Handelingen

Slappeterp, Menamerdyk 3 - Hervormde Kerk

Uit Reliwiki



Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Hervormde Kerk
Genootschap: PKN Ried-Skingen c.a.
Provincie: Friesland
Gemeente: Waadhoeke
Plaats: Slappeterp
Adres: Menamerdyk 3
Postcode: 9037JV
Inventarisatienummer: 09563
Jaar ingebruikname: 1926
Architect: Kramer, H.H.
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument 508684


Geschiedenis

Buitengewoon belangrijke "neokerk", met zadeldaktoren, in de vorm van vele historische Friese kerken.

Verving een oudere 19e eeuwse kerk.

Monumentomschrijving Rijksdienst

Inleiding

De KERK met TOREN te Slappeterp is in 1926-1927 gebouwd in opdracht van de Kerkvoogden van de Nederlandse Hervormde Gemeente Schingen-Slappeterp. De rode zandstenen gedenksteen in de toren, boven de deur, vermeldt: "Deze kerk is gebouwd ten jare 1926, Kerkvoogden waren M. de Vries, Admin., E. Hiemstra Jzn. en J. Sipma .... De eerste steen gelegd door Trijntje E. Hiemstra en Klaaske J. Sipma". Het gebouw staat op de terp, op de plaats van de oude kerk. De naar het oosten georiënteerde kerk wordt omringd door een verhoogd KERKHOF waarop eenvoudig grafmonumenten staan, die overigens van lokaal belang zijn. Een grindpad loopt vanaf een IJZEREN HEKrestant aan de westzijde in een lus om de kerk en kerkhof heen. Kerk, kerkhof en terp vormen een ruimtelijke eenheid. De kerk is gebouwd in traditionele, streek-eigen bouwtrant, volgens het ontwerp van architect H.H. Kramer te Leeuwarden. Aannemer was L. Breuker uit Menaldum.

opname 1981 © AvD.
opname 1981 © AvD.
opname 1981 © AvD.
opname 1981 © AvD.

Omschrijving

De eenbeukige kerk heeft een pseudotransept in het midden en een vierkante toren aan de oostzijde, die centraal tegen de voorgevel is geplaatst. Het uit lichtbruine, bezande bakstenen opgetrokken gebouw wordt gedekt door een samengesteld zadeldak van zwart geglazuurde Hollandse pannen; de toren door een zadeldak van zwart geglazuurde Hollandse pannen tussen topgevels, die door pirons worden bekroond. Alle torengevels worden door een groot spaarveld versierd, dat aan de bovenzijde door een tandlijst wordt afgesloten. Aan de oostzijde een houten deur met daarboven een gemetselde vierkantige lijst waarin de gevelsteen is geplaatst. Hierboven een verticaal venster met glas-in-lood en, onder de twee galmgaten, het uurwerk waarvan de wijzerplaten uit keramische tableaux bestaan. In de gevel aan de west-zijde zit het contemporaine (1927) mechanische keramische uurwerk met daar-boven twee galmgaten en in de gevels aan de noord- en zuidzijden drie ver-ticale vensters met glas-in-lood, het uurwerk en de twee galmgaten. Alle galmgaten zijn van zes galmborden voorzien. Boven het uurwerk bevindt zich de klok. In de (oostelijke) voorgevel van de kerk, zijn aan weerszijden van de toren twee verticale vensters met glas-in-lood aangebracht.

De achtergevel (westelijke gevel) wordt versierd door een licht uitspringende arm met blinde topgevel en een uitgemetseld rookkanaal. De zijgevels zijn -op de ingangspartij (een dubbele houten ingangsdeur) aan de oostzijde van de zuidelijke gevel na- gelijk opgebouwd. In het midden de arm van het pseudotransept, die door een topgevel wordt bekroond. Hier zitten drie smalle verticale vensters met glas-in-lood. Aan weerszijden van het pseudotransept twee vensters met glas-in-lood. Het gekleurde glas-in-lood bestaat overal uit geometrische motieven.

Het INTERIEUR is origineel, zowel qua indeling als qua inrichting en meubilair. Vanaf de zuidelijke ingang is een klein portaal te betreden, waar zwarte en witte tegels liggen. Dit geeft toegang tot een tweede portaal, vanwaar de toren te betreden is. Tegen de muren een lambrisering van geglazuurde okerkleurige bakstenen, die ook voor de overige lambrisering van het kerkinterieur zijn gebruikt. Boven de ingang bevindt zich een orgelgang met houten leuning met panelen-decoratie. De ribben van het gewelf worden aan de onderzijde opgevangen door de gebeeldhouwde symbolen van de vier evangelisten, die waarschijnlijk het werk zijn van W.C. Brouwer. Origineel zijn o.m. het houten podium, de stoelen, de houten banken en de tekstborden.

Waardering

De Nederlands Hervormde Kerk met kerkhof en hekwerk te Slappeterp is van algemeen cultuurhistorisch en architectuurhistorisch belang:

  • voor de geschiedenis van de architectuur;
  • als uitzonderlijk voorbeeld binnen van het oeuvre van de architect door de toepassing van een traditionele, streekeigen bouwtrant;
  • vanwege de esthetische kwaliteit van het ontwerp;
  • vanwege het bijzondere materiaalgebruik en de ornamentiek;
  • vanwege de architectonische gaafheid van exterieur;
  • vanwege de architectonische gaafheid van het interieur;
  • vanwege de situering op de terp, verbonden met de functie binnen de structuur van het dorp;
  • vanwege de historisch-ruimtelijke relatie met de bodemgesteldheid en de structuur van het dorp;
  • voor het aanzien van het dorp;
  • in relatie tot de structurele en visuele gaafheid van de dorpse en land-schappelijke omgeving.

Gebouwomschrijving SKKN

De eerste predikant na de Reformatie te Slappeterp, dat toen kerkelijk één gemeente vormde met Schingen, was Suffridus Suffridi (1592-1594), de tweede Bernardus Schotanus (1603-1606). De bekendste predikant uit deze beginperiode der Reformatie is geweest zijn zoon Christianus Schotanus & Sterringa, (1603-1671; te Schingen 1627-1629). Deze heeft naam gemaakt als hoogleraar Grieks en Kerkgeschiedenis aan de Franeker Hogeschool (1639-1653/4). In 1639 werd hij ook benoemd tot de officiële Friese historicus en hij heeft enkele beroemd geworden werken op zijn naam staan. Overigens is lokaal kerkelijk verband de grafsteen van pastoor Cornelis uit 1611 zeer zeker nog interessant.
De kerk van Slappeterp, in het oud-Fries Sleppeterp, was voor de reformatie gewijd aan de H. Dionysius. De pastorie bracht 100 goudgulden op, het vicarisschap 70 goudgulden. Van der Aa over het negentiende eeuwse kerkgebouw: 'Deze kerk is een klein langwerpig gebouw, met den predikstoel aan het eind en een aan alle kanten spits toeloopend torentje, doch zonder orgel. In het jaar 1826 is deze kerk, uit eene geheel vervallen toestand, herbouwd.'
In 1926 verrees de huidige kerk, welke in gebruik werd genomen op 27 februari 1927. Architect was H.H. Kramer uit Leeuwarden. Aannemer was L. Breuker uit Menaldum. Er bestaat het vermoeden dat de befaamde keramiek-ontwerper W.C. Brouwer de consoles in de kerk en de wijzerplaten van de torenklok heeft ontworpen en uitgevoerd.
Momenteel behoort Slappeterp kerkelijk tot Dongjum, tezamen met Peins, Zweins, Ried, Boer, Schalsum en Schingen. De kerkgebouwen van Schingen, Slappeterp, Ried en Dongjum zijn eigendom van de kerkelijke gemeente, de overige vier zijn overgedragen aan de Stichting Oude Friese Kerken. Zeven van de acht zijn als kerk in gebruik, de kerk te Boer is in gebruik als atelier. Een eigen predikant heeft men niet meer, de verzorging der gemeente vindt plaats door een bijstand in het pastoraat.
Het avondmaalsgerei wordt zowel in Schingen als in Slappeterp gebruikt en is onder beide registraties vermeld.

Entourage

De kerk staat in oost-westrichting op de begraafplaats, een terp. Hieromheen loopt een grintpad, dat is afgezet met een rij nog vrij jonge bomen.

Orgel

Het orgel is in 1927 gebouwd door de firma Bakker & Timmenga (Leeuwarden).

Dispositie

Manuaal: Prestant 8' - Holpijp 8' - Aeoline 8' - Octaaf 4' - Fluit 4' - Tremulant.

Pedaal: aangehangen.

Mechanische sleeplade. Manuaalomvang: C-f3. Pedaalomvang: C-g.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur