Handelingen

Medemblik, Ridderstraat 5 - Sint-Martinus

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Sint Martinuskerk
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Noord-Holland
Gemeente: Medemblik
Plaats: Medemblik
Adres: Ridderstraat 5
Postcode: 1671CS
Inventarisatienummer: 05872
Jaar ingebruikname: 1904
Architect: Slinger, Th.
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument 502377

Geschiedenis

Neogotische kerk met toren. Op de plaats van de in 1903 afgebroken voorganger.

De in de Tweede Wereldoorlog beschadigde torenspits werd in 1948 in gewijzigde vorm hersteld.

Monumentomschrijving Rijksdienst

Aan St. Martinus gewijd Rooms-katholiek KERKGEBOUW (kruiskerk), longitudinaal van opzet en in 1904 opgetrokken naar ontwerp van Th. Slinger. Stilistisch kan de kerk worden beschouwd als een voorbeeld van baksteenarchitectuur in neo-gotische stijl met neo-romaanse elementen (rondboogfriezen) N.B. Het orgel-instrument valt buiten de bescherming.

Omschrijving

Driebeukige kruiskerk met vijfzijdig koor op het westen, aangebouwde vierkante toren links (Z) naast de voorgevel (O) van het schip, lage ronde traptoren rechts (N) naast de voorgevel van het schip, uitgebouwde kapellen links en rechts van de eerste travee (vanaf voorgevel) en aangebouwde sacristie rechts tegen het koor. De zijschepen hebben een driezijdige afsluiting op het westen.

De spitsen van de hoge toren en van de traptoren hebben lei in Maasdekking. Lei in Rijndekking hebben het samengestelde zadeldak boven schip en dwarsbeuk, de lessenaarsdaken boven de zijschepen en de zadel- en schilddaken boven de kapellen en de diverse dakkapellen. Het zadeldak van de sacristie heeft zwarte Hollandse pannen.

Het exterieur is voornamelijk opgetrokken in rode baksteen, met spaarzaam gebruik van natuursteen en roodgeglazuurde baksteen. Het muurwerk van de zijschepen wordt verticaal geleed door getrapte steunberen, het muurwerk van de lichtbeuk door lisenen en het muurwerk in de geveltoppen van de voorgevel en van de transepten door gekoppelde reeksen van smalle en spitse spaarvelden. De traveeën tussen de steunberen en de lisenen bevatten steeds een spitsboogvenster, door gemetselde tracering verdeeld in twee spitse openingen met daarboven een ronde opening. De vensters hebben alle glas-in-lood. Gebrandschilderd glas bevindt zich in de venster die merendeels vanuit het schip richting koor zichtbaar zijn. Dit betreft de drie binnenste traveeën van het koor, de drie afsluitende traveeën van de zijschepen (W) alsmede de hoge westelijke muur van het dwarsschip.

De toren is opgebouwd uit vijf gestapelde segmenten die worden geleed door reeksen van spaarvelden binnen een verticale geleding van uitgemetselde hoekpartijen en een horizontale geleding van cordonlijsten en boogfriezen. Het bovenste segment heeft aan alle zijden gekoppelde galmgaten onder een uurwerk in een kleine geveltop. Boven het vijfde segment bevindt zich de ingesnoerde en decoratief bekroonde vierhoekige spits.

In het onderste segment bevindt zich een ingang met archivolten. De dubbele eikehouten deuren hebben rijk gesmeed hang- en sluitwerk.

Het schip telt vanaf de oostzijde (voorgevel) tot aan het transept vijf traveeën en tussen het transept en het koor één travee. Het dwarsschip is vrij breed en komt overeen met de lengte van twee traveeën.

De voorgevel (O) van het schip is een symmetrische topgevel met uitgebouwde centrale ingang. Boven de ingang bevindt zich een hoog meerlichtsvenster, vergelijkbaar met de vensters in de topgevels van het dwarsschip. Het centrale venster wordt geflankeerd door spitse spaarvelden. De centrale ingang door vierkante vensters. Rechts naast de voorgevel staan de genoemde traptoren - voorzien van lichtspleten - en een uitgebouwde kapel, welke laatste tevens de oostelijke afsluiting vormt van de rechter zijbeuk. Links naast de symmetrische gevel vormt een muur met groot spitsboogvenster en balustrade de oostelijke afsluiting van de linker zijbeuk en de verbinding met de toren. De centrale ingang heeft net als de ingang in de toren archivolten en dubbele eikehouten deuren met rijk gesmeed hang- en sluitwerk.

Het interieur van de kerk heeft een driedelige opstand van arcade, triforium (blind) en lichtbeuk. De dragende delen van het muurwerk zijn uitgevoerd in rode baksteen, de vullende delen zijn gepleisterd. Het schip en het dwarsschip hebben een houten tongewelf. De zijschepen hebben gemetselde vierdelige kruisribgewelven. Het interieur bevat nog diverse oorspronkelijke onderdelen zoals hoogaltaar en beide zijaltaren, preekstoel, bankenplan en een grote muurschildering van Christus in mandorla, centraal in de hoge westelijke muur van het dwarsschip.

De sacristie heeft twee bouwlagen onder zadeldak. Op de parterre loopt langs de zijkant een arcade die leidt naar een paneeldeur met bovenlicht. De parterre heeft smalle gekoppelde vensters met gebogen bovenzijde en voorzien van smeedijzeren traliewerk. De verdieping - en aan de achterzijde ook de parterre - heeft T-vensters onder spaarvelden met metselmozaïek. De geveltop heeft een uitgemetselde schoorsteen, geflankeerd door een smal venster. Het interieur van de sacristie bevat nog een oorspronkelijke sacristiekast in neo-gotische stijl.

Tegen de oostelijke muur bevindt zich een op arcade rustend balkon met daarop een tweedelig symmetrisch opgezette orgelkast in neo-gotische stijl.

Waardering

Het kerkgebouw met genoemde onderdelen is van algemeen belang wegens architectuur- en cultuurhistorische waarden als historisch-functioneel hoofdonderdeel van het beschreven kerkelijk complex van de St. Martinus.

Orgels

Hoofdorgel

Het hoofdorgel, geplaatst in twee identieke, gespiegelde neogotische kasdelen, is in 1905 gebouwd door de firma Jos. Vermeulen (Alkmaar). Vier jaar later wordt het door hen uitgebreid. In 1974 wordt het door hen gerestaureerd en wordt de dispositie gewijzigd en uitgebreid.

Dispositie
  • Manuaal 1: Bourdon 16' - Prestant 8' - Roerfluit 8' - Octaaf 4' - Fluit 4' - Octaaf 2' - Mixtuur 1⅓' 4-5 sterk (1974) - Trompet 8'.
  • Manuaal 2, in zwelkast: Holpijp 8' - Prestant 4' (1974) - Flûte octaviante 4' (1909) - Flageolet 2' - Sifflet 1' (1974) - Sesquialter 1⅓' 2 sterk (1974) - Basson-Hobo 8' (1909) - Tremulant.
  • Pedaal: Subbas 16' - Gedekt 8' (1974).
  • Koppelingen: P + I / P + II / I + II / I + Super I.
  • Speelhulpen: 3 vaste combinaties (P, F, T) - automatische pedaalomschakeling.

Pneumatische kegelladen. Manuaalomvang: C-f3. Pedaalomvang: C-d1. Winddruk: 90 mm. WK (Man. 1, Pedaal), 96 mm. WK (Man. 2).

Koororgel

Het koororgel is gebouwd door Gebr. van Vulpen in 1957 voor de Meander Medisch Centrum, locatie De Lichtenberg, in Amersfoort. Het koororgel is in 2015 overgeplaatst naar de St. Martinuskerk in Medemblik.

Externe links


Afbeeldingen

Exterieur

Interieur