Handelingen

IJmuiden, Kanaalstraat 250 - Nieuwe Kerk

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Nieuwe Kerk
Genootschap: PKN Hervormde gemeente IJmuiden-West
Provincie: Noord-Holland
Gemeente: Velsen
Plaats: IJmuiden
Adres: Kanaalstraat 250
Postcode: 1975BE
ISonneveld-index: 00611
Jaar ingebruikname: 1911
Architect: Forsyth, W.A. en Meppelink, G.
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument 520708

Geschiedenis

Architectonisch buitengewoon belangrijk neogotisch kerkgebouw met dakruiter in Anglicaanse (Engelse) stijl. Deze kerk is gaaf bewaard gebleven temidden van veel verwoesting en naoorlogse kaalslag in de rest van IJmuiden. In gebruik als kerk van een aparte Hervormde Gemeente IJmuiden-West, met ± Gereformeerde Bond signatuur, binnen de PKN.

Monumentomschrijving Rijksdienst

Aan de zuidzijde van de Kanaalstraat gelegen Hervormde KERK uit 1910-1911 genaamd Nieuwe Kerk met ERFSCHEIDING. De kerk werd in opdracht van de Nederduitsch Hervormde Gemeente te Velsen/IJmuiden gebouwd door de firma P. Heeren en Zonen in IJmuiden naar ontwerp van de Londense architect W.A. Forsyth en de Haarlemse architect G. Meppelink. Het aandeel van Forsyth resulteerde in een sterk door de anglicaanse kerkbouw beïnvloede neogotische architectuur. Het initiatief voor de bouw was afkomstig van dominee Hendrik Willem Creutzberg wiens dochter Clara Catharina Elisabeth op 26 augustus 1910 de eerste steen legde. De keuze voor een kruisvormige plattegrond met een dooptuin in het koorgedeelte hing samen met het streven naar een liturgie die de gemeenschap meer actief liet deelnemen aan de eredienst. Het tussen de Kanaalstraat en de Kon. Wilhelminakade gesitueerde kerkterrein wordt zowel aan de voor- als achterzijde door een lage muur gescheiden van de openbare weg. Deze uit de bouwtijd daterende erfscheiding valt onder de bescherming.

N.B. De moderne laagbouw tegen de westgevel van de consistorie en het drieklaviers Pelsorgel uit 1964 maken geen deel uit van de bescherming.

Omschrijving

Driebeukige pseudobasiliek met een plattegrond in de vorm van een Latijns kruis, een rechte koorsluiting en tegen de rechter (W) transeptarm een evenwijdig aan het koor gesitueerde rechthoekige consistorie onder een zadeldak. De kerk is gedekt onder zadeldaken (middenschip, koor en transept) en lessenaardaken (zijbeuken). Op alle dakvlakken liggen rode OVH-pannen. De kruising wordt bekroond door een ranke achtzijdige houten dakruiter met een achtkante zinkgedekte spits waarop een kruis. De buitengevels zijn gemetseld in rode genuanceerde handvormsteen waalformaat in Vlaams verband met platvolle voeg en voorzien van een hoge plint. Onderaan de puntgevels en de schuin beëindigde gevelvlakken bevindt zich een schouder met zadeldakje. De horizontaal beëindigde muurdelen worden bovenaan afgesloten door getrapt uitkragend metselwerk waaronder een tandlijst. De enigszins terugliggende vensters hebben in rode profielsteen gemetselde stijlen, dorpels en dagkanten, met op de snijpunten daarvan zandsteen. Het merendeel van de vensters is voorzien van pastelkleurig glas in lood.

De voorgevel (N) heeft in het verlengde van het middenschip een tussen steunberen ingeklemde portaaluitbouw met lessenaardak waarin een risalerende spitsboogportiek onder een topgevel voorzien van vlechtingen. De via een drie treden tellende stoep van rode genuanceerde baksteen bereikbare portiek is voorzien van een met staande rabatplanken beklede dubbele spitsboogdeur met smeedijzeren deurbeslag. De aanzetten van de spitsboog zijn uitgevoerd in grijze natuursteen. Ter weerszijden van de ingang heeft het portaal twee kleine gekoppelde korfboogramen binnen een rechthoekig spaarveld. Boven de portaaluitbouw neemt een groot spitsboogvenster een groot deel van de voorgevel in beslag. De door steunberen in vier traveeën gelede zijbeuken zijn aan de zijde van de voorgevel gesloten. In de buitenste zijbeukstraveeën bevindt zich een door een gemetselde stijl en dito getoogde kalven in vieren gedeeld Tudorboogvenster; de binnenste traveeën zijn voorzien van een vergelijkbaar, maar breder en getoogd zesruits venster. De zijbeuken zetten zich voort tegen de noordgevel van het transept en zijn daar voorzien van eenzelfde venster in de buitenste travee en een smal tweeruits venster in de smalle binnenste travee. In de door steunberen geflankeerde transeptgevels bevindt zich een groot spitsboogvormig spaarveld waarin drie smalle en hoge spitsboogvensters en bovenin een rondnis. Op een dubbele deur na is de zuidgevel van het transept, evenals de zijmuren van het koor gesloten. In de door steunberen geflankeerde sluitzijde (Z) van het koor bevindt zich een groot spitsboogvenster als voor, maar hier deels voorzien van gebrandschilderd glas. Tegen de westzijde van het koor is de rechter zijbeuk voortgezet om plaats te bieden aan een orgel. In de zuidzijde hiervan bevinden zich twee smalle vensters boven elkaar. De rechthoekige consistoriekamer sluit via een tussenbouw met lessenaardak aan tegen de westelijke transeptarm. In de door overhoekse steunberen geflankeerde kopse zuidgevel van de consistorie bevindt zich een hoog kruisvenster. De oostgevel van de consistorie heeft in het midden een steunbeer en ter weerszijden een venster als in de portaaluitbouw van de voorgevel. In de aangrenzende smalle zuidgevel van de genoemde tussenbouw bevindt zich een getoogde dubbele deur met tweedelig bovenlicht.

Het INTERIEUR verkeert nog grotendeels in de oorspronkelijke staat. Achter de voordeur ligt een eikenhouten portaal met in beide zijden een eikenhouten dubbele deur waarin glas in lood. Het middenschip wordt gescheiden van de zijbeuken door achtkante pijlers van rode handvormsteen waarop dito spitsbogen. Naast alle pijlers en bogen zijn ook de venster- en deuromlijstingen in de kerk en de consistorie uitgevoerd in schoonmetselwerk van rode handvormsteen. Voor het overige zijn de wanden gepleisterd. De vensters in de zijbeuken zijn gevat in spaarvelden die tot aan de vloer doorlopen. De zware vieringspijlers dragen laag aangezette spitsbogen rond een vierdelig kruisgraatgewelf. Het middenschip, de transeptarmen, en het koor worden overwelfd door een eveneens gestuct spitstongewelf dat door gordelbogen geleed wordt. Onder deze tongewelven die minder breed zijn dan de onderliggende ruimte bevinden zich eikenhouten trekbalken rustend op korte muurstijlen voorzien van korbelen. De muurstijlen zijn geplaatst op hardstenen consoles. Het oorspronkelijke bankenplan is nog vrijwel intact. In het middenschip en de viering staan sobere eikenhouten banken die zich over de volle breedte uitstrekken. De transeptarmen hebben identieke banken dwars op die in het middenschip. Op de vloer, ook die van de gang naar de consistorie, liggen hardstenen tegels. De dooptuin in het koor heeft een verhoogde witmarmeren vloer afgesloten door een neogotisch doophek van eikenhout waartegen rechts een achthoekige neogotische preekstoel met op de zandstenen voet een via een dito trap waarlangs een smeedijzeren leuning bereikbare eikenhouten kuip die evenals het klankbord erboven verfraaid is met rijk houtsnijwerk. De wanden van het koor zijn evenals de achterwanden van het transept voorzien van een hoge eikenhouten paneellambrisering. Voor de rechter (W) koorwand staat de speeltafel van het in de nis erboven opgestelde Maarschalkerweerdorgel uit 1911 (in 1939 gewijzigd door Flentrop). Dit tweeklaviers koororgel telt 16 registers. Het grote koorvenster toont middenboven het bouwjaar ""1911"", waaronder een vuurtoren en een banderol met de tekst ""ET LUX IN TENEBRIS LUCET"" (en het Licht verlichtte de duisteris). Tot de nog grotendeels aanwezige oorspronkelijke inventaris behoren onder meer geelkoperen kroon- en wandluchters, een in het middenschip hangend scheepsmodel, een zandstenen doopvont, een avondsmaaltafel en een neogotische zetel met hoge rug. De deuren in de kerk en de nevenruimten zijn uitgevoerd als eikenhouten meerpaneelsdeuren. Van de dubbele deuren in de zuidgevel van het transept leidt de linker (O) naar buiten en de rechter (W) naar een op de buitendeur tussen consistorie en koor uitkomende gang waaraan de nevenruimten gesitueerd zijn. In de consistorie en de aangrenzende gerfkamer bevindt zich onder meer een schouw met een gepleisterde bovenboezem en een door een houten kroonlijst afgesloten onderboezem uitgevoerd in schoonmetselwerk van rode handvormsteen. De getoogde haardopening is bekleed met groene geglazuurde baksteen.

De ERFSCHEIDING langs de Kanaalstraat en de Kon. Wilhelminakade bestaat uit een lage, door een ezelsrug afgedekte muur van (oranje)rode handvormsteen waalformaat in kruisverband met snijvoeg. Middenvoor, ter plaatse van het pad naar de hoofdingang, wijkt de muur met kwartronde hoeken terug ter weerszijden van een houten toegangspoort (""lychgate"") bestaande uit een lage dubbele poort met uitgespaarde vierpasmotieven tussen twee geschoorde stijlen die een schilddak dragen waarop rode OVH-pannen.

Waardering

De Nieuwe Kerk met bijbehorend interieur en erfscheiding is van algemeen belang wegens architectuur- en cultuurhistorische waarde als gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een hervormde kerk uit het eerste kwart van de 20ste eeuw, opgetrokken in een door de anglicaanse kerkbouw beïnvloede neogotische bouwtrant.

Gebouwomschrijving SKKN

Het kerkgebouw van de Hervormde Gemeente staat bekend als Nieuwe Kerk en is gelegen tussen de Kanaalstraat en de Wilhelminakade. Het gebouw is ontworpen door architect G. Meppelink te Haarlem, in samenwerking met zijn collega W.A. Forsyhte te Londen. Dankzij hun samenwerking staat op Hollandse bodem een kerk waarin de invloed van de Anglicaanse kerkbouw duidelijk naar voren komt. IJmuiden is ontstaan in 1876 met de opening van het Noordzeekanaal. Kerkelijk behoorde het tot Velzen. In 1878 werd het 'Comité ter Evangelisatie te IJmuiden' opgericht. Deze vereniging richtte zich op het stichten van een zelfstandige Hervormde gemeente in IJmuiden. Omstreeks 1880 kreeg men de beschikking over een eigen gebouw. Na de eeuwwisseling bleek dit te klein voor de groeiende gemeente. Het initiatief tot de bouw van een nieuwe kerk werd genomen door ds. H.W. Creutzberg, die in 1907 naar IJmuiden was gekomen. Hij gaf bovengenoemde architecten opdracht tot het ontwerpen van de kerk. De bouw werd gegund aan aannemer P. Heere & Zonen te IJmuiden voor een bedrag van fl. 68.000,-. De Nieuwe Kerk kon in gebruik genomen worden op zondag 16 juli 1911. De kerk is een rood bakstenen gebouw met een rood pannen dak en ligt binnen een ommuurd terrein. Bij het betreden van het kerkterrein vanaf de Kanaalstraat (aan de noordzijde) valt direct het typisch engelse toegangshek op met het afdak. Het koor van de kerk is gericht op het zuiden. Tot het oorspronkelijke complex behoren ook een consistoriekamer, oorspronkelijk bestemd als cathechisatielokaal, en een gerfkamer, oorspronkelijk bestemd als consistorie (zie plattegrond). De Nieuwe Kerk heeft model gestaan voor de Duinoordkerk te Den Haag, waar ds. Creutzberg in 1920 het ambt van predikant aanvaardde en waar hij ook betrokken was bij de bouw. In 1958 is een bijgebouw met zalen, De Rank, naast de kerk geplaatst (aan de westzijde) en er met een hal mee verbonden. De entree ligt aan de Wilhelminakade. In 1987 is de kerk op de provinciale monumentenlijst geplaatst en in 2001 volgde de aanwijzing als rijksmonument. De waarde van het gebouw wordt bepaald door de invloed van de anglicaanse kerkbouw, de doorwerking van nieuwe inzichten omtrent liturgie in het begin van de 20ste eeuw en de gaaf gebleven hoofdvorm en detaillering. In de jaren 1999-2001 werd de kerk gerestaureerd.

Orgels

Hoofdorgel

Het hoofdorgel is in 1964 als opus 581 gebouwd door de firma B. Pels & Zoon (Alkmaar). Adviseur is Mr A. Bouman, die hier de kans krijgt en grijpt om door hem bedachte registers met ongebruikelijke constructies en samenstellingen toe te passen. Zo verschijnen in dit orgel een Aliquoteen, Kegelpijp, Quintreseptnone en een Cantus firmus 5 sterk. Het pijpwerk van acht registers is afkomstig uit het vorige orgel van deze kerk (Maarschalkerweerd, 1911). In 2002 reinigen M. Rijke en A. Rijke (IJmuiden) het instrument en wijzigen de dispositie, d.w.z. zij vervangen alle Bouman-registers door meer gang- en bruikbare.

Koororgel

Het koororgel is oorspronkelijk gebouwd door firma Maarschalkerweerd in 1911. Veel pijpwerk van het koororgel is destijds gebruikt voor het hoofdorgel van Pels (1964). Een groep vrijwilligers heeft in 1993 het koororgel weer bespeelbaar gemaakt, men heeft o.a. gebruik gemaakt van het pijpwerk vanuit de St. Jozefkerk in Amsterdam.

In de media

  • Uit Nieuwe Rotterdamsche Courant, 17 Juli 1911.

Men schrijft ons uit IJmuiden: IJmuiden, het jeugdige zeestadje van ongemeen snellen groei heeft in de laatste jaren behalve vele stratenvormende huizenrijen en een aantal alleenstaande woningen van zekere weelde, naar de behoefte der bestaande gezindten ook eenige kerken ontvangen. Al eerder bouwden er de Gereformeerden, de Roomsch-Katholieken, de leden van de gemeente der Oud-bisschoppelijke Clerezie, der Apostolische gemeente en van den Ned. Protestantenbond hunne bedehuizen. Dit voorbeeld is nu door de Hervormden gevolgd. Hunne nieuwe kerk. die het vroegere evangelisatiegebouw zal vervangen, is gisteren op plechtige wijze in gebruik genomen. Deze kerk maakt een ongewonen indruk. Het is een hecht gebouw, niet hoog en in kruisvorm, waarvan het tweeledig dak door hel-roode pannen is gedekt. Als versiering draagt de kerk een aardig torentje, een zoogenaamden dakruiter, waarin een luiklok hangt. Het metselwerk vertoont de bekende, grof gevoegde steenen van ongelijke kleur (mengeling van rood), welke aan het oude doen denken en ook daarom bij de restauratie van merkwaardige gebouwen in Nederland tegenwoordig veel worden gebruikt. Het terrein is aan twee wegen afgesloten door lage muren, in het midden waarvan zich houten toegangshekken bevinden. Het hoofdhek aan de voorzijde (den Rijksweg), wordt beschermd door een roodpannig dak. Deze muren en deze dakpoort spreken terstond van Engelschen invloed bij den bouw van dit bedehuis. De eerste architect is de heer W. Forsyth te Londen; medewerker van dezen is de heer G. Meppellink te Haarlem. Met uitzondering misschien van de kleinere vensters doet het geheel van den bouw, ook om de vrij lage gewelven, aan eenvoudige, vroege gothiek denken, voor den protestantschen bezoeker dezer kerk is vooral het koor iets gansch ongewoons. Dit koor ligt drie treden hooger, heeft een eenvoudige, doch kostbare lambrizeering van eikenhout en wordt door een passend hek van het grootere kerkdeel afgescheiden. Een groot gothisch raam van gekleurd glas laat van boven het licht toe, dat den kerkganger op Zondagmorgen vrome stemming zal brengen. Hoog in het venster vertoont zich, boven het jaartal 1911, de gelijkzijdige driehoek als zinnebeeld van de heilige Drievuldigheid en van de alomtegenwoordigheid van God: lager prijkt de brandende vuurtoren in het sprekend zegel der Hervormde gemeente van IJmuiden, met de woorden: Et lux in tenebri lucet (En het licht schijnt in de duisternis, Johannes 1 : 5). Op den koorvloer van wit marmer met een donkeren rand staan de (blijvende) eikenhouten tafel voor de Avondmaalsviering en een doopvont van zandsteen. De tafel wordt gedekt door een roodachtig kleed met schoon borduursel: gouden korenaren (brood), paarse druiven (wijn) en groote bladeren. In een nis aan de rechterzijde van het koor zal een orgel komen. De predikstoel rechts voor het koor is eenvoudig en van bescheiden afmeting. Op het koor, of onmiddellijk erbij, is aldus elk onderdeel van den dienst aanwezig: de lofzang der gemeente (orgel), de verkondiging van het Evangelie (kansel), de bediening der sacramenten (vont en tafel). En heel het koor, dat verhoogd is en volop licht heeft, spreekt van de hoofdzaak in den eeredienst: de aanbidding. Indien er al deskundigen zijn, die tegen de bouwwijze in onderdeel of geheel hunne bezwaren hebben, geen hunner zal weigeren om zijne sympathie te schenken aan het hier betoonde streven om in te gaan tegen die protestantsche eenzijdigheid, welke al te vaak tot den bouw van smakelooze kerken heeft geleid. Deze kerk, met haar kruisvorm, zuilen, bogen en koor, heeft niets van die door protestanten veeltijds verkozen stijllooze, zaalachtige kerkruimten, welke tot berging van menschen moeten dienen. Het is eene kerk naar ernstige gedachten. In den inwijdingsdienst spraken de predikanten Dr. E. Borger (Amsterdam), ds. P.E. Barbas (Haarlem) en Ds. H.W. Creutzberg. de voorganger der gemeente, die met anderen voor den bouw der nieuwe kerk, welker kosten de som van negentig duizend gulden beloopen. alle krachten heeft ingespannen. Aan deze feestelijke samenkomst in de nieuwe kerk ging, des morgens vroeg, een afscheidsdienst vooraf in het oude kerkje, waarin men dertig jaren - lang genoeg om bij menschen gehechtheid aan eene plaats te kweeken – godsdienstoefeningen heeft gehouden.

  • Uit Reformatorisch Dagblad, 17 september 2011.

De kerk van de hervormde gemeente IJmuiden-West, de Nieuwe Kerk, bestaat honderd jaar. Zondag wordt er een herdenkingsdienst gehouden waarin de predikant van de gemeente, ds. L.P.J. van Bruggen, zal voorgaan. De gemeente organiseert nog meer jubileumactiviteiten. Zo wordt zaterdag de tentoonstelling ”100 jaar Nieuwe Kerk” geopend en een jubileumboek gepresenteerd. Als in 1865 het Noordzeekanaal opengaat, ontstaat er rond het Sluisplein een nederzetting die kerkelijk gezien onder de hoede van de kerkenraad van Velsen valt. Van hieruit wordt in IJmuiden zondagsschoolwerk verricht en hebben er Bijbellezingen plaats. Er komt een ”comité ter evangelisatie”. In 1880 wordt er een eigen kerkgebouw betrokken en twee jaar later volgt de benoeming van een evangelist (godsdienstonderwijzer). In 1907 doet de eerste predikant, ds. H. W. Creuzberg, zijn intrede. De gemeente groeit. In 1911 komt het tot de bouw van de Nieuwe Kerk. Het bedehuis in neogotische stijl is ontworpen door de Londense architect W. F. Forsyth. De Nieuwe Kerk is een rijksmonument. Het bijzondere gebouw is van 1999 tot 2001 ingrijpend gerestaureerd.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur