Handelingen

Amsterdam, Lauriergracht 41 - Kapel De Voorzienigheid

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Noord-Holland
Gemeente: Amsterdam
Plaats: Amsterdam
Adres: Lauriergracht 41
Postcode: 1016RG
Inventarisatienummer: 00223
Jaar ingebruikname: 1881
Architect: Bleijs, A.C.
Huidige bestemming: buiten gebruik
Monument status: Rijksmonument 422548

Geschiedenis

Kapel Klooster "De Voorzienigheid".

Bijnaam "Bleyskapel" of "Bleijskapel", naar de naam van de architect. Van buiten is deze kapel nauwelijks te zien.

Qua interieur is deze voormalige kapel echter in architectonisch opzicht zeer interessant, m.n. (zie onder) wegens de in Nederland vrij unieke slanke ijzeren pilaren.

Deze kapel is geruime tijd (jaren 1970-1980) in gebruik geweest als Portugese R.K. Kerk O.L. Vrouw van Fatima.

Als zodanig buiten gebruik in 1990, toen de Portugese R.K. parochie verhuisde naar de (grotere) vm. O.L. Vrouw van Lourdes aan de Jacob Catskade.

Het kloostergebouw aan de Elandsstraat is verbouwd tot appartementen

Geschiedenis. Bron: www.amsterdam.nl

Amsterdams monument: Lauriergracht 39 (achter)

Kapel en R.K. Gesticht "de Voorzienigheid" (1881-1882) en 1901 Lauriergracht 39/ Elandstraat 44 Jac. Duncker en A.C. Boerma (moederhuis en gesticht) A.C. Bleys (de Kapel)

Rijksmonument

Deze kapel was een onderdeel van een groot liefdadigheidscomplex dat zijn wortels had in de negentiende-eeuwse filantropie. Het complex omvatte een weeshuis, scholen, een internaat, een klooster, een hostiebakkerij en een kapel.

Religie en liefdadigheid

In 1852 richtte pater P. Hesseveld op de Lauriergracht een tehuis op voor verwaarloosde meisjes beneden de twaalf jaar. De congregatie Arme Zusters van het Goddelijk Kind, later beter bekend als de zusters van De Voorzienigheid, namen de zorg voor de meisjes op zich. Rondom dit tehuis groeide in de loop van de tweede helft van de negentiende eeuw een groot rooms-katholiek sociaal-educatief centrum - een ‘Jordanees Vaticaan’- dat zich uitstrekte tussen de Lauriergracht, de Konijnenstraat en de Elandsstraat. Hiervan is onder andere de unieke kapel bewaard gebleven die in 1881-1882 werd gebouwd door A.C. Bleys (1842-1912), dezelfde architect van onder andere de Sint Nicolaaskerk (1884-1887) aan de Prins Hendrikkade en het Sint Elisabeth gesticht (1888-1890) aan de Mauritskade. De kapel is opgetrokken in neogotische stijl met ruime gebruikmaking van gietijzer, wat bijzonder is voor gebouwen uit deze stijlperiode. Het interieur wordt door ranke gietijzeren zuilen in drie schepen verdeeld, en het houten spitstongewelf van het middenschip wordt ondersteund door ijzeren ribben. Boven de zijbeuken bevinden zich galerijen met aan de ingangszijde een orgeltribune die door ijzeren hoekprofielen met vierpasmotief worden ondersteund. De kapel bleef tot 1991 in gebruik bij de zusters van De Voorzienigheid, in dat jaar verhuisden zij naar Heemstede. Het jaar daarop werd de kapel -die aanvankelijk aan de aandacht van Monumentenzorg was ontsnapt en met sloop bedreigd- op de rijksmonumentenlijst geplaatst. Sinds 1997 is de kapel in gebruik bij een reclamebureau.

Enkele andere gebouwen van het complex zijn de Sint Mariaschool (Elandsstraat 42, uit 1863, in 1922 herbouwd door de architect A.J. Joling), het Moederhuis (Elandsstraat 24A-40, 1927, ontworpen door Jac. Duncker) en het r.-k. gesticht De Voorzienigheid, Elandsstraat 44, in 1901 gebouwd door Jac. Duncker en A.C. Boerma. De Mariaschool is nu als een Montessorischool in gebruik. In het Moederhuis zijn woningen, in het voormalige gesticht ateliers en studioruimtes gerealiseerd.

Het voormalige weeshuis De Voorzienigheid

Het r.-k. gesticht De Voorzienigheid werd in 1901 als weeshuis gebouwd aan een rechthoekig binnenterrein aan de Elandsstraat. Het binnenterrein diende als speelplaats en grensde aan de zuidzijde aan de straat en aan de oostzijde aan de Sint Mariaschool. De noordzijde en een gedeelte van de westzijde van het binnenterrein werden door het L-vormige weeshuis in beslag genomen. Het ontwerp werd geleverd door de architecten Jac. Duncker (1867-1935) en A.C. Boerma (1852-1908), van wie de eerste vermoedelijk het meest zijn stempel op het ontwerp heeft gedrukt. Duncker liet zich als architect inspireren door het Rationalisme (Berlage) en legde altijd een zekere belangstelling voor ambachtelijkheid aan de dag. Beide elementen komen in de architectuur van het weeshuis duidelijk naar voren en hebben geresulteerd in een doelmatig gebouw met een sobere, maar verzorgde detaillering. Duncker heeft vermoedelijk ook de latere verbouwing van het weeshuis tot school geleid. In 1927 ontwierp hij het Moederhuis aan de Elandsstraat 24A-40.

De lange vleugel van het voormalige weeshuis telde drie bouwlagen met ieder vier grote ramen op het zuiden, de korte vleugel telde aan de zijde van de binnenplaats twee ramen per bouwlaag. De ramen zijn eenvoudig maar elegant uitgevoerd, met een brede toging boven een schuifraam geflankeerd door smallere zijramen. De ingang in de oksel van beide vleugels sluit in maatvoering perfect aan bij de ramen. De ingang is bereikbaar via een natuurstenen stoep met smeedijzeren leuningen. Aan het uiteinde van de lange vleugel bevond zich een tweede ingang. Door de inpandige ligging was aan de westzijde van de korte vleugel geen gelegenheid voor het aanbrengen van ramen. In plaats daarvan ontwierp Duncker twee erkers die van bovenaf licht opvingen, de zogenaamde lichthappers. De erkers worden inwendig ondersteund door stalen balken op gietijzeren kolommen met fraaie opengewerkte consoles. Een van de erkers is nog aanwezig. De kelderverdieping is een volwaardige verdieping, met voldoende stahoogte. Ten tijde van het weeshuis was onder de korte vleugel een timmerwerkplaats gevestigd, terwijl de kelder onder de lange vleugel voor huishoudelijke doeleinden werd gebruikt. In tegenstelling tot de rest van het interieur is de kelderverdieping van het voormalige weeshuis zeer goed bewaard gebleven, inclusief een aanrecht en de fraaie tegelvloer. Bij de verbouwing tot school heeft Duncker een bijzondere oplossing bedacht voor het probleem dat de lange vleugel te smal was voor het aanbrengen van een gang langs de klaslokalen. Op de bovenverdieping heeft hij ter ontsluiting van de lokalen een uitgebouwde gang aangebracht, een hangende constructie waarvoor nauwelijks een precedent bestond. Later is een dergelijke constructie ook op de tweede verdieping toegepast, maar die is veel poverder van uitvoering.

Literatuur

Klooster, O. van der en Michel Bakker, “De kapel van Bleys” in: Het Nieuwe Werck. De Jordaan, Open Monumentendag 1997, pp. 96-99

Monumentomschrijving Rijksdienst

In 1882 naar ontwerp van A.C. Bleijs gebouwde neogotische kapel, gesitueerd achter en in verbinding met het gelijktijdig uitgevoerde pand Lauriergracht 39 op een inpandig terrein in oorsprong bestemd voor het RK gesticht 'De Voorzienigheid'. De zes traveeën tellende kapel is opgetrokken in baksteen onder rood/bruin pannen zadeldak met afgewolfd schild boven het vijfzijdig gesloten koor, bekroond door een sierlijk gesmeed kruis en voorzien van steunberen, een tandlijst en spitsboogvensters, waarvan de vensters in het koor bovenin een vierpas hebben en de meeste met neutraal glas-in-lood gevuld zijn.

Inwendig bevat de kapel zeer slanke gietijzeren kolommen met bladkapitelen op achtzijdige sokkels. Deze kolommen dragen de spitsboogvormige scheibogen tussen middenschip en zijbeuken; voorts zijn half- en kwartzuilen in verwante vormen aangebracht. Het middenschip wordt overkapt door een houten, van vierpassen voorzien spitstongewelf met ijzeren ribben. De zijbeuken hebben kruisribgewelven. De U-vormige orgeltribune aan de korte Lauriergracht-zijde, bij de hoeken tevens ondersteund door ijzeren hoekprofielen met vierpasmotief, is uitgevoerd in hout en is bereikbaar door middel van een houten spiltrap aan de oostzijde. Zowel spiltrap als tribune hebben een gesneden balustrade met in oosterse vorm uitgewerkte spitsbogen.

In de oostwand van de kapel een dubbele biechtstoel en twee blindvensters. Alle deuren zijn gesneden paneeldeuren. In oorsprong tot een katholieke, sociaal- educatieve stichting behorende kapel van neogotische architectuur met opmerkelijk materiaalgebruik en zorgvuldig gedetailleerde vormentaal, als zodanig van algemeen belang wegens architectuur- en cultuurhistorische waarde. Rondom de kapel bevindt zich verder een lage galerij met daklichten waarvan het westelijk en het noordelijk deel tot het oorspronkelijk ontwerp hoorden, doch bij latere verbouwingen en uitbreidingen van het complex enigszins zijn gewijzigd. Deze onderdelen zijn van de bescherming uitgesloten.

Afbeelding