Handelingen

Mussel, Molenstraat 55 - De Ark

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: De Ark
Genootschap: Christelijke Gereformeerde Kerk
Provincie: Groningen
Gemeente: Stadskanaal
Plaats: Mussel
Adres: Molenstraat 55
Postcode: 9584AP
ID nummer: 01043
Jaar ingebruikname: 1975
Architect:
Huidige bestemming: kerk
Monument status: geen

Geschiedenis

Verving een kerk uit 1923 aan de Musselweg.

Gebouwomschrijving SKKN

De streek waar nu het dorp Mussel ligt, was tot 1824 geheel onbewoond. In genoemd jaar werden de eerste twee huizen gebouwd op de plaats die thans Mussel heet. Van meet af aan was Mussel een Afgescheiden Gereformeerd dorp, dat kerkelijk tot Onstwedde behoorde. Sinds 1849 lag de dagelijkse leiding van het Gereformeerde godsdienstige leven te Mussel in handen van twee ouderlingen, die tot de kerkeraad van Onstwedde behoorden doch in Mussel werkten en woonden. Hieruit kwam de Gereformeerde gemeente van Christelijke Afgescheidenen (of Christelijke Afgescheiden Gereformeerden) voort, die op 30 juni 1861 werd gesticht, d.w.z. op die zondag werd een kerkeraad geinstitueerd. Het aantal leden bedroeg op dat moment 138, waarschijnlijk inclusief kinderen. Een eigen kerkgebouw werd neergezet. In 1892 vond op betrekkelijk geruisloze wijze de Vereniging met de Dolerenden plaats. Hieruit ontstond de Gereformeerde Kerk te Onstwedde-Mussel, behorende tot de synodale Gereformeerde Kerken (GKN). Niemand protesteerde op dat moment, doch na enkele jaren groeiden de bezwaren tegen een aantal onderdelen van Abraham Kuypers' gedachtegoed, dat meer en meer vanaf de kansels in het Zuidoost-Groningse te beluisteren viel. Als eerste trad een aantal gemeenteleden in Nieuwe Pekela uit de Gereformeerde Kerk en stichtte er in 1910 de Christelijke Gereformeerde Kerk. De diensten trokken gelovigen uit een wijde omgeving, doch de afstanden deden zich gevoelen. Al snel ontstonden daarom Christelijke Gereformeerde Kerken te Onstwedde (1912), waar ook de 'Musselkers' korte tijd kerkten, en te Mussel (1913). Zoals zo vaak het geval is, vallen ook in Oost-Groningen de kerkgeschiedenis en sociale geschiedenis voor een belangrijk deel samen. Te Mussel werd, in navolging van andere plaatsen in deze streek, aanvankelijk kerk gehouden in boerenschuren, waarbij veel geimproviseerd moest worden. De leden waren hoofdzakelijk kleine boeren, landarbeiders en kleine middenstanders, voor wie de kerk niet slechts een hechte geloofsgemeenschap was, maar ook een manier tot emancipatie via onderlinge steun en saamhorigheid. Onderlinge loyaliteit en eerbied voor de voorouders zijn tot op vandaag belangrijke kenmerken van de Musselse CGK. Alle opdrachten voor de restauratie en bouw van kerk en pastorie gaan tot op heden onveranderlijk naar gemeenteleden.

In 1913 kreeg de CGK Mussel zijn eerste kerkgebouw, gebouwd in Onstweddermussel, een buurtschap even ten noorden van het huidige Mussel. Het was een eenvoudige houten constructie en werd ingewijd op 6 januari. Een orgel was er niet, de gemeentezang werd geleid door een voorzanger. Tot dan toe was de gemeente een 'station' van de CGK van Onstwedde, doch de kerk groeide snel, zowel via belijdenis onder de jeugd als door de overkomst van leden van de Gereformeerde Kerk (GKN). Op 24 febr. 1913 vond de eerste eigen kerkeraadsvergadering te Mussel plaats, formeel het teken van kerkelijke zelfstandigheid. De eerste predikant, J. van de Vegt, deed op 1 febr. 1914 zijn intrede. Hij woonde in Onstwedde en diende twee gemeenten, Onstwedde en Mussel. Het kerkelijk leven kwam hiermee in wat rustiger vaarwater. Een periode van consolidatie en groei brak aan, al kon men financieel het hoofd nog steeds niet boven water houden en was men (nog jaren) aangewezen op de synodale kas voor hulpbehoevende kerken. De eerste predikant die alleen de gemeente te Mussel diende was ds G. Bilkes (1949-1956).

Op 20 nov. 1924 werd te Onstweddermussel een nieuwe kerk ingewijd. Het was een groot stenen gebouw, gebouwd op de plaats van de vorige kerk. Wat de vorige kerk niet had, had deze wel: een consistorie. In 1947 werd een pastorie gebouwd aan de Musselweg 112. Vooral wegens geboorten groeide het ledental na de oorlog dusdanig fors dat al snel een grotere kerk nodig was.

In de jaren 1930 werden op initiatief van de Gereformeerde Kerk enkele toenaderingspogingen tot de Christelijke Gereformeerden gedaan, doch die liepen op niets uit en verzandden in een 'brochurestrijd' (1933). Na de oorlog werden de contacten hervat met de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt te Mussel, die tijdens de oorlog (1944) ontstaan is en waartoe geheel Gereformeerd Mussel was overgegaan. Hoewel men elkaar op het niveau van predikanten verschillende malen heeft ontmoet, was er van toenadering op gemeenteniveau geen sprake. In 1958 en 1971-1972 (na de scheuring van de Vrijgemaakten in 1967) werd opnieuw toenadering gezocht. Waren het de eerste keer de Christelijke Gereformeerden die niet van veel enthousiasme blijk gaven, begin jaren 1970 reageerden de Vrijgemaakten (Gereformeerde Kerken in Nederland Vrijgemaakt, GKV) afwijzend. Doch geconfronteerd met toenemende onkerkelijkheid en het feit dat de groei van het kerkvolk uitsluitend verkregen werd uit geboorten en niet uit toetredingen van buitenaf, kwam in de jaren 1980 interkerkelijk opgezet evangelisatiewerk onder buitenkerkelijken op gang, waarbij naast de CGK ook de Nederlandse Hervormde Kerk, de Baptistenkerk en de Vrijgemaakten betrokken waren. Tegenwoordig bezoeken enkele kinderen uit CGK-kring de Vrijgemaakte lagere school te Mussel, een streekschool die uitgaat van de Vereniging voor Gereformeerd Primair Onderwijs Noordoost Nederland.

In 1953 werd de kerk te Onstweddermussel verbouwd en uitgebreid, en ook later in de jaren 1950 en 1960 werden wijzigingen en verbeteringen aan het gebouw aangebracht. Eind jaren 1960 kwamen plannen ter tafel om, wegens ruimtegebrek in de bestaande behuizing, een geheel nieuwe kerk met pastorie te bouwen. De gelegenheid daartoe werd geboden in een nieuwe uitbreidingswijk van Mussel. In 1969 werd de grond gekocht. De pastorie was klaar in 1971, de schuin er tegenover gelegen kerk in 1975 (inwijding 9 mei). De architect was Architectenbureau Geels uit Arnhem, het werk werd uitgevoerd door aannemingsbedrijf B. Wubs uit Mussel. Het glas in de voorgevel is zgn. brons, zonwerend glas. Het gebouw kreeg de naam De Ark, bedacht naar men zegt door de architect. Het gebouw kreeg in de hoofdruimte omstreeks 450 zitplaatsen, met nog eens enkele tientallen in een nevenruimte, die door het openen van een schuifwand bij de hoofdruimte kon (kan) worden gevoegd. De gemeente groeide gestaag, van 471 leden (van wie 264 belijdende leden) in 1982 tot 520 in 1992 (293 belijdende leden), zij het vrijwel geheel via interne groei. In 1978 werd met het oog op eventuele uitbreiding een naast de kerk gelegen stuk grond aangekocht. De pastorie werd in 1978 ingrijpend verbouwd. In 1993 werd De Regenboog gebouwd, een tegen de achterzijde van de kerk gebouwd zalencomplex ten behoeve van het verenigingsleven. Op enige afstand staat een houten optrekje bestemd voor de eigen jeugd.

Entourage

De kerk annex zalencomplex staat op een zeer ruim bemeten stuk grond. De opzet van dit geheel is kenmerkend voor het Gereformeerde kerkelijk besef, dat wil dat niet alleen de kerkdienst maar ook het verenigingsleven van de leden zoveel onder een dak wordt gehouden. De pastorie ligt schuin aan de overkant.

Het orgel

Het orgel is gebouwd door firma Fonteyn & Gaal en firma Van den Berg & Wendt in 1962. In 1975 en 1988 is het orgel vergroot door firma Hendriksen & Reitsma.

Afbeeldingen

Exterieur
Interieur