Handelingen

Tilburg, Goirkestraat 68 - Dionysius (Goirkese Kerk)

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam object: Dionysius (Goirkese Kerk)
Genootschap: Rooms-Katholieke kerk
Provincie: Noord-Brabant
Gemeente: Tilburg
Plaats: Tilburg
Adres: Goirkestraat 68
Postcode: 5046GL
Inventarisatienummer: 08323
Architect: H. Essen, Oisterwijk (1835);
C.H. de Bever, Eindhoven (1938)
Bouwjaar 1835 en 1938
Jaar ingebruikname:
Oorspronkelijke bestemming: Rooms-Katholieke kerk
Huidige bestemming: Rooms-Katholieke kerk
Monument status: Rijksmonument
Monumentenbordje 2014.jpg
521052



Geschiedenis

Tilburg - Sint Dionysius (Goirkese kerk); jk 05-03-2014

Buitengewoon belangrijk monumentaal kerkgebouw met een interessante bouwgeschiedenis.

Sinds 1715 stond op ’t Goirke een schuurkerk, een gebedshuis dat niet als zodanig herkenbaar was. Hier beoefenden de katholieken semi-illegaal hun godsdienst, omdat hun enige kerk in Tilburg (Heikese kerk) door de protestanten was geconfisqueerd.

In 1829 lanceerde het kerkbestuur het plan voor de oprichting van een echte kerk. Vermoedelijk in 1833 was koning Willem I in Tilburg en verleende hij audiëntie aan pastoor Joannes Zwijsen om de kwestie te bespreken. Willem I was terughoudend, maar de ook aanwezige kroonprins (later koning Willem II) haalde hem over om een subsidie van 25.000 gulden te geven. In 1835 werd begonnen met de bouw van de neogotische Sint Dionysiuskerk, een ontwerp van Hendrik Essens. In 1839 werd de kerk geopend en in 1843 door Zwijsen plechtig ingezegend.

Het indrukwekkende interieur, dat aanvankelijk werd ingevuld met stukken uit de schuurkerk, groeide gaandeweg uit tot een waar museum van kerkelijke kunst. Hier bevinden zich vele pronkstukken, zoals een zestiende-eeuws doopvont, de imposante preekstoel (1850), de biechtstoelen (1860-1869), het orgel (1903-1905) en tientallen heiligenbeelden en glas-in-loodramen uit diverse periodes. In twee ramen zijn de eerste Heilige Mis in deze kerk (1841) van Petrus (Peerke) Donders en diens doop in de schuurkerk afgebeeld.

In 1902-1903 werd de voorgevel verbouwd en het torenkoepeltje vervangen door een neogotische spits (in 1967 verwijderd). In 1938 werd begonnen met een totale nieuwbouw van het gebedshuis, uitgevoerd door Kees de Bever. Toen het priesterkoor, de transepten, de sacristie en de massale toren klaar waren, was het schip aan de beurt, maar door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd die verbouwing afgelast. Als geluk bij een ongeluk bleef daardoor een groot deel van het authentieke gebouw bewaard.

De kerk en aangrenzende serene begraafplaats zijn een schitterende eenheid.

  • 2007 In november werd begonnen met een restauratie van het Rijksmonument.
  • 2015 Op 26 september is de kerk na een jarenlange renovatie weer in gebruik genomen.
  • 2018 Sinds deze renovatie is alleen het neogotische schip van de kerk in gebruik voor vieringen. De nieuwere transept- en koorpartij, die wel zijn gerestaureerd, functioneren nu als wandelruimte c.q. uitgebreid "rommelhok".

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

jk 05-03-2014

Inleiding

R.-K. KERK van Sint Dionysius uit 1835/1938. De kerk heeft een schip in neogotische stijl (1835) en een viering, transept en koorpartij (1938) in de traditionalistische trant van Kropholler. Het schip, het oudste deel van de kerk, is het oudste neogotische katholieke kerkgebouw in Nederland. Het is een ontwerp van architect H. Essens (Oisterwijk). De viering, transept, koorpartij, vier kapellen en sacristie zijn een ontwerp van architect C.H. de Bever van het architectenbureau Kooken (Eindhoven) en vervangen de koorsluiting van 1835.

Ter vervanging van een stenen kerk uit 1724, die een lemen schuurkerk uit 1698 verving is op dezelfde plaats deze kerk gebouwd onder toezicht van Rijkswaterstaat. Op 19 mei 1835 wordt de kerk aanbesteed en gegund aan de firma Cornelis de Laat (Gorinchem). De totale bouwkosten bedragen: f 90.036,--. De eerste steen wordt gelegd op 19 augustus 1835, door pastoor W. van der Ven. De inzegening vindt plaats op 10 oktober 1839 door Mgr. H. den Dubbelden, toen nog administrator apostolicus van het voormalig bisdom 's-Hertogenbosch. 1). De inwijding geschiedt op 4 juli 1843 door zijn coadjutor, tevens pastoor van de kerk van het Heike, Mgr. Zwijsen. Door persoonlijke bemiddeling van de prins van Oranje, de latere Willem II, krijgt het kerkbestuur een ruime bouwsubsidie. 2). Essens past de beginselen van de Gotiek toe, zodat men de kerk typeren kan als "Waterstaatsgotiek". In 1903 krijgt de kerk een nieuwe voorgevel, bekroond door een Neo-Gotische spits. Oorspronkelijk bevond zich op de voorgevel een klokkenkamer in de vorm van een peperbus. Tevens kregen de zijbeuken nieuwe lessenaarsdaken. Oorspronkelijk bevonden zich hier schilddaken. In 1937 ontstaat bij het toenmalige kerkbestuur, geleid door pastoor Sprengers, de gedachte een geheel nieuwe kerk te bouwen en wel op dezelfde plaats. Omdat de eredienst gewoon door moest kunnen gaan en waarschijnlijk de financiën onvoldoende waren, zou de nieuwbouw in fasen gerealiseerd moeten worden. De opdracht krijgt C.H. de Bever van het architectenbureau "Kooken" (Eindhoven). De eerste fase is een vergroting van de kerk aan de oostkant met een nieuw koor, zijkapellen met altaren, transept en een sacristie. Juist voor het honderdjarige bestaan van de kerk, in 1938, wordt deze nieuwbouw gerealiseerd. De eindconceptie, zoals die na de tweede fase (de vervanging van het schip) bereikt zou worden is door allerlei omstandigheden niet uitgevoerd. Zo vormt de nieuwbouw (eerste fase) nu samen met de oude kerk een geheel van een opvallende kwaliteit. Bij de restauratie van 1966 is de spits op de voorgevel van 1903 weer verwijderd.

Omschrijving

De driebeukige kerk heeft een basilikale opbouw. Ze is georiënteerd. Het schip ligt onder een zadeldak met een tuitgevel aan de straat voorzien van een oplopend spitsboogfries. De zijbeuken hebben een lessenaarsdak met een rechtgesloten spitsboogfries aan de straat. Schip en beuken zijn zeven traveeën diep, voorzien van steunberen. Het schip heeft drie- en in de zijbeuken vierdelige spitsboogvensters met stenen traceringen uit 1869 met drie-, vier- en vijfpasmotieven. Het koor heeft een vijfhoekige sluiting voorzien van steunberen met aan de binnenkant een ronde absis waarin zich twee spitsboogvensters bevinden. Het geheel liggend onder een vijfhoekig geknikt tentdak. Beide transepten zijn twee traveeën diep, tussen de traveeën en op de hoeken voorzien van zware steunberen. Ze liggen onder een geknikt zadeldak met op de kop een tuitgevel waarin een vierdelig spitsboogvenster met bakstenen traceringen voorzien van visblaasmotief. Iedere travee van het transept bevat een dubbel spitsboogvenster. De westgevel uit 1903, heeft een geleding in drieën en een driedelige opbouw. Hij heeft een uitgebouwde hoofdingang, die zich in de hoogte uitstrekt tot de derde geleding. Deze ligt onder een klein zadeldakje voorzien van een tuitgevel en bekroond door een hardstenen ezelsrug. Het spitsboogportiek heeft een dubbele deur met een vierpasmotief in het bovenlicht. Boven dit portaal een driedelig spitsboogvenster met traceringen van drie- en vierpasmotieven. De middelste travee bevindt zich tussen haaks geplaatste steunberen. Een bescheiden zij-ingang met één deur en eveneens een vierpasmotief in het bovenlicht flankeert de hoofdingang. In de nissen, boven de zij-ingangen in de tweede geleding bevinden zich gietijzeren H. Hart- en Mariabeelden. In de zijtraveeën heeft de bovenste geleding van de westgevel een oplopend spitsboogfries. De eikenhouten deuren hebben gesmeed hang- en sluitwerk.

De kerk bezit zes uitgebouwde kapellen. De H. Hart- en Mariakapel flankeren het koor. Beide liggen onder een zadeldak met op de kop een tuitgevel voorzien van een vijfhoekige koorsluiting met steunberen onder een dito tentdak. De sluiting bevat twee spitsboogvensters. Aan het kerkplein flankeren de Piëta- en doopkapel het schip van de kerk. Beide hebben een zadeldak en een vijfhoekige sluiting waarin drie spitsboogvensters onder een tentdak. In de oksel van het linkertransept bevindt zich de Lourdeskapel en in het rechtertransept de kapel van de H. Familie. Ze hebben een geknikt zadeldak met op de kop een tuitgevel. In de gevels een dubbel spitsboogvenster. Opvallend is de zware vieringtoren annex klokkentoren op rechthoekig grondvlak met een boogfries onder het schilddak en bekroond door een angelusklokje en torendak. In de richting van beide transepten is de toren door steunberen geschraagd. De galmgaten hebben een dubbele rondboog gescheiden door een deelzuil met teerlingkapiteel. De sacristie heeft een T-vormige plattegrond met een samengestelde dakvorm van schild- en zadeldak. Het laatste dak heeft op de kop een tuitgevel. Het opgaande werk bestaat uit rode handgevormde baksteen. Het deel uit 1835 en 1903 is gemetseld in kruisverband en het deel uit 1938 in wild verband. Het metselwerk wordt afgewisseld door natuursteen voor traceringen, afzaten, dorpels en dergelijke. Onder de dakrand bevindt zich siermetselwerk. De westgevel en steunberen hebben bovendien een hardstenen rand in de plint; tevens zijn hier rond de muuropeningen en boogfries profielstenen toegepast. In het werk van De Bever zijn bij de muuropeningen, tuitgevels, boogfries en dergelijke natuurstenen aanzet- en sluitstenen verwerkt. De torengoot is eveneens van natuursteen. De daken zijn voorzien van natuurstenen leien in Maasdekking met op de torendakjes koperen pironnen. De toren bevat naast het angelusklokje en een torenuurwerk met vier vergulde wijzerplaten, vier luidklokken met de volgende gewichten: 2350, 1350, 650 en 375 kilogram.

opname 10-09-2006 © H.E.W.

Het inwendige van het schip heeft aan weerskanten zes vrijwel vierkante pijlers van waaruit de scheibogen zonder kapitelen opgaan. Ze schragen de ribben van de gestucte kruisgewelven, die het schip en zijbeuken overhuiven. In de middenschipswand een blind- of pseudotriforium met acht nissen per travee, waarboven de driedelige vensters van de hoge lichtbeuk, waarvan het onderste gedeelte uit blind traceerwerk bestaat. Opmerkelijk is de polychromie uit 1907 van gestileerde plantenmotieven naar ontwerp van P.J.H. Cuypers (Roermond) en uitgevoerd door Dorus Hermsen, voor het 25-jarig priesterfeest van pastoor Johannes Baptista Bots. Op de scheibogen en de gewelven van het middenschip zijn deze polychroomwerken nog goed bewaard gebleven. De absisschildering uit 1938 is van J. ten Horn. De viering heeft een houten zoldering. In het transept gestucte tongewelven. In de kerk bevinden zich negentien gebrandschilderde glas-in-lood ramen, onder andere van P. Clijsen (Tilburg) en van P.J.H. Cuypers (Roermond/München) 3). De kerk bezat een Neo-Classicistisch hoofdaltaar uit de eerste helft van de 19e eeuw. Voor dit altaar schilderde J.A. Wiertz (1806-65, Dinant) een afbeelding van de onthoofding van de martelaar Dionysius, die nu in het linker transept hangt. Wiertz gaf deze schildering, die hij in drie dagen maakte, aan de kerk ten geschenke. De opmerkelijk vakkundige eikenhouten preekstoel uit 1853 is van de beeldhouwer G.B. Peters (Antwerpen), naar ikonografische aanwijzingen van pastoor W. v.d. Ven. 4). De doopvont, uit 1876, is het jubileumgeschenk voor pastoor-deken Van de Ven, gemaakt door de edelsmid M. Bertou (Antwerpen). De oorspronkelijke hardstenen doopvont is uit 1570-79. De plaats van herkomst is onbekend. De gebeeldhouwde biechtstoelen in Neo-Barok/Rococotrant uit 1860-63 komen uit het atelier van de Gebroeders Goossens ('s-Hertogenbosch). Twee klaviers pneumatisch orgel (Rijksmonument) gemaakt door de gebroeders Smits uit Reek in 1905 met 31 registers. Het zangkoor is bij deze gelegenheid uitgebreid tot aan de eerste pilaren en door J.W. Ramakers (Geleen) voorzien van een eikenhouten balustrade. Ramakers leverde later ook de twee bazuinengelen voor het orgel. De romantische kruiswegstaties op linnen, geschilderd door A. Brouwers (Hilversum), zijn in 1890 in de plaats gekomen voor de staties, die in 1840 door J.F. Hutten (Tilburg) waarschijnlijk als fresco's direkt op het onderliggende pleisterwerk zijn geschilderd. Het interieur van de kerk wordt verder opgesierd door 34 beelden, het grootste aantal is van hout (zeven zijn gepolychromeerd), twee van koper en een is van steen. Twee houten beelden dateren uit de 17e eeuw. 5).

Waardering

De kerk is van algemeen belang. Het gebouw heeft cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van de ontwikkeling van het katholicisme in de negentiende eeuw, in het bijzonder de stichting van kerken ter plaatse van oudere schuurkerken; het is tevens van belang als voorbeeld van de typologische ontwikkeling van dergelijke kerkcomplexen. Het heeft architectuurhistorisch belang als eerste voorbeeld van katholieke kerkbouw in Neo-Gotische vormentaal en vanwege de plaats in het oeuvre van de respectievelijke bouwmeesters H. Essens en C.H. de Bever, vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp en vanwege de rijke inventaris.

Het geheel heeft ensemblewaarden als onderdeel van een groter geheel, de lintbebouwde Goirkestraat, dat cultuurhistorisch, architectuurhistorisch en stedenbouwkundig van nationaal belang is; tevens wegens de situering, verbonden met de ontwikkeling van de stad en de bijzondere betekenis van het complex voor het aanzien van de stad. Het is van belang wegens de architectuurhistorische, bouwtechnische, typologische en functionele zeldzaamheid.

Noten

1) In de literatuur wordt echter de datum van 1 oktober 1839 vermeld, zoals in het "Gedicht ter gelegenheid der inzegening van de nieuwe kerk te Tilburg aan het Goirke door Zijne Hoogwaardigheid Hendrikus den Dubbelden 1 October 1839", 32 bladzijden).

2) Na enkele tevergeefse rekesten van het kerkbestuur in 1834 om subsidie voor de bouw van de kerk te krijgen bood de prins van Oranje, die tijdens een verblijf in Tilburg de schuurkerk bezocht, zijn bemiddeling aan. Hij laat een rekest indienen bij Willem I, die bij Koninklijk Besluit van 28 november 1834 nummer 121 een subsidie verleent van f 25.000,--. Opvallend is de grootte van het ontvangen bedrag, andere kerkbesturen in Brabant kregen slechts ca. f 4.000,--. Voorwaarden onder andere: het werk moest uitgevoerd worden "overeenkomstig de laatstelijk overgelegde teekeningen en bestek, zullende echter dat bestek moeten worden gewijzigd naar de verbeterde redactie van den Hoofdingenieur van de Waterstaat in de prov. N. Br."; het werk moet uitgevoerd worden onder oppertoezicht van laatstgenoemde of van een door hem aangewezen ambtenaar, maar het "dagelijks opzicht" mag overgelaten worden aan een door het kerkbestuur op eigen kosten aangewezen opzichter.

3) De gebrandschilderde glas-in-lood ramen, onder andere van P. Clijsen (Tilburg) en van P.J.H. Cuypers (Roermond/München) zijn: 1. Eerste H. Mis van Petrus (Peerke) Donders in deze kerk in 1841; 2. Doop van Peerke Donders in de oude schuurkerk grenzend ten noorden van deze kerk (huidige kerkhof); 3. Visioen van Norbertus over zijn toekomstige orde; 4. H. Oda bij het graf van de H. Lambertus; 5. H. Lambertus geeft in 696 te Herstal namens Pepijn van Herstal aan H. Willibrord en zijn Benedictijnen monniken volmacht om in zijn gebied te preken. (geschenk van J. van Laarhoven); 6. H. Dionysius, Rusticus en Eleutherius in de kerker (geschenk van Jo Eras); 7. Christus tot Petrus: weidt mijn lammeren (geschenk van Henricus Eras en Maria Jansen bij hun 25-jarig huwelijk op 21 juni 1929); 8. noordtransept: a. Pastoor van Ars; b. St. Franciscus; c. Petrus Donders (P. Clijsen); 9. God de Vader kijkt; 10. Christus geeft aan de engel; 11. H. Maria Alacoque (1958) Maria Magdalena; 12. zuidtransept: a. H. Willibrordus met kerk Loven; b. H. Onbevlekte Ontvangenis met kerk Heikant; c. H. Antonius van Padua met kerk Hoefstraat; 13. a. Vincentius a Paulo met kerk Gasthuisstraat; b. H. Dionysius met kerk Goirke vóór 1939; c. H. Leonardus van Veghel met kerk Besterd (P. Clijsen); 14. a. H. Pastoor van Ars; b. Franciscus van Assisi; c. Petrus Donders; 15. a. H. Benedictus; b. Clemens Maria Hofbauer; c. Benoit Labre; 16. O.L. Vrouw van Fatima; 17. O.L. Vrouw van Lourdes; 18. in de absis van 1945 Michael met de draak; 19. in de absis van 1945 Joannes op Patmos.

4) Eikenhouten preekstoel uit 1850; van de beeldhouwer G.B. Peters (Antwerpen) naar de ikonografische aanwijzingen van pastoor W. v.d. Ven. Op het kruisvormig voetstuk vier knielende figuren, die vier werelddelen voorstellen: Europa - Azië - Afrika - Amerika (met vederbos); hiertussen stond oorspronkelijk een Christusbeeld, zittend op de wereldbol; Christus hield een banderole vast (fragmentarisch bewaard) met de tekst:.... docenta omnes gentes; op de wereldbol staan in reliëf de tekens van de dierenriem. Latere kerkelijke opvattingen verzetten zich tegen deze wijze van uitbeelden. Het Christusbeeld en de wereldbol zijn daarom in 1912 verwijderd; ze staan nu opgesteld in de kerk; hoogte 200 cm. Op de kuip reliëfs van de vier westerse kerkvaders; op de hoeken de beelden van de vier evangelisten, zittend gedragen door consoles met de voorstelling van hun symbool. De trapleuning heeft Neo-Gotische ornamenten en is versierd met vier reliëfs, voorstellend: de bergrede - prediking van Petrus - zending der apostelen - en - prediking door Paulus; als trappalen fungeren twee staande engelen met banderole waarop respectievelijk de teksten: Fides ex auditu, auditus auditus autum per verbum Christi. Rom. X, 17- Quododo vero praedicabunt nisi mittantur. Rom. X, 15; op de rand van het klankbord vier engeltjes en reliëfs (voorstellende God de Vader - Petrus - Paulus - Willibrordus). Verwijderd maar bewaard zijn twee engelen met bazuin en banderole (Rom. X, 19) die het klankbord droegen; op het klankbord stond een beeld, de Godsdienst voorstellend; dit is blijkbaar verdwenen. De wijzigingen van 1912 zijn, onder leiding van P.J.H. Cuypers uitgevoerd.

Orgel

opname 10-09-2006 © H.E.W.

Het orgel (Rijksmonument) heeft een monumentaal neogotisch front. Het is in 1905 gebouwd door de firma Gebr. Smits (Reek) en vrijwel ongeschonden bewaard gebleven. In 1993 restaureert de firma J.J. Elbertse & Zoon (Soest) het instrument.

Dispositie

  • Hoofdwerk (manuaal 1): Bourdon 16' - Prestant 8' - Violoncello 8' - Roerfluit 8' - Prestant 4' - Flûte octaviante 4' - Quint 2⅔' - Octaaf 2' - Cornet 2⅔' 2-5 sterk - Trompet 8' - Clairon 4'.
  • Positief, in zwelkast (manuaal 2): Vioolprestant 8' - Gamba 8' - Voix céleste 8'. vanaf c - Flûte travers 8' - Dolce 8' - Holpijp 8' - Quintadena 8' - Melophone 4' - Flûte douce 4' - Piccolo 2' - Basson 8' - Vox humana 8' - Tremulant.
  • Pedaal: Contrebas 16' - Subbas 16' - Cello 8' - Gedekt 8' - Corni-dolce 4' - Bazuin 16' - Trombone 8'.
  • Koppelingen: P + I / P + II / I + II / I + Sub II / I + Super II.
  • Speelhulpen: 7 vaste combinaties - Generaal-crescendo.

Pneumatische membraanladen (systeem Weigle). Manuaalomvang: C-f3. Pedaalomvang: C-d1. Toonhoogte: a1 = 438 Hz. Winddruk: 98 mm. WK (Hoofdwerk), 103 mm WK (Positief), 118 mm WK (pedaal).

In de media

  • Uit Nieuwe Tilburgsche Courant, 4 Maart 1905.

De parochie van den H. Dionysius op het Goirke alhier is dank de offervaardigheid der familie Eras, wederom verrijkt met een orgel van ongeveer f 16000.—

Op den eersten dag der St. Josephsmaand had de plechtige inwijding plaats. Eene talrijke schaar geestelijken hadden gehoor gegeven aan de invitatie van Goirke's Herder Mgr. J.B. Bots en luisterden door hare tegenwoordigheid de plechtigheid op. De inwijding zelve geschiedde door Tilburg's Deken Mgr. A.D. Smits. Onder het vierstemmig Laudate Dominum had de wijding plaats.

Achtereenvolgens lieten de bekende musici Pastoor W.H. van Besouwen, P. Kallenbach, organist van St. Jan te 's-Bosch en W.J. Reijniers organist van Goirke's kerk verschillende nummers hooren terwijl het koor door zang afwisseling bracht.

  • Uit Tilburgsche Courant, 5 Maart 1905.

Woensdag-middag te 3 ure had de plechtige inwijding plaats van het nieuwe orgel in de parochiekerk van den H. Dyonisius op het Goirke alhier. Een groot getal genoodigden waaronder veel eerw. heeren geestelijken zoowel van binnen als buiten de stad alsmede vele notabelen hadden plaats genomen voor de communiebank, terwijl het kerkgebouw gevuld was met belangstellenden. De zegening, verricht door den hoogeerw. heer Deken Mgr. Smits, werd begonnen met de intonatie van den psalm „Laudate Dominum" van Mettenleiter voor alt, tenor, baryton en bas met orgelbegeleiding. Het zangkoor was voor deze gelegenheid versterkt met eenige heeren oud-koristen, waaronder de beste krachten. Daarna voerde de heer P. Kallenbach, organist aan de kathedrale kerk te 's-Bosch een solonummer uit „Toccata" van Bach, waarin zoowel uitkwam het groote talent van den bekenden orgelvirtuoos als het prachtige klankgehalte van het nieuwe orgel. De heer W.J. Reijniers gaf vervolgens een paar orgelnummers en het koor het Sanctus en Benedictus uit de Missa „Tota pulchra es" van Jansen. De priester-toonkunstenaar, de zeereerw. heer W.H. van Besouwen, pastoor op het Korvel alhier gaf eene keurige improvisatie, het koor nog een 4-stemmig "O Salutaris Hostia", waarna de heer Kallenbach het prachtig „Andante" uit de C-mol symphonie van Beethoven speelde. Na nog het Panis Angelicus eveneens voor 4-stemmig mannenkoor speelde de heer Reijniers eene Invocation (voix cèleste), Romance (violoncel) en Prière (vox humana) van Lemmens en werd de feestelijkheid gesloten met een Marche Solennelle van Mailly door den heer Kallenbach. Het orgel dat naar de nieuwste eischen des tijds is ingericht, geleverd door de heeren Gebr. Smits te Reek bij Grave, heeft in alle opzichten voldaan en als kerksieraad èn als muziekinstrument.
(....)
Na de bespeling maakten vele eerw. heeren geestelijken, verschillende organisten en andere musici gebruik om het orgel van nabij te beschouwen, waarbij de heeren Smits zoo bereidwillig waren, de noodige inlichtingen te verstrekken. Een bekend musicus te dezer stede schrijft omtrent het nieuwe orgel nog het volgende: Zoo was dan eindelijk na maanden wachtens het nieuwe orgel in de kerk van het Goirke gereed gekomen en de 1ste Maart was de dag voor de plechtige inwijding bestemd. Eene breede schare van geestelijken, eene menigte belangstellenden, waaronder vele musici, sommige zelfs van verre gekomen, vulde het ruime kerkgebouw, toen precies om 3 uur de kerkelijke plechtigheid een aanvang nam met het zingen van den Psalm: „Laudate Dominum", waarna vers en gebed gezongen werden door den HoogEerw. heer Deken, Mgr. Smits. Toen hiermee de kerkelijke functie verricht was, werd het rijke program afgewerkt. Het lust mij niet elk der nummers afzonderlijk te bespreken: genoeg zei het te zeggen, dat er schoon gespeeld en prachtig gezongen is; vooral het mannenkoor ontwikkelde eene majestueuse kracht en een heerlijk klankkarakter. Een schoon ensemble vormde koor en orgel bijzonder in het machtige: „O res mirabiles"; maar ook in de zachtere passages pasten de liefelijke, zachte, soms teer strijkende orgeltonen wonderwel bij de fluisterende zangstemmen. Toen bleek schitterend de geschiktheid van het nieuwe orgel voor het accompagnement van den zang. Dat het ook als solo-instrument zeer geschikt is, bleek ten duidelijkste in de verschillende nummers voor het orgel. Nergens echter kwam het karakter van solo-instrument beter tot zijn recht dan in het Andante v. Beethoven, dat de heer Kallenbach meesterlijk speelde met de heerlijkste, rijk wisselende, maar steeds gelukkige registreering. De Marche Solennelle van Mailly was een pakkend slotnummer, waarbij de volle kracht van het orgel zich liet gelden. De feestelijkheid was daarmee geëindigd; overtuigend was bewezen, dat de parochie van het Goirke trotsch mag zijn op het nieuwe orgel en dat de firma Gebr. Smits, orgelmakers te Reek, hier inderdaad een prachtig stuk werk geleverd heeft. Wij wenschen die heeren van harte geluk met het behaalde succes. Hoevelen toch meenden, dat de circa 100 jaar bestaande firma niet meer op de hoogte van den tijd was en niet in staat een degelijk modern orgel te leveren! Maar het succes van dezen dag en de hooge tevredenheid van het publiek en bijzonder van zoovele bevoegde beoordeelaars getuigt luide, dat er in die oude firma nog jeugdig bloed vloeit. Maanden lang hebben die mannen met onverdroten vlijt met de voorbeeldigste nauwgezetheid gewerkt; allerlei voorkomende moeilijkheden wisten ze te overwinnen en ten slotte werd een werk geleverd, dat den toets der strengste critiek kan doorstaan. Een eeresaluut aan die kloeke firma, die na geruimen tijd in het buitenland het pneumatisch systeem, vooral Weigle, aan de bron zelve bestudeerd te hebben, na zich daar op de hoogte te hebben gesteld van de hedendaagsche eischen hunner vaktechniek, hier de eerste vruchten hunner studie en ondervinding leverde en een werk, dat elken bevoegden beoordeelaar zal doen zeggen: „We hebben de buitenlandsche orgelmakers niet noodig!" 't Is waar, er is lang gewerkt aan dit orgel. Immers toen in 't begin van 1903 den WelEd. Heer C. Eras — God moge het hem honderdvoudig vergelden! — door een milde gift het Kerkbestuur in staat stelde een nieuw orgel aan te schaffen, werd door de goede zorgen van eene speciale commissie reeds in Mei 1903 tot definitieve bestelling overgegaan. De firma Eras, aan wier vrijgevigheid de Kerk van het Goirke reeds zooveel te danken heeft nam de kosten voor een prachtige eikenhouten orgelkast op zich. Dit werk werd uitgevoerd door den Heer P. Jansen te Mill volgens teekening van den architect F.C. de Beer alhier, beiden hebben eer van hun werk; deze om de sierlijke vormen zoo juist in overeenstemming met de kerk en de beschikbare ruimte, gene om de fijne uitvoering en het schoone eikenhout. Het veel vergroote koor met zijn rijke balustrade en de prachtige orgelkast met haar sierlijke torenspits zijn ware sieraden van de kerk. Nog eens herhaal ik: er is lang, zeer lang gewerkt aan dit orgel met zijne 31 sprekende registers. Maar als men van nabij ziet met hoeveel zorg, met wat accuratesse, met wat overleg alles bewerkt en afgewerkt is, dan moet het nog verwondering wekken, dat het werk in dien tijd gereed konde komen. Door de welwillendheid van den WelEerw. Heer Reijniers was het mij vergund eenige malen een kijkje te nemen op 't koor en in de orgelkast en zoo heb ik mij met eigen oogen kunnen overtuigen van de degelijkheid van het gebruikte materiaal, van de nette afwerking aller onderdelen, van de schoone inrichting der orgelkast, van de doelmatige plaatsing der verschillende pijpen, van de ordelijke groepeering en zorgvuldige leiding der windbuisjes — er is circa 1500 M. buis gebruikt — van de rustige werking van blaasbalg en reservoirs en hunne lichte bediening, van de gemakkelijke werking der voettreden voor crescendokast en registercrescendo, van de juiste intonatie der verschillende spelen: inderdaad het is een waar genoegen, dat alles van nabij te beschouwen en ik durf iederen belangstellende met vrijmoedigheid aanraden bij gelegenheid een en ander eens te gaan zien: het zal hun evenals mij een lust zijn te bemerken, dat onze Noord-Brabantsche firma met elke andere kan concurreeren. Nog rest mij een woord te zeggen over het voornaamste van het orgel over den toon. Uitmuntend geslaagd vind ik het karakter der fluiten, zoowel Flûte harmonique en roerfluit als de Flûte traversière, flauto-dolce en piccolo. Ook Gamba en Violoncel met de Cello van het pedaal, zijn zeer goed geïntoneerd; het fijne strijkgeluid der viool en de mannelijke tonen van de Cello zijn zeer goed nagebootst. Bizonder aangenaam en vol van toon is ook de vioolprestant van het 2de manuaal. De tongwerken zijn eveneens van fijne intonatie: de basson van het 2de manuaal is inderdaad prachtig en edel, terwijl de volle toon van de bazuin het pedaal een bijzondere kracht en glans geeft. Het ensemble is machtig en grootsch. De registers en drukknoppen zijn alle even gemakkelijk en solied ingericht. Bijzondere opmerking verdient nog een heel eigenaardige koppeling, waardoor aan het 1ste manuaal het benedenoctaaf van het 2de manuaal verbonden wordt; het effect is verrassend, dikwijls wonderschoon. Het registercrescendo is eene balansvoettrede; de organist kan door drukken met den voet van het allerzachtste, nauw hoorbare geluid, langzaam of snel naar verkiezing, opklimmen tot steeds krachtiger stemmen, tot het volle werk, om daarna ook weer even gemakkelijk van het machtigste bruisen tot het zoetste murmelen over te gaan. Wij wenschen den ZeerEerw. Herder en de Parochie van het Goirke geluk met 't schoone orgel en vooral ook den organist, die na zooveel jaren geduldig wachten, eindelijk, een waardig instrument onder de vingers krijgt. Wij feliciteeren de vrijgevige Familie Eras, die nu hare milde schenking zoo heerlijk gebruikt ziet en de firma Gebr. Smits met hun eerste, zoo goed geslaagde modern orgel.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur

Orgel