Handelingen

Oosthuizen, Raadhuisstraat 61 - Grote Kerk

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Grote Kerk
Genootschap: PKN Protestantse gemeente te Zeevang en Oudendijk
Provincie: Noord-Holland
Gemeente: Edam-Volendam
Plaats: Oosthuizen
Adres: Raadhuisstraat 61
Postcode: 1474HE
Sonneveld-index: 05971
Jaar ingebruikname: 1518
Architect:
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument 40332

Geschiedenis

De Grote Kerk te Oosthuizen werd gebouwd in de periode 1511-1518. Het gebouw is een laat-gotische kruiskerk, zonder zijbeuken. Dat is karakteristiek voor veel oude kerken in Noord-Holland. Op het dak staat een fraai open achtkantig kruisingstorentje met een opengewerkte peervormige spits. De klok in het torentje werd in 1511 door Gerhardus van Wou gegoten. Het torentje is de oudste dakruiter in ons land. 0In de kerk staat een barok marmeren praalgraf (1723) voor Francois van Bredehoff, vrijheer van Oosthuizen. Het praalgraf werd vervaardigd door de Antwerpse beeldhouwer J.P. van Bauerscheidt sr. Het orgel werd gebouwd in de 15e eeuw. Toen de kerk omstreeks 1575 eigendom werd van de protestanten, werd het orgel buiten gebruik gesteld. Het is een van de oudste orgels in Europa. De kerk in sinds 1982 eigendom van Stichting Oude Hollandse Kerken. In 2018 viering van het 500-jarig bestaan van deze kerk.

Monumentomschrijving Rijksdienst

Foto: Bert Wisgerhof, 9 juli 2011

Hervormde Kerk. Laatgotische kruiskerk met vijfzijdig gesloten koor en een open achtzijdig torentje op de kruising, 1511-1518. Middeleeuwse altaarsteen. Koorhek met snijwerk in renaissancestijl, XVI B. Preekstoel, 1664. Doophek in Lodewijk XVI-stijl. Koperen lezenaar, 1690. Koperen doopboog, XVIIc, Orgelgalerij 1871. Herenbank, XVIId. Tochtportaal, 1648. Grafmonument voor François van Bredehoff door J.P. van Baurscheit sr., 1723. Fragmenten van gebrandschilderd glas, XVIII. Twaalf rouwkassen, 1685-1785. In 16de eeuwse gotische orgelkas een oud eenklaviers instrument met overwegend 17de eeuws pijpwerk. Klokkenstoel met klok van Geert van Wou, 1511, diam. 115 cm. Mechanisch torenuurwerk van Eijsbouts, voorzien van elektrische opwinding. Boven de westingang zit een houten zonnewijzer in houten omlijsting.

Orgel

Het orgel in Oosthuizen is al erg oud. De registers moeten niet worden uitgetrokken, doch ingeduwd. De vermoedelijke bouwer is Jan van Covelens. In 1966 werd het instrument door Flentrop gerestaureerd. Zij maakten een nieuwe magazijnbalg en herstelden de oude middentoonstemperatuur. Op 17 september 2002 startte een nieuwe restauratie, opnieuw door Flentrop Orgelbouw. Het orgel is hierbij geheel schoongemaakt. Op 18 oktober 2003 werd het weer in gebruik genomen. Bij de restauratie is het pijpwerk uitgebreid onderzocht. Dit wijst er op dat van het orgel enkel de windlade, het klavier en de orgelkas uit 1521 dateren. Het orgel is in de huidige vorm waarschijnlijk aan het eind van de zeventiende eeuw gebouwd door Pieter Backer. Jan van der Male schrijft over dit orgel: Het orgel in de Grote Kerk in Oosthuizen, vroeger aan de rand van de Beemster gelegen, wordt beschouwd als een van de meest bijzondere instrumenten van Nederland. Het instrument is gestemd in middentoon en heeft een manuaalomvang van FGA-g2a2. Daarnaast moeten registers worden ingedrukt als ze worden ingeschakeld. Het is niet aannemelijk dat het is gebouwd voor de kerk in Oosthuizen, aangezien geen enkel orgel op het Noord-Hollandse platteland de Reformatie in de 16e eeuw heeft overleeft. Veel organologen stellen het bouwjaar van het fraaie instrument op 1521, naar aanleiding van een stuk perkament dat in het orgel gevonden is en G.H. Broekhuyzen rept in zijn dispositieverzameling over 1414. M.A. Vente spreekt over Jan van Covelens als de bouwer. Hans van Nieuwkoop twijfelde hier echter aan en stelde na onderzoek vast dat het mogelijk gaat om delen van het oude orgel in de Grote Kerk in Weesp. Dit instrument is mogelijk gebouwd door de Utrechtse orgelbouwer Peter Gerritsz, die hierbij waarschijnlijk zelfs pijpmateriaal uit een voormalig orgel in de vorige romaanse kerk heeft overgenomen. De Octaaf 4’ is namelijk zeer oud en gedeeltelijk met folieresten bedekt, wat duidt op voormalige frontpijpen. Mogelijk heeft hier het jaartal 1414 betrekking op. Verder bezat dit orgel een Holpijp 8’ en een 2-voets fluit, waar de huidige Bourdon 16’ uit is samengesteld. Het heeft er alle schijn van dat het Oosthuizense orgel het restant is van een Utrechts of Hollands stadsorgel uit de 15e of 16e eeuw te maken hebben. Het Gerritsz-orgel in Weesp is in 1822 afgebroken en gedeelten zijn volgens het kerkarchief van Weesp voor f301,45 verkocht. Het is niet ondenkbaar dat een gedeelte van dit orgel naar Oosthuizen is verkocht, hetzij rechtstreeks hetzij door bemiddeling van een orgelbouwer. De nog bruikbare delen van het oorspronkelijke 16-voets front zouden in Oosthuizen provisorisch zijn samengevoegd boven de bestaande onderkas, waarbij een van de oude windladen van het bovenwerk opnieuw werd gebruikt met de omvang FGA-f2. Hierop wijzen veel oudere cancelgaten in het huidige wellenbord. In het archief van de Kerk van Oosthuizen is terug te vinden dat orgelbouwer A.F. Sommer uit Amsterdam in 1829 het orgel ‘in orde’ maakte, wat zou kunnen wijzen op modernisering. Mogelijk werd het in dit jaartal, toen voldoende financiële middelen aanwezig waren, voorzien van een nieuwe windlade met de omvang FGA-g2a2. Ook de luiken en pinakels behoren origineel niet bij het orgel en zouden in 1829 kunnen zijn aangebracht. Laatstgenoemden zijn namelijk in tegenstelling tot de orgelkast van grenen vervaardigd en opvallend groot voor de relatief kleine kas. Al met al is duidelijk dat in Oosthuizen een zeer interessant assemblage-orgel aanwezig is, met mogelijk materiaal uit 1414! In 1966 is het orgel door D.A. Flentrop gerestaureerd waarbij een nieuwe magazijnbalg is gemaakt en de oude middentoonstemming is hersteld. Een nieuwe restauratie door Flentrop Orgelbouw startte op 17 september 2002 waarbij het instrument geheel is schoongemaakt. Het werd op 18 oktober 2003 opnieuw in gebruik genomen. Bij deze restauratie is het orgel opnieuw onderzocht en sindsdien wordt verondersteld dat het instrument in de huidige vorm gebouwd is aan het einde van de zeventiende eeuw door orgelmaker Pieter Backer uit Medemblik.


In de media

Uit Het Vaderland, 10 Februari 1922.

De mooie 16de eeuwsche Ned. Herv. Kerk te Oosthuizen verkeert in slechten toestand en moet noodzakelijk gerestaureerd worden. Er heeft zich een restauratie-comité gevormd, met het doel de noodige gelden te verkrijgen tot behoud van het schoone kerkgebouw. Het werk is aan den architect den heer A.A. Kok te Bussum opgedragen en zal volgens begrooting f 150.000 moeten kosten. Het rijk heeft een bijdrage van f 90.000 in deze kosten toegezegd, de gemeente zal een bijdrage verleenen en ook van de provincie wordt steun verwacht. De restauratie-commissie heeft thans, volgens het Hbld., een uitgebreide circulaire verzonden met verzoek om een bijdrage voor de restauratie.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur

Rouwborden