, vooruitspringende ingangspartij aan de centrale ruimte wordt aan de zijgevels herhaald, terwijl zich aan de westzijde een veelhoekig gesloten koor bevindt. De kerk is opgetrokken uit bruine baksteen waarbij rijkelijk gebruik is gemaakt van decoratieve metselverbanden, zowel in het interieur als aan het exterieur. De dakvlakken zijn gedekt met rode Hollandse pannen. De gootlijsten rusten op gesneden consoles. De vensters bevatten gekleurde glas-in-loodramen. Tegen de koepel liggen op de vier hoeken tussen de armen en het koor halve tentdaken die de overgang van het vierkante grondvlak naar de veelhoek van de buitenkoepel maken. In de vlakken van de koepelonderbouw zijn driedelige rondboogvensters geplaatst. Langs de daklijst lopen decoratieve bakstenen banden. De lantaarn bestaat uit een lage zone met raampjes rondom en een stompe veelhoekige spits met kruis op de top.
Regel 66: Regel 65:
  
 
De achtergevel (W) bevat in het midden het veelhoekige koor met abside onder opgaande dakschilden. De boognissen in het interieur worden in het metselwerk zichtbaar gemaakt. Boven vijf velden bevinden zich driedelige rondboogvensters. In de gevels van de sacristie smalle rechthoekige vensters. De hoeken tussen de abside en de rechthoekige volumes zijn opgevuld met lage aanbouwen, aan de rechterzijde oorspronkelijk met vier smalle rechthoekige vensters, aan de linkerzijde met een deur, bereikbaar via enkele bakstenen treden.
 
De achtergevel (W) bevat in het midden het veelhoekige koor met abside onder opgaande dakschilden. De boognissen in het interieur worden in het metselwerk zichtbaar gemaakt. Boven vijf velden bevinden zich driedelige rondboogvensters. In de gevels van de sacristie smalle rechthoekige vensters. De hoeken tussen de abside en de rechthoekige volumes zijn opgevuld met lage aanbouwen, aan de rechterzijde oorspronkelijk met vier smalle rechthoekige vensters, aan de linkerzijde met een deur, bereikbaar via enkele bakstenen treden.
 
  
 
Het INTERIEUR van de kerk bevat een grote achthoekige ruimte waarbij de hoekpijlers de koepel op gemetselde bogen dragen. Deze staan afwisselend op grotere en kleinere afstand van elkaar zodat er vier grote en vier kleine bogen (naar de zijkapellen) ontstaan. Op de vloer liggen in de centrale ruimte natuurstenen platen en in de zijruimten rode zeshoekige plavuizen. Er staan vier bankenblokken met paden ertussen die op het koor en de absiden aanlopen zodat er een axiale ruimtewerking ontstaat. Het koorgedeelte ligt zes treden hoger. De halfronde sluiting bevat negen nissen die beschilderd zijn met onder andere de afbeeldingen van de twaalf apostelen. In de halve koepelvorm erboven is de Onze Lieve Vrouwe van Altijddurende Bijstand afgebeeld. De schilderingen zijn in 1950 door de Benedictijner monnik François Mes vervaardigd. De vier absiden waarvan de linker naast het koor recht gesloten is vanwege de achterliggende sacristie, waren oorspronkelijk beschilderd maar nu witgepleisterd. Aan de oostkant bevindt zich de orgelgalerij, waarachter zich de vijf rondboogvensters bevinden. Rondom loopt de kruiswegstatie in veertien zandstenen reliëfs, in oorsprong vervaardigd door Mari Andriessen voor de Heilig Hartkerk te Bussum. De biechtstoelen bevinden zich aan de noord- en zuidzijde waarboven schilderingen van de monnik Mes. De koepel bevat een  meloenvormig gewelf dat uit ribben is opgebouwd met de geboorte op een gemetselde ring beneden de vensters. De druk wordt afgeleid via de pijlers en zijwaarts via de gewelven van de lagere nevenruimten. Vanuit de pijlers waartegen heiligenbeelden zijn aangebracht en vanuit de ongelijke zwikken gaat een twintigtal ribben omhoog, waartussen trogvormige overkluizingen, samenkomend bij de lantaarn. De op de koepel aansluitende ruimten bevatten kruisgraatgewelven en halfkoepels. De bogen zijn in bruine baksteen gemetseld, in de gewelven is een gele en in de vullende muurdelen is een rode klinker toegepast.
 
Het INTERIEUR van de kerk bevat een grote achthoekige ruimte waarbij de hoekpijlers de koepel op gemetselde bogen dragen. Deze staan afwisselend op grotere en kleinere afstand van elkaar zodat er vier grote en vier kleine bogen (naar de zijkapellen) ontstaan. Op de vloer liggen in de centrale ruimte natuurstenen platen en in de zijruimten rode zeshoekige plavuizen. Er staan vier bankenblokken met paden ertussen die op het koor en de absiden aanlopen zodat er een axiale ruimtewerking ontstaat. Het koorgedeelte ligt zes treden hoger. De halfronde sluiting bevat negen nissen die beschilderd zijn met onder andere de afbeeldingen van de twaalf apostelen. In de halve koepelvorm erboven is de Onze Lieve Vrouwe van Altijddurende Bijstand afgebeeld. De schilderingen zijn in 1950 door de Benedictijner monnik François Mes vervaardigd. De vier absiden waarvan de linker naast het koor recht gesloten is vanwege de achterliggende sacristie, waren oorspronkelijk beschilderd maar nu witgepleisterd. Aan de oostkant bevindt zich de orgelgalerij, waarachter zich de vijf rondboogvensters bevinden. Rondom loopt de kruiswegstatie in veertien zandstenen reliëfs, in oorsprong vervaardigd door Mari Andriessen voor de Heilig Hartkerk te Bussum. De biechtstoelen bevinden zich aan de noord- en zuidzijde waarboven schilderingen van de monnik Mes. De koepel bevat een  meloenvormig gewelf dat uit ribben is opgebouwd met de geboorte op een gemetselde ring beneden de vensters. De druk wordt afgeleid via de pijlers en zijwaarts via de gewelven van de lagere nevenruimten. Vanuit de pijlers waartegen heiligenbeelden zijn aangebracht en vanuit de ongelijke zwikken gaat een twintigtal ribben omhoog, waartussen trogvormige overkluizingen, samenkomend bij de lantaarn. De op de koepel aansluitende ruimten bevatten kruisgraatgewelven en halfkoepels. De bogen zijn in bruine baksteen gemetseld, in de gewelven is een gele en in de vullende muurdelen is een rode klinker toegepast.
  
Waardering
+
; Waardering
  
 
De rooms-katholieke kerk Onze Lieve Vrouwe van Altijddurende Bijstand met bijbehorend interieur is van algemeen belang wegens cultuur-, kunst- en architectuurhistorische waarde als zeldzaam en gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een centraalbouw, gebouwd in 1920-1921 in neo-romaanse bouwtrant naar het ontwerp van Joseph Cuypers met medewerking van Pierre Cuypers jr. en gedecoreerd conform de midden-20ste eeuwse op traditionele kerkelijke kunst geïnspireerde opvattingen. Daarnaast is de kerk stedebouwkundig van belang vanwege de beeldbepalende situering aan de westzijde van de Brinklaan te Bussum.
 
De rooms-katholieke kerk Onze Lieve Vrouwe van Altijddurende Bijstand met bijbehorend interieur is van algemeen belang wegens cultuur-, kunst- en architectuurhistorische waarde als zeldzaam en gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een centraalbouw, gebouwd in 1920-1921 in neo-romaanse bouwtrant naar het ontwerp van Joseph Cuypers met medewerking van Pierre Cuypers jr. en gedecoreerd conform de midden-20ste eeuwse op traditionele kerkelijke kunst geïnspireerde opvattingen. Daarnaast is de kerk stedebouwkundig van belang vanwege de beeldbepalende situering aan de westzijde van de Brinklaan te Bussum.
  
 +
== In de media ==
 +
; Uit ''Het Centrum'', 22 October 1924.
 +
 +
Gisteren heelt de plechtige consecratie plaats gehad door Z.D.H. Mgr. H. v.d. Wetering van de nieuwe kerk aan de Brinklaan te Bussum, toegewijd aan O.L. Vrouw van Altijddurenden Bijstand. Te hall elf werd de pontificale Hoogmis opgedragen waarbij Z.D.H. werd geassisteerd door mgr. Van Hengel, deken van Hilversum als presbyter assistens, en pastoor J.C. van Schaik, broeder van den pastoor dezer parochie, als troondiaken, terwijl mgr. J.A.S. van Schaik, president van 't seminarie te Culemborg, de feestrede hield. Tot de aanwezige autoriteiten behoorde ook het voltallig college van B. en W. van Bussum benevens de R.K. gemeenteraadsleden. De nieuwe kerk is geheel in baksteen opgetrokken naar de plannen van de architecten ir. Joseph Cuypers en Pierre Cuypers.
  
 
==Afbeeldingen==
 
==Afbeeldingen==
 
+
; Exterieur
exterieur
 
  
 
<gallery>
 
<gallery>
Regel 87: Regel 88:
 
</gallery>
 
</gallery>
  
 
+
; Interieur
interieur
 
  
 
<gallery>
 
<gallery>

Versie van 23 aug 2010 om 11:05


Algemene gegevens
Genootschap : Rooms Katholieke Kerk
Gemeente : Bussum
Plaats : Bussum
Adres : Brinklaan 40
Provincie : Noord-Holland
Jaar ingebruikname : 1921
Huidige bestemming: kerk
Naam kerk : O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand (Mariakerk)
Architect : Cuypers, Joseph en P. Jr.
Monument-status: Rijksmonument
Inventarisatienummer: 00596


Geschiedenis

Bijnamen van deze kerk zijn zowel "Koepelkerk" als "Mariakerk".

Inleiding

Rooms-katholieke KERK Onze Lieve Vrouwe van Altijddurende Bijstand, gebouwd in neo-romaanse bouwtrant in 1920-1921 naar het ontwerp van Joseph Cuypers met medewerking van Pierre Cuypers jr. De kerk is terugliggend en beeldbepalend gelegen aan de westzijde van de Brinklaan te Bussum. Het plein wordt aan de zuidzijde afgesloten door de pastorie, in 1925-1926 gebouwd naar het ontwerp van N. Rigter en Van Bronkhorst en aan de noordzijde door de voormalige rooms-katholieke meisjesschool, in 1928 gebouwd naar het ontwerp van N. Rigter. De pastorie is door middel van een gang aan de zuidoostzijde met de kerk verbonden.

N.B. De sacristie in de zuidwesthoek werd in 1968 uitgebreid (het oorspronkelijke deel onderscheidt zich door glas-in-loodramen).

Omschrijving

De kerk is een centraalbouw, met een veelhoekige flauwgebogen koepel op schijntamboer, bekroond door een lantaarn. De rechthoekige, vooruitspringende ingangspartij aan de centrale ruimte wordt aan de zijgevels herhaald, terwijl zich aan de westzijde een veelhoekig gesloten koor bevindt. De kerk is opgetrokken uit bruine baksteen waarbij rijkelijk gebruik is gemaakt van decoratieve metselverbanden, zowel in het interieur als aan het exterieur. De dakvlakken zijn gedekt met rode Hollandse pannen. De gootlijsten rusten op gesneden consoles. De vensters bevatten gekleurde glas-in-loodramen. Tegen de koepel liggen op de vier hoeken tussen de armen en het koor halve tentdaken die de overgang van het vierkante grondvlak naar de veelhoek van de buitenkoepel maken. In de vlakken van de koepelonderbouw zijn driedelige rondboogvensters geplaatst. Langs de daklijst lopen decoratieve bakstenen banden. De lantaarn bestaat uit een lage zone met raampjes rondom en een stompe veelhoekige spits met kruis op de top.

De voorgevel (O) bevat in het midden een risalerend volume waarin deuren in een aediculavormige omlijsting aan twee zijden toegang verlenen tot de portalen. Boven de deuren bevindt zich een halfrond mozaïekveld. Boven de hoofdingang zijn vijf hoge, smalle vensters naast elkaar aangebracht en op de top staat een open bakstenen klokkestoel. De ingangspartij met zadeldak dwars op de weg wordt geflankeerd door twee zijkapellen onder lagere zadeldaken met de noklijn evenwijdig aan de weg. In de gevels zijn steunberen en driedelige rondboogvensters aangebracht. Links van het risalerende volume bevindt zich een kwartronde uitbouw met rondboogvensters in de gevel.

De linker zijgevel (Z) bevat in het midden een risalerende toegangspartij onder zadeldak. De houten deuren onder boogveld in aediculavormige omlijsting geven toegang tot een ruimte onder lessenaarsdak met kleine vensters hoog in de gevel. Boven de toegangsdeur in de voorbouw onder zadeldak zijn drie hoge, smalle vensters naast elkaar aangebracht. Aan de rechterzijde bevindt zich een lessenaarsdak tussen de voorbouw en de zijkapel. De parochiezaal is hier aangebouwd. Aan de linkerzijde bevindt zich de sacristie onder opgaande schilddaken.

De rechter zijgevel (N) bevat een toegangspartij die identiek is uitgevoerd als die aan de zuidzijde. Aan de linkerzijde bevindt zich een overgangsvolume onder lessenaarsdak met een driedelig rondboogvenster in de gevel naar de topgevel van de zijkapel met driedelig rondboogvenster waarboven een groot en twee kleine ronde vensters. Aan de rechterzijde bevindt zich een rechthoekige uitbouw die de overgang vormt naar de vierkante stookruimte met smalle rechthoekige vensters en een in vieren gelede schoorsteen op de hoek. Aan de westzijde bevindt zich een veelhoekige lage uitbouw onder veelhoekige steekkap. Een toegangsdeur is geplaatst in de hoek tussen de volumes.

De achtergevel (W) bevat in het midden het veelhoekige koor met abside onder opgaande dakschilden. De boognissen in het interieur worden in het metselwerk zichtbaar gemaakt. Boven vijf velden bevinden zich driedelige rondboogvensters. In de gevels van de sacristie smalle rechthoekige vensters. De hoeken tussen de abside en de rechthoekige volumes zijn opgevuld met lage aanbouwen, aan de rechterzijde oorspronkelijk met vier smalle rechthoekige vensters, aan de linkerzijde met een deur, bereikbaar via enkele bakstenen treden.

Het INTERIEUR van de kerk bevat een grote achthoekige ruimte waarbij de hoekpijlers de koepel op gemetselde bogen dragen. Deze staan afwisselend op grotere en kleinere afstand van elkaar zodat er vier grote en vier kleine bogen (naar de zijkapellen) ontstaan. Op de vloer liggen in de centrale ruimte natuurstenen platen en in de zijruimten rode zeshoekige plavuizen. Er staan vier bankenblokken met paden ertussen die op het koor en de absiden aanlopen zodat er een axiale ruimtewerking ontstaat. Het koorgedeelte ligt zes treden hoger. De halfronde sluiting bevat negen nissen die beschilderd zijn met onder andere de afbeeldingen van de twaalf apostelen. In de halve koepelvorm erboven is de Onze Lieve Vrouwe van Altijddurende Bijstand afgebeeld. De schilderingen zijn in 1950 door de Benedictijner monnik François Mes vervaardigd. De vier absiden waarvan de linker naast het koor recht gesloten is vanwege de achterliggende sacristie, waren oorspronkelijk beschilderd maar nu witgepleisterd. Aan de oostkant bevindt zich de orgelgalerij, waarachter zich de vijf rondboogvensters bevinden. Rondom loopt de kruiswegstatie in veertien zandstenen reliëfs, in oorsprong vervaardigd door Mari Andriessen voor de Heilig Hartkerk te Bussum. De biechtstoelen bevinden zich aan de noord- en zuidzijde waarboven schilderingen van de monnik Mes. De koepel bevat een meloenvormig gewelf dat uit ribben is opgebouwd met de geboorte op een gemetselde ring beneden de vensters. De druk wordt afgeleid via de pijlers en zijwaarts via de gewelven van de lagere nevenruimten. Vanuit de pijlers waartegen heiligenbeelden zijn aangebracht en vanuit de ongelijke zwikken gaat een twintigtal ribben omhoog, waartussen trogvormige overkluizingen, samenkomend bij de lantaarn. De op de koepel aansluitende ruimten bevatten kruisgraatgewelven en halfkoepels. De bogen zijn in bruine baksteen gemetseld, in de gewelven is een gele en in de vullende muurdelen is een rode klinker toegepast.

Waardering

De rooms-katholieke kerk Onze Lieve Vrouwe van Altijddurende Bijstand met bijbehorend interieur is van algemeen belang wegens cultuur-, kunst- en architectuurhistorische waarde als zeldzaam en gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een centraalbouw, gebouwd in 1920-1921 in neo-romaanse bouwtrant naar het ontwerp van Joseph Cuypers met medewerking van Pierre Cuypers jr. en gedecoreerd conform de midden-20ste eeuwse op traditionele kerkelijke kunst geïnspireerde opvattingen. Daarnaast is de kerk stedebouwkundig van belang vanwege de beeldbepalende situering aan de westzijde van de Brinklaan te Bussum.

In de media

Uit Het Centrum, 22 October 1924.

Gisteren heelt de plechtige consecratie plaats gehad door Z.D.H. Mgr. H. v.d. Wetering van de nieuwe kerk aan de Brinklaan te Bussum, toegewijd aan O.L. Vrouw van Altijddurenden Bijstand. Te hall elf werd de pontificale Hoogmis opgedragen waarbij Z.D.H. werd geassisteerd door mgr. Van Hengel, deken van Hilversum als presbyter assistens, en pastoor J.C. van Schaik, broeder van den pastoor dezer parochie, als troondiaken, terwijl mgr. J.A.S. van Schaik, president van 't seminarie te Culemborg, de feestrede hield. Tot de aanwezige autoriteiten behoorde ook het voltallig college van B. en W. van Bussum benevens de R.K. gemeenteraadsleden. De nieuwe kerk is geheel in baksteen opgetrokken naar de plannen van de architecten ir. Joseph Cuypers en Pierre Cuypers.

Afbeeldingen

Exterieur
Interieur