Handelingen

Dreumel, Rooijsestraat 63 - Barbara

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Barbara
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Gelderland
Gemeente: West Maas en Waal
Plaats: Dreumel
Adres: Rooijsestraat 63
Postcode: 6621AH
Inventarisatienummer: 11302
Jaar ingebruikname: 1868
Architect: Tulder, H.J. van
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument 523073


opname 17-11-2010 © André van Dijk Veenendaal
opname 17-11-2010 © André van Dijk Veenendaal
opname 17-11-2010 © André van Dijk Veenendaal
opname 17-11-2010 © André van Dijk Veenendaal
opname 17-11-2010 © André van Dijk Veenendaal
opname 17-11-2010 © André van Dijk Veenendaal
opname 17-11-2010 © André van Dijk Veenendaal
opname 17-11-2010 © André van Dijk Veenendaal


Geschiedenis

De kerk is in de jaren 2002-2005 gerestaureerd. In de RK Titus Brandsmakerk te Oss is een nieuw orgel geplaatst, afkomstig uit een Protestantse kerk. Het oude orgel uit 1968 is verkocht aan de kerk van Dreumel.

Monumentomschrijving Rijksdienst

Kerk

De R.K. KERK, toegewijd aan H. BARBARA, staande aan de Rooijsestraat, is een in 1868-1869 naar ontwerp van de Tilburgse architect H. van Tulder in neo-gotische stijl gebouwde kruisbasiliek met toren, waarvan de onderbouw dateert uit 1870-1871 en de bovenbouw uit 1925-1926. Als gevolg van zware beschietingen van oktober tot december 1944 is de kerk en vooral de toren ernstig beschadigd. In 1945 werd herstel uitgevoerd door architect H. van de Leur uit Nijmegen. Hij bouwde in 1946 een nieuwe sacristie. Pas in 1960 werden de klokkenverdieping en de spits van de toren voltooid.

De kerk bezit een interessante inventaris, die voor wat betreft de kleinere mobilia stukken omvat vanaf het midden van de 18de eeuw tot circa 1950. Het meeste groot meubilair is vervangen, zoals het hoogaltaar in 1950 en de communiebanken in 1956-1957. Van de oorspronkelijke altaren is alleen het Maria-altaar bewaard. Vermeldenswaardig zijn verder de neo-gotische biechtstoelen, een bidstoel, het triomfkruis en enkele heiligenbeelden.

Omschrijving

De neo-gotische kerk heeft een basilicale opzet en is gebouwd op een rechthoekig grondplan met een enkelvoudig transept, waarvan de armen één travee buiten de totale schipbreedte uitsteken. Het priesterkoor bestaat uit drie traveeën met een vijfachtste sluiting, waarvan de eerste travee in open verbinding staat met de rechtgesloten zijkoren. Aan de ingangszijde bevindt zich een uitspringende, vierkante toren. Tegen de eerste travee van de linkerzijbeuk werd in 1960 een zeshoekige doopkapel gebouwd.

De kerk en de toren zijn opgetrokken in baksteen. Natuursteen is toegepast voor de cordonlijsten, afzaten en venstertraceringen. In het interieur is alles gepleisterd, alleen de bakstenen gewelfvelden zijn in het zicht gelaten. Het metselwerk is uitgevoerd in kruisverband.

Rondom loopt een uitgemetselde plint. Het schip heeft een zadeldak met toelopend dakschild van het koor. Op de kruising met het zadeldak van het transept bevindt zich een ranke dakruiter met spits. Lessenaardaken dekken de zijbeuken. De dakvlakken zijn gedekt met leien in Maasdekking. De torenspits is gedekt met leien in Rijndekking.

De symmetrische VOORGEVEL bestaat uit de naar voren gebouwde toren op een vierkante plattegrond. De gevelvlakken ter weerszijden van de toren vormen de rechte afsluiting van de zijbeuken. De TOREN werd aanvankelijk slechts tot op de nokhoogte van het kerkdak opgetrokken. In 1925 werd de bovenbouw van de toren voltooid door architect Van Aalst, die het oorspronkelijke ontwerp van Van Tulden een weinig heeft gewijzigd. Na de oorlogsschade van 1944 herbouwde architect H. van de Leur pas in 1960 de klokkenverdieping en de spits, in een iets vereenvoudigde vorm. De toren is circa 60 meter hoog en bestaat uit zes, door cordonlijsten van elkaar gescheiden, geledingen met blinde spaarvelden, spitsboogvormige vensters en aan iedere zijde drie spitsbogige galmgaten. De toren wordt geschoord door overhoeks geplaatste steunberen aan de frontzijde. De toegang bevindt zich in de toren aan de voorzijde en bestaat uit een houten dubbeldeur met smeedijzeren beslag en een spitsboogvormig bovenlicht voorzien van glas-in-lood in een natuurstenen tracering. Ter weerszijden een blindnis, waartegen een beeld van respectievelijk Maria en Jozef is geplaatst.

De LINKERZIJGEVEL toont de zes traveeën van het schip en het transept met ter linkerzijde de drie koortraveeën met koorsluiting en ter rechterzijde de uitgebouwde toren en doopkapel. Het gevelvlak van de zijbeuk bevat zes spitsboogvormige vensters, voorzien van kleurloos glas-in-lood met natuurstenen tracering. Tussen de vensters en op de hoeken zijn steunberen geplaatst. Het middenschip rijst boven de zijbeuk uit met zes spitsboogvormige vensters, waartussen steunberen. Tegen de eerste travee is in 1960 een zeshoekige doopkapel gebouwd onder een met leien gedekt schilddak. De transeptgevel is voorzien van een topgevel. Het gevelvlak, geflankeerd door steunberen, bevat een hoogopgaand, spitsboogvormig venster, voorzien van kleurloos glas-in-lood met natuurstenen tracering. In de geveltop een lancetvenster. De koortraveeën bevatten eveneens spitsboogvormige vensters met kleurloos glas-in-lood in een natuurstenen tracering. Aan deze zijde bevinden zich twee aanbouwen, verschillend in hoogte, onder een lessenaardak. De ACHTERGEVEL wordt gevormd door de vijfachtste sluiting, waarin spitsboogvormige vensters met een natuurstenen tracering tussen steunberen zijn geplaatst. De drie middelste venster zijn voorzien van figuratief glas-in-lood (1961).

De RECHTERZIJGEVEL toont de zes traveeën van het schip en het transept met ter rechterzijde de drie koortraveeën met koorsluiting en ter linkerzijde de uitgebouwde toren. Het gevelvlak van de zijbeuk bevat zes spitsboogvormige vensters, voorzien van kleurloos glas-in-lood met natuurstenen tracering. Tussen de vensters en op de hoeken zijn steunberen geplaatst. Het middenschip rijst boven de zijbeuk uit met zes spitsboogvormige vensters, waartussen steunberen. Tegen de eerste travee is het tussenlid geplaatst dat de kerk met de pastorie verbindt. De transeptgevel is voorzien van een topgevel. Het gevelvlak, geflankeerd door steunberen, bevat een hoogopgaand, spitsboogvormig venster, voorzien van kleurloos glas-in-lood met natuurstenen tracering. In de geveltop een lancetvenster. De koortraveeën bevatten eveneens spitsboogvormige vensters met kleurloos glas-in-lood in een natuurstenen tracering. Aan deze zijde werd in 1946 een sacristie gebouwd.

Het INTERIEUR is geheel bepleisterd, alleen de bakstenen gewelfvelden zijn in het zicht gelaten. De wandopbouw van het middenschip toont een arcadereeks. Opmerkelijk is de vlakvulling tussen de arcades en de lichtbeukzone waar een soort vensterbanktriforium wordt oversneden door een binnen een gelijkzijdige spitsboogdriehoek opgenomen driepasvormige tracering. In feite wordt deze zone gevormd door een blinde voortzetting van de lichtbeukvensters ter hoogte van de aansluitende dakconstructie van de zijbeuken. De muurvlakken met de boogzwikken boven de schiparcaden waren oorspronkelijk met figurale voorstellingen beschilderd. De bundelpijlers zijn voorzien van bladkapitelen ter hoogte van de aanzet van de gordelbogen en de ribben van het bakstenen kruisgewelf. Tegen de bundelpijlers van het schip zijn op neo-gotische consoles twaalf 1.60 meter hoge heiligenbeelden geplaatst. In de zijbeuken, die eveneens in baksteen zijn overwelfd zijn voor de opvang van de gewelfribben schalken met bladloze kapitelen toegepast. Aan de torenzijde is de kerk door een spitsboog met de zangerstribune in de toren verbonden. Van de oorspronkelijke altaren is het Maria-altaar bewaard. Verder zijn onder meer van belang de neo-gotische biechtstoelen, een bidstoel, het triomfkruis en enkele heiligenbeelden.

Waardering

Aan de Rooijsestraat gelegen bakstenen, neogotische R.K. PAROCHIEKERK, gewijd aan H. BARBARA, kruisbasiliek met toren, met leien gedekt, gebouwd 1868-1869 naar ontwerp van architect H. van Tulder. - Van architectuur-historische waarde vanwege het bouwtype en de bouwstijl, vanwege de plaats in het oeuvre van H. van Tulder, vanwege de gaafheid van de hoofdvorm en de detaillering en vanwege de gaafheid van het interieur en de inventaris. - Van stedenbouwkundige waarde vanwege het silhouet in het dorpsbeeld en de ongeschonden relatie met de omgeving. Ensemblewaarde in relatie tot de ter rechterzijde gelegen pastorie. - Van cultuurhistorische waarde vanweg de verschijningsvorm en de bestemming als godshuis, welke zijn verbonden met de religieuze ontwikkeling van Dreumel in de tweede helft van de 19de eeuw. In cultuurhistorisch opzicht van belang voor de ontwikkelingsgeschiedenis van de R.K. kerk te Dreumel.

Pastorie

De aan de Rooijsestraat gelegen PASTORIE werd in 1922 gebouwd naar een ontwerp van architect J. van Oorschot. Links van de voordeur is een gedenksteen aangebracht met de tekst: 'P.C. / Karsmakers / 1922' De pastorie is rechts van de R.K. kerk gelegen en staat met de kerk in verbinding middels een lange, met zadeldak toegeruste, gesloten galerij in het verlengde van de pleingevel (linkerzijgevel). De siertuin aan de voorzijde wordt afgesloten door een smeedijzeren hek. Rechts bevindt zich de oprit achter een dubbel, smeedijzeren toegangshek. Ter linkerzijde opzij ligt het kerkplein; aan de achterzijde een siertuin.

Omschrijving

De pastorie is samengesteld uit een tweetal volumes : een hoofdvolume op vierkante plattegrond en een lager volume op langgerekte rechthoekige grondslag ter rechterzijde (oostzijde), waarvan de lange zijde haaks op de Rooijsestraat staat. Het hoofdvolume telt twee bouwlagen en een zolder onder een met gesmoorde Tuile-du-Nordpannen gedekt, afgeplat schilddak. Een gemetselde schoorsteen staat in het rechterdakvlak. Het lagere volume wordt aan de voorzijde gedekt door een schilddak, waarin kleine driehoekige dakkapel, het middengedeelte van twee bouwlagen is onder een plat dak gebracht en de achterzijde bezit een zadeldak. Een gemetselde schoorsteen staat op de nok. De gevels zijn opgetrokken in baksteen. Het metselwerk is uitgevoerd in kruisverband. Het trasraam rondom in een afwijkende kleur baksteen wordt afgesloten met een rollaag. Als decoratie zijn in de voor- en linkerzijgevel ter hoogte van de onder- en bovendorpels van de vensters gecementeerde banden aangebracht. De ontlastingsbogen zijn voorzien van gecementeerde sluit- en aanzetstenen.

De VOORGEVEL is asymmetrisch ingedeeld. Op de begane grond, aan de linkerzijde van het hoofdvolume, bevindt zich een driezijdige erker onder plat dak met een geprofileerde bakgoot op klossen. De erker bevat drie T-vormig ingedeelde vensters met een 8-ruits bovenlicht, voorzien van gekleurd glas. rechts van de erker is een overeenkomstig venster aangebracht. De verdieping bevat drie soortgelijke vensters, evenwel met een kleine roedeverdeling onderin de schuiframen. De vensters op de begane grond zijn geplaatst onder een strek met gecementeerde aanzet- en sluitstenen, op de verdieping onder een segmentboogvormige ontlastingsboog met dito detaillering. Het gevelvlak wordt beëindigd door een uitkragende daklijst met siermetselwerk onder een geprofileerde bakgoot, die wordt doorbroken door een ter hoogte van de zolder in overstand gemetselde topgevel met trapvormige bekroning en venstertriplet. Het rechterdeel van de voorgevel wordt gevormd door de projecterende kopgevel van het lagere volume, twee vensterassen breed, met T-vormig ingedeelde schuifvensters met een van roeden voorzien bovenlicht met gekleurd glas. In het dakvlak een dakkapel.

De LINKERZIJGEVEL (westgevel) aan het kerkplein is symmetrisch ingedeeld en drie vensterassen breed. Op de begane grond in het midden bevindt zich de entree, bestaande uit een gewijzigde voordeur met drielicht en een van glas-in-lood voorzien bovenlicht, het geheel omlijst met platstukken en een kroonlijst. Aan weerszijden hiervan bevindt zich een T-vormig ingedeeld venster met roedenverdeeld bovenlicht met gekleurd glas. Op de verdieping bevinden zich drie soortgelijke vensters, evenwel met een kleine roedeverdeling onderin de schuiframen. De vensters op de begane grond zijn geplaatst onder een strek met gecementeerde aanzet- en sluitstenen, op de verdieping onder een segmentboogvormige ontlastingsboog met dito detaillering. Het gevelvlak wordt beëindigd door een uitkragende daklijst met siermetselwerk onder een geprofileerde bakgoot. De ACHTERGEVEL van het hoofdvolume bevat op de begane grond in het midden een samengesteld deur-/raamkozijn met een dubbele paneeldeur met een van glas-in-lood voorzien bovenlicht. Links daarvan is een deur geplaatst onder een strek. Rechts sluit het tussenlid als verbinding naar de kerk aan. Dit tussenlid telt één bouwlaag onder een met gesmoorde pannen gedekt zadeldak. Het metselwerk is uitgevoerd in halfsteensverband. Het achtergevelvlak bevat op de verdieping twee T-vormig ingedeelde vensters met een 8-ruits bovenlicht onder een segmentboogvormige ontlastingsboog met sluit- en aanzetstenen. Links is een groot, licht getoogd 6-ruits venster geplaatst. Het gevelvlak wordt beëindigd door een uitkragende daklijst met siermetselwerk onder een geprofileerde bakgoot. In het dakvlak een dakkapel met twee 4-ruits draairamen. Het lagere volume bevat in het middendeel met twee bouwlagen op de verdieping twee vensters met bovenlicht, voorzien van een roedeverdeling. De vensters zijn geplaatst onder een strek.

De RECHTERZIJGEVEL bevat in het linkerdeel drie T-vormig ingedeelde schuifvensters met een 8-ruits bovenlicht met gekleurd glas. Het gevelvlak wordt beëindigd door een uitkragende daklijst met siermetselwerk onder een geprofileerde bakgoot. Het twee bouwlagen tellende middendeel bevat op de begane grond links een samengesteld raamkozijn; het vensters rechts is voorzien van rolblinden. Op de verdieping zijn twee 6-ruits schuifvensters aangebracht en rechts daarvan een kleiner schuifvenster. de vensters zijn geplaatst onder een strek. Het gevelvlak van het rechterdeel is blind.

Waardering

PASTORIE, rechts van de R.K. kerk gelegen, gebouwd in 1922 - Van architectuur-historische waarde vanwege het bouwtype en de gaafheid van de hoofdvorm en de detaillering. - Van stedebouwkundige waarde als markant gelegen pand naast de R.K. kerk. - Van cultuurhistorische waarde als onderdeel van het R.K. kerkcomplex.

Heilige Barbarabeeld

De R.K. KERK, toegewijd aan H. BARBARA, staande aan de Rooijsestraat, is een in 1868-1869 naar ontwerp van de Tilburgse architect H. van Tulder in neo-gotische stijl gebouwde kruisbasiliek met toren, waarvan de onderbouw dateert uit 1870-1871 en de bovenbouw uit 1925-1926. Als gevolg van zware beschietingen van oktober tot december 1944 is de kerk en vooral de toren ernstig beschadigd. In 1945 werd herstel uitgevoerd door architect H. van de Leur uit Nijmegen. Hij bouwde in 1946 een nieuwe sacristie. Pas in 1960 werden de klokkenverdieping en de spits van de toren voltooid.


De kerk bezit een interessante inventaris, die voor wat betreft de kleinere mobilia stukken omvat vanaf het midden van de 18de eeuw tot circa 1950. Het meeste groot meubilair is vervangen, zoals het hoogaltaar in 1950 en de communiebanken in 1956-1957. Van de oorspronkelijke altaren is alleen het Maria-altaar bewaard. Vermeldenswaardig zijn verder de neo-gotische biechtstoelen, een bidstoel, het triomfkruis en enkele heiligenbeelden.

Omschrijving

De neo-gotische kerk heeft een basilicale opzet en is gebouwd op een rechthoekig grondplan met een enkelvoudig transept, waarvan de armen één travee buiten de totale schipbreedte uitsteken. Het priesterkoor bestaat uit drie traveeën met een vijfachtste sluiting, waarvan de eerste travee in open verbinding staat met de rechtgesloten zijkoren. Aan de ingangszijde bevindt zich een uitspringende, vierkante toren. Tegen de eerste travee van de linkerzijbeuk werd in 1960 een zeshoekige doopkapel gebouwd.

De kerk en de toren zijn opgetrokken in baksteen. Natuursteen is toegepast voor de cordonlijsten, afzaten en venstertraceringen. In het interieur is alles gepleisterd, alleen de bakstenen gewelfvelden zijn in het zicht gelaten. Het metselwerk is uitgevoerd in kruisverband.

Rondom loopt een uitgemetselde plint. Het schip heeft een zadeldak met toelopend dakschild van het koor. Op de kruising met het zadeldak van het transept bevindt zich een ranke dakruiter met spits. Lessenaardaken dekken de zijbeuken. De dakvlakken zijn gedekt met leien in Maasdekking. De torenspits is gedekt met leien in Rijndekking.

De symmetrische VOORGEVEL bestaat uit de naar voren gebouwde toren op een vierkante plattegrond. De gevelvlakken ter weerszijden van de toren vormen de rechte afsluiting van de zijbeuken. De TOREN werd aanvankelijk slechts tot op de nokhoogte van het kerkdak opgetrokken. In 1925 werd de bovenbouw van de toren voltooid door architect Van Aalst, die het oorspronkelijke ontwerp van Van Tulden een weinig heeft gewijzigd. Na de oorlogsschade van 1944 herbouwde architect H. van de Leur pas in 1960 de klokkenverdieping en de spits, in een iets vereenvoudigde vorm. De toren is circa 60 meter hoog en bestaat uit zes, door cordonlijsten van elkaar gescheiden, geledingen met blinde spaarvelden, spitsboogvormige vensters en aan iedere zijde drie spitsbogige galmgaten. De toren wordt geschoord door overhoeks geplaatste steunberen aan de frontzijde. De toegang bevindt zich in de toren aan de voorzijde en bestaat uit een houten dubbeldeur met smeedijzeren beslag en een spitsboogvormig bovenlicht voorzien van glas-in-lood in een natuurstenen tracering. Ter weerszijden een blindnis, waartegen een beeld van respectievelijk Maria en Jozef is geplaatst.

De LINKERZIJGEVEL toont de zes traveeën van het schip en het transept met ter linkerzijde de drie koortraveeën met koorsluiting en ter rechterzijde de uitgebouwde toren en doopkapel. Het gevelvlak van de zijbeuk bevat zes spitsboogvormige vensters, voorzien van kleurloos glas-in-lood met natuurstenen tracering. Tussen de vensters en op de hoeken zijn steunberen geplaatst. Het middenschip rijst boven de zijbeuk uit met zes spitsboogvormige vensters, waartussen steunberen. Tegen de eerste travee is in 1960 een zeshoekige doopkapel gebouwd onder een met leien gedekt schilddak. De transeptgevel is voorzien van een topgevel. Het gevelvlak, geflankeerd door steunberen, bevat een hoogopgaand, spitsboogvormig venster, voorzien van kleurloos glas-in-lood met natuurstenen tracering. In de geveltop een lancetvenster. De koortraveeën bevatten eveneens spitsboogvormige vensters met kleurloos glas-in-lood in een natuurstenen tracering. Aan deze zijde bevinden zich twee aanbouwen, verschillend in hoogte, onder een lessenaardak. De ACHTERGEVEL wordt gevormd door de vijfachtste sluiting, waarin spitsboogvormige vensters met een natuurstenen tracering tussen steunberen zijn geplaatst. De drie middelste venster zijn voorzien van figuratief glas-in-lood (1961).

De RECHTERZIJGEVEL toont de zes traveeën van het schip en het transept met ter rechterzijde de drie koortraveeën met koorsluiting en ter linkerzijde de uitgebouwde toren. Het gevelvlak van de zijbeuk bevat zes spitsboogvormige vensters, voorzien van kleurloos glas-in-lood met natuurstenen tracering. Tussen de vensters en op de hoeken zijn steunberen geplaatst. Het middenschip rijst boven de zijbeuk uit met zes spitsboogvormige vensters, waartussen steunberen. Tegen de eerste travee is het tussenlid geplaatst dat de kerk met de pastorie verbindt. De transeptgevel is voorzien van een topgevel. Het gevelvlak, geflankeerd door steunberen, bevat een hoogopgaand, spitsboogvormig venster, voorzien van kleurloos glas-in-lood met natuurstenen tracering. In de geveltop een lancetvenster. De koortraveeën bevatten eveneens spitsboogvormige vensters met kleurloos glas-in-lood in een natuurstenen tracering. Aan deze zijde werd in 1946 een sacristie gebouwd.

Het INTERIEUR is geheel bepleisterd, alleen de bakstenen gewelfvelden zijn in het zicht gelaten. De wandopbouw van het middenschip toont een arcadereeks. Opmerkelijk is de vlakvulling tussen de arcades en de lichtbeukzone waar een soort vensterbanktriforium wordt oversneden door een binnen een gelijkzijdige spitsboogdriehoek opgenomen driepasvormige tracering. In feite wordt deze zone gevormd door een blinde voortzetting van de lichtbeukvensters ter hoogte van de aansluitende dakconstructie van de zijbeuken. De muurvlakken met de boogzwikken boven de schiparcaden waren oorspronkelijk met figurale voorstellingen beschilderd. De bundelpijlers zijn voorzien van bladkapitelen ter hoogte van de aanzet van de gordelbogen en de ribben van het bakstenen kruisgewelf. Tegen de bundelpijlers van het schip zijn op neo-gotische consoles twaalf 1.60 meter hoge heiligenbeelden geplaatst. In de zijbeuken, die eveneens in baksteen zijn overwelfd zijn voor de opvang van de gewelfribben schalken met bladloze kapitelen toegepast. Aan de torenzijde is de kerk door een spitsboog met de zangerstribune in de toren verbonden. Van de oorspronkelijke altaren is het Maria-altaar bewaard. Verder zijn onder meer van belang de neo-gotische biechtstoelen, een bidstoel, het triomfkruis en enkele heiligenbeelden.

Waardering

Aan de Rooijsestraat gelegen bakstenen, neogotische R.K. PAROCHIEKERK, gewijd aan H. BARBARA, kruisbasiliek met toren, met leien gedekt, gebouwd 1868-1869 naar ontwerp van architect H. van Tulder. - Van architectuur-historische waarde vanwege het bouwtype en de bouwstijl, vanwege de plaats in het oeuvre van H. van Tulder, vanwege de gaafheid van de hoofdvorm en de detaillering en vanwege de gaafheid van het interieur en de inventaris. - Van stedenbouwkundige waarde vanwege het silhouet in het dorpsbeeld en de ongeschonden relatie met de omgeving. Ensemblewaarde in relatie tot de ter rechterzijde gelegen pastorie. - Van cultuurhistorische waarde vanweg de verschijningsvorm en de bestemming als godshuis, welke zijn verbonden met de religieuze ontwikkeling van Dreumel in de tweede helft van de 19de eeuw. In cultuurhistorisch opzicht van belang voor de ontwikkelingsgeschiedenis van de R.K. kerk te Dreumel.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur

Kruisweg

[zie ook Wikipedia]

Beelden