Handelingen

Overleg

Maarssen, Diependaalsedijk 17 - Kapel Emmaüs Priorij

Uit Reliwiki

De Priorij is gebouwd in de architectuurstijl van de Bossche School, waarvan dom Hans van der Laan o.s.b., benedictijner monnik te Vaals, inspirator was. De gevels kenmerken zich door een grote horizontaliteit vanwege de "liggende" vensters, de lengte van de gevels en het horizontale accent in de vorm van de houten gevelafsluiting. Alle gevels zijn voorzien van rijen vensters. Op enkele plaatsen zijn deuren aangebracht. Naast de hoofdingang is een (hoek)steen aangebracht met het opschrift: De rechthoekige binnenhof heeft een omlopende loggia en in het midden een tuin. Vierkante stenen zuilen dragen de houten constructie met het lessenaarsdak van golfplaat. In de tuin bevinden zich langs de randen betonnen banken en een halfronde waterput. Net iets uit het midden bevindt zich een kruis, staande op het "metrische centrum" (uitgangspunt van het ontwerp) van het gebouw. Het kruis is omgeven door een uit vakken bestaande tuin, gedeeltelijk bestraat, gedeeltelijk beplant. De gevels van de verdieping zijn onderbroken door vensters en door inpandige balkons. De Priorij heeft een overzichtelijke indeling, die sinds de bouw ongeschonden is gebleven. De indeling is zowel bepaald door principes van religieuze als van architectonische aard. Het "plastisch getal" bepaalt de vormgeving van de ruimten, de ordening hangt uiteraard nauw samen met gebruik. De centrale plaats op de begane grond wordt ingenomen door de binnenhof met loggia. Rond de binnenhof loopt de kloostergang, die toegang geeft tot de - eveneens aan de binnenhof gelegen - bibliotheek en werkkamers. Via de kloostergang komt men ook in de kerk, de kapittelzaal en de refter. In de vleugels bevinden zich eetkamers, spreekkamers enz. Op de verdieping zijn de cellen voor de zusters en hun gasten, in het souterrain onder andere dienstruimten. Het interieur is zeer sober. De vloeren zijn over het algemeen van grindtegels, de muren wit gestuct of van schoon metselwerk. De deuren zijn van ongekleurd hout. De deuren die tot binnenruimten toegang geven zijn van horizontaal geplaatste delen. Buitendeuren zijn van verticaal geplaatste delen. Boven de vensters zijn betonnen lateien. De plafonds zijn van beton, dat vanwege de ruwe bekisting een houtnerfpatroon heeft. Op belangrijke plaatsen zoals bij ingangen is een balkenplafond toegepast. Soms zijn schroten verwerkt.