Handelingen

Heiloo, Kennemerstraatweg 464 - Kapel O.L. Vrouw van Lourdes

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Kapel O.L. Vrouw van Lourdes
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Noord-Holland
Gemeente: Heiloo
Plaats: Heiloo
Adres: Kennemerstraatweg 464
Postcode: 1851AV
Inventarisatienummer: 05617
Jaar ingebruikname: 1940
Architect: Thunnissen, H.J.W.
Huidige bestemming: cultuurkoepel
Monument status: Rijksmonument 515983

Geschiedenis

Grote, beeldbepalende koepelkerk.

In 1929 stichtten de Broeders van Onze Lieve Vrouw van Lourdes uit Dongen (NB) een psychiatrisch centrum. Het kreeg de naam van de H. Willibrordus. Als locatie werd gekocht de grond van het voormalige landgoed Ypestein. Dit landgoed was in 1616 gebouwd voor de zoon van de burgemeester van Amsterdam. Hij bewoonde een grachtenhuis. En Ypestein werd zijn buitenhuis. Later verrees er ook de boerderij Groot Ypestein. In de loop van de 18de eeuw verviel het landgoed met de daarop staande gebouwen. En in de Napoleontische tijd is het geheel voor afbraak verkocht. Na afbraak hebben de stenen weer elders dienst gedaan.

Na de stichting van de Willibrordusstichting in 1929 groeide langzaam maar zeker een groot gebouwencomplex voor het psychiatrisch centrum. De verschillende paviljoens kregen fraaie namen. Centraal aan de wegzijde stond de voorgevel met het gebouw Glorieux als linkervleugel en gebouw Aloysius als rechtervleugel. Dan waren er de paviljoens Cornelius, Jozef, Paulus en Vincentius. Verder waren op het terrein te vinden een wasserij, een kleermakerij en een schoenmakerij. Dan waren er een zwembad, een sportzaal, twee voetbalvelden, activiteitenlokalen en een cultureel centrum. Uiteraard was er een centrale keuken. Er waren tuinkassen en tenslotte was er een mortuarium en een begraafplaats. Voor een aantal personeelsleden waren er bedrijfswoningen. Vanaf het begin was er een kapel voor zondagse erediensten. Het was een noodgebouw dat op een goed moment vervangen zou moeten worden door een definitief gebouw. Het gebouw deed al gauw ook dienst als cultureel centrum.

Een van de laatste definitieve bouwwerken is de grote koepelkerk, in de jaren 1937 tot 1940 gebouwd naar een ontwerp van de architecten H.J.W. Thunnissen en J.H. Hendriks. De toenmalige bisschop van Haarlem, Mgr. Huibers, heeft de kerk in 1940 gewijd. In de wijde omgeving is de grote koepel ook vandaag de dag nog een fraai oriëntatiepunt. De kerk is gebouwd in een stijl die verwant is aan de Delftse School.

Opvallend zijn de twaalf ranke kolommen die het dak dragen. Ze suggereren een enorme ruimte. De twaalf zuilen vertegenwoordigen de twaalf apostelen. Samen maken ze een overspanning van 20 meter mogelijk. Er zijn vier grote kerkramen. De ontwerpen voor die ramen zijn van de benedictijner monnik A. Beekman. Glazenier Trautwein uit Haarlem heeft de ramen gemaakt. De beide ramen in de noordmuur geven afbeeldingen uit het Oude Testament. De beide ramen in de zuidmuur laten afbeeldingen zien uit het N ieuwe Testament.

Wie rustig de ruimte op zich laat inwerken en om zich heen kijkt zal allerlei kunstwerken ontdekken. P. Biesiot maakte het kruis achter het hoofdaltaar. De altaarbeelden zijn van J. Harris en N. Witteman. De kruiswegstaties zijn fresco’s, gemaakt door M. Lau van de kunstacademie van Maastricht. Sedert 1954 is de spits van de koepel voorzien van een wereldbol met daar bovenop een kruis dat ’s avonds groen verlicht is.

Pas na de Tweede Wereldoorlog, in 1950, plaatste de firma B. Pels & Zoon te Alkmaar in 1950 het huidige orgel (Rijksmonument) met drie manualen en vrij pedaal.

De Willibrordus Stichting wordt nu niet meer beheerd door de broeders van Onze Lieve Vrouw van Lourdes. Het is nu een van de ziekenhuizen van de geestelijke gezondheidszorg Noord-Holland. De kapel heeft niet meer een specifieke katholieke bestemming maar is een oecumenisch centrum geworden. (BS)

Monumentomschrijving Rijksdienst

De aan Onze Lieve Vrouw van Lourdes gewijde KAPEL, als onderdeel van het complex 'Sint Willibrordus', is gelijktijdig (1938-1940) gebouwd met het middendeel van het hoofdgebouw waarmee het bouwkundig één geheel vormt. Niet alleen het exterieur, maar ook het interieur van de kapel verkeert nog vrijwel geheel in de originele staat. Zo zijn de hoofd- en zijaltaren en de kerkbanken bewaard gebleven, evenals de in de jaren vijftig aangebrachte gebrandschilderde ramen van de Haarlemse glazenier K. Trautwein. Het bankenplan is naderhand enigszins ingekort om ruimte te maken voor een modern, centraler gelegen hoofdaltaar. In 1950 kreeg de kapel een groot Pels-orgel met drie manualen en pedaal. De kapel is nog steeds in gebruik als kerkruimte.

Beschrijving

Door een rijk uitgewerkte koorpartij met het hoofdgebouw verbonden ronde koepelkerk met een 24-zijdige tamboer en een hoog dito tentdak bekleed met koper en bekroond door een halve wereldbol met kruis. De hoofdingang is ondergebracht in een ondiepe rechthoekige aanbouw tegen de oostzijde met een zadeldak van gesmoorde verbeterde Hollandse pannen. Het uitwendige muurwerk van de kapel is voorzien van een gemetselde plint en evenals het hoofdgebouw uitgevoerd in gele genuanceerde machinale baksteen waalformaat in kettingverband met licht achteroverhellende voeg. De hoge rondbouw wordt op regelmatige wijze geleed door zes paar lisenen waartussen behalve aan de kant van de koor- en de ingangspartij vier series van zeven (2-3-2) langwerpige rondboogvensters. Het muurwerk wordt afgesloten door een 24-zijdige betonnen bakgoot op dito klossen die zich voortzet langs het koordak. De overgang van de rondbouw naar de tamboer wordt gevormd door een omgaand 24-zijdig koperen lessenaarsdak. De relatief lage 24-zijdige tamboer wordt op dezelfde wijze door lisenen geleed als de rondbouw en is halfweg tussen elke twee paar lisenen voorzien van een rondvenster (totaal zes). Het muurwerk van de tamboer wordt eveneens afgesloten door een 24-zijdige betonnen bakgoot op klossen.

In de als topgevel uitgevoerde en door een gemetselde klokkenstoel bekroonde voorgevel (O) van de uitgebouwde hoofdingang is een rondboogportaal uitgespaard met kwartronde hoekzuilen van lichtgrijs graniet, getrapt gemetselde dagkanten en dito archivolten die omgeven zijn door tufstenen reliëfs met symbolen ontleend aan de Litanie van Maria. De via een brede gemetselde trap bereikbare dubbele eikenhouten portaaldeur is diagonaal beschoten rond twee op ooghoogte aangebachte ruitvormige raampjes. Het halfronde bovenlicht boven de deur wordt in drieën gedeeld door twee gesneden stijlen in de vorm van engelen die bloemslingers vasthouden. Boven het portaal zijn drie rondboogvensters aangebracht waarvan het middelste hoger is. Ter weerszijden van het portaal zit een paar kleinere dito vensters. De beide zijgevels van de aanbouw tellen drie rondboogvensters en worden afgesloten door een betonnen bakgoot op dito klossen. In de rechterzijgevel (N) zijn deze drie vensters hoger geplaatst en zit rechtsonder nog een klein rondvenster. Alle vensters van de aanbouw zijn voorzien van non-figuratief glas-in-lood in pastelkleuren. De koorpartij tegen de westzijde van de kapel is samengesteld uit een hoog, van een halfronde absis voorzien koor met ter weerszijden lagere bouwdelen van twee bouwlagen met plat dak die de verbinding vormen met de divergerende zijvleugels van de binnenhof: aan de zuidzijde de voormalige broederkapel (nu dagkapel) en aan de noordzijde de vroegere novicenkapel en de sacristie. Beide kapellen zijn voorzien van rondboogvensters: drie bovenin de westgevel van de novicenkapel en bij de broederskapel zeven in de oostgevel en vier paar in de westgevel. Het koor heeft bovenin beide zijgevels drie rondboogvensters en een flauw, eveneens met koper gedekt zadeldak. In de halfronde absis tegen de door een natuurstenen kruis bekroonde sluitmuur van het koor bevinden zich vier rondvensters. Direct boven deze rondvensters loopt een zevenzijdig rondboogfries op ruitvormige natuurstenen kraagstenen waarboven het muurwerk eveneens zevenzijdig opgetrokken is. Ook de op betonnen klossen rustende bakgoot erboven en het absisdak heeft een zevenzijdige vorm. Aan de zijde van de binnenhof loopt rond de absis en langs beide kapellen een open galerij van gemetselde pijlers waartussen dito segmentbogen met natuurstenen aanzetstenen. De gang boven het vlakke betonnen plafond van de galerij is voorzien van kleine rondvensters en een met gesmoorde romaanse pannen gedekt lessenaarsdak, dat zich voortzet boven de twee rechthoekige uitbouwen in de noordoost- en zuidoosthoek van de binnenhof. In de zijmuur van deze uitbouwen zit een deur die via een gemetselde trap toegang geeft tot de binnenhof. In het interieur van de kapel staan in een wijde cirkel zes paar twaalf meter hoge betonnen zuilen (de twaalf apostelen symboliserend) die voorzien zijn van blokvormige, aan de kopse zijden onderaan afgeschuinde kapitelen waarop een 24-zijdige betonnen ring rust die het koepelgewelf draagt. Dit ter hoogte van de tamboer aangebrachte 24-delige schaalgewelf heeft een diameter van 20 meter en is uitgevoerd in schoonmetselwerk van afwisselende banen kloostermoppen en handvormstenen waalformaat (in verband met de accoustiek). Ter plaatse van de zes rondvensters van de tamboer zijn lunetten gemetseld. De genoemde betonring is geprofileerd als kroonlijst en wordt door betonnen radiaalbalken waarop een omgaande betonnen plafondplaat verbonden met een tweede betonring bovenop de buitenmuren. De betonnen bouwdelen zijn afgewerkt met een ruwe pleisterlaag. De muren zijn aan de binnenzijde uitgevoerd in schoonmetselwerk van handgevormde gele genuanceerde kloostermoppen (formaat ca. 30 x 11 cm) in Vlaams verband met ruwe voeg, en worden op regelmatige afstand geleed door lisenen. Ter hoogte van de dwars-as bevindt zich zowel links als rechts een tussen twee lisenen ingeklemde lage risaliet waarin twee eikenhouten rondboogdeuren die toegang geven tot de achterliggende, uitgebouwde biechtruimten. Tussen deze deuren die voorzien zijn van een rondboograam in glas-in-lood is beeldhouwwerk aangebracht: links (Z) Maria Magdalena, rechts (N) Johannes de Doper (beide gaven voorbeelden van boetedoening). Alle vloeren in de kapel zijn betegeld met Solenhofener leisteen. De kerkruimte opent met een rondboog naar het koor waarvan de hoog gelegen vloer bereikbaar is via een uitwaaierende trap tussen twee halfronde uitbouwen. Deze zijn voorzien van een bronzen hek waarin christelijke symbolen zijn verwerkt (o.a. een fontein, kerk, schip, bijbel, mijter). Op de houten handlijst van het linker hek staat een bronzen adelaar, op die van het rechter een duif. Linksonder is in de rondboog een hoeksteen ingemetseld gedateerd 10 september 1938. Op de brede onderste trede van de convexe trap staat links en rechts van het midden een eveneens convex bronzen hek dat fungeert als communiebank en waarin symbolen voor de Eucharistie zijn verwerkt. De onderste traptrede zet zich uit- en inzwenkend langs de muur voort tot voorbij de vier zij-altaren in de eerste en derde travee ter weerszijden van het koor. De buitenste twee zijaltaren zijn geplaatst tegen een rondbogig spaarveld waarin een deels geschilderd en geglazuurd terracotta reliëf van de beeldhouwer J. Maris: links Jozef en rechts Willibrordus. De twee zij-altaren direct ter weerszijden van het koor zijn geplaatst in een halfronde, via drie convexe treden toegankelijke absis. In de achterwand hiervan is een sokkel aangebracht waarop links een Mariabeeld van P. Biesiot en rechts een Heilig Hartbeeld (beide van natuursteen). Alle trappen in de kapel hebben treden van crèmekleurige gepolijste kalksteen met contrasterende de stootborden van zwart marmer. De zij-altaren zijn uitgevoerd in licht-leverkleurige travertin oniciato, het hoofdaltaar in donkergrijze travertin antico. Laatstgenoemd altaar draagt een roodkoperen tabernakel en is geplaatst op een rechthoekig podium van drie treden vóór de halfronde koorabsis. De laatste heeft een half-bolvormig gewelf waarin vier rondvensters met in gebrandschilderd glas symbolen voor de Eucharistie. Het grote houten kruisbeeld achter het hoofdaltaar is eveneens vervaardigd door P. Biesiot. De Solenhofener tegels in het koor zijn ter onderscheid gepolijst. Het koor heeft een betonnen cassettenplafond bestaande uit negen casetten. De dwarsliggers hiervan rusten op een natuursteenblok waaronder een korte gemetselde wandpijler op een natuurstenen console. De drie rondboogvensters bovenin beide zijmuren van het koor tonen links (Z) Paulus, Christus en Johannes, en rechts (N) Lot, Melchisedek en Abraham. Daaronder opent het koor naar beide zijkapellen door middel van twee rondbogen rustend op een grijsgranieten pijler. De rondbogen zijn dichtgezet met glazen puien die gedeeltelijk weggeschoven kunnen worden zodat zonodig vanuit de broeders- en novicenkapel de mis in de kapel bijgewoond kon worden. Dit gold in het bijzonder voor de zieke broeders: de ziekenzaal grensde aan het balkon tegen de westwand van de broederskapel. Het balkon tegen de oostwand van de novicenkapel was bestemd voor bezoekers. Beide balkons hebben een zware opengewerkte balustrade van grenenhout met houtsneden van P. Biesiot. Ook de rondboogvensters in de zijkapellen zijn voorzien van gebrandschilderd glas. De drie ramen in de novicenkapel tonen de stichter van de orde S.M. Glorieux, Willibrordus en Adelbertus. In de ramen van de noordmuur van de broederskapel staat de verschijning van Maria aan Bernadette centraal. De zeven ramen in de zuidmuur tonen van links naar rechts de vier evangelisten, Liduina, Christus en Barbara. Het houten plafond van de broederskapel wordt gedragen door kinderbinten rustend op twee moerbalken waaronder consoles als in het koor; het houten plafond van de ondiepe novicenkapel rust op een enkelvoudige balklaag. De broederskapel heeft nog het oorspronkelijke bankenplan met eenvoudige eikenhouten banken. De vloeren en wanden van de broeders- en novicenkapel zijn uitgevoerd als in de kapel. De niet-genoemde deuren in de kapel zijn merendeels getoogde, horizontaal beschoten eikenhouten deuren. Aan de gebrandschilderde ramen in de kapel ligt een uitgebreid iconografisch programma ten grondslag. Centraal in elk van de vier groepen van zeven gebrandschilderde vensters staat Maria aan wie de kapel gewijd is. In de muren eronder zijn kruiswegstaties aangebracht in de vorm van een liggend spaarveld met fresco. De gebrandschilderde rondvensters van de tamboer stellen de zes scheppingsdagen voor. De eenvoudige eikenhouten kerkbanken hebben vlakke zijden waarin een kruismotief is gesneden. Boven de hoofdingang is tegen de oostmuur een eikenhouten balkon aangebracht. Dit vermoedelijk uit 1949 daterende balkon wordt ondersteund door vier achthoekige stijlen en heeft een in- en uitzwenkende vorm (concaaf-convex-concaaf) en een dito houten spijlenhek. De balkonvloer bestaat uit eikenhouten parket in visgraatpatroon. Het brede hoofdportaal wordt geflankeerd door zijportalen waarvan de zuidelijke voorzien is van twee toiletruimten uit de bouwtijd en de noordelijke van een naar de orgelruimte leidende bordestrap waaronder een bergruimte. De portalen hebben getoogde eikenhouten deuren, wanden en vloeren als in de kapel.

Waardering

De kapel is van algemeen belang wegens cultuur- en architectuurhistorische waarde als zorgvuldig ontworpen en gaaf bewaard gebleven historisch-functioneel hoofdonderdeel van het complex 'Sint Willibrordus'. De kapel heeft situationele waarde als hart van dit complex en vanwege de markante stedenbouwkundige situering aan de Kennemerstraatweg.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur