Handelingen

Middelburg, Groenmarkt 12 - Abdijkerk

Uit Reliwiki

(Doorverwezen vanaf Middelburg, Groenmarkt 1 - Nieuwe Kerk)
Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam object:
Genootschap:
Provincie: Zeeland
Gemeente: Middelburg
Plaats: Middelburg
Adres: Groenmarkt 12
Postcode:
Inventarisatienummer:
Architect:
Bouwjaar 1300 e.v.
Jaar ingebruikname:
Oorspronkelijke bestemming: Abdij
Huidige bestemming: Kerk
Monument status: Rijksmonument
Monumentenbordje 2014.jpg
28672


BAG Viewer - Middelburg, Groenmarkt 12 - 0687010000021803 - Google Chrome 28-6-2016 150548.jpg

Geschiedenis

Binnen het complex zijn twee kerken in gebruik t.w. de Koorkerk gelegen aan de oostzijde van het complex en de Nieuwe kerk in het schip aan de westkant van het complex.

Koorkerk

KOORKERK. De oude kloosterkerk, ontstaan plm 1300 door vervanging van de romaanse XIII kerk, die gelegen heeft binnen de omtrek van de huidige en waarvan nog enkele resten in het bestaande gebouw zijn opgenomen. Eenbeukige, vroeg-gotische kerk, van zes traveeën met gemetselde netgewelven, aan de oostzijde afgesloten door een 5/10 koorsluiting met stergewelf. In 1597 voor de Protestantse godsdienstoefening in gebruik genomen. Verwoest in 1940, zij het in mindere mate dan de Nieuwe Kerk, dank zij de stenen gewelven. Gerestaureerd 1942-1952. Inwendig: In een gemetselde nis in de zuidmuur restant van het oorspronkelijk door Floris V opgerichte en in 1926 herplaatste grafmonument voor Rooms Koning Willem II. De zeer geschonden zerk stelt een ridder in wapenrusting voor, met links het wapenschild van Holland. In het midden van het koor geplaatst een preekstoel uit 1621, afkomstig van de Zuiderkerk te Amsterdam: op hardstenen voet een vrijstaande achtkante kuip, overhuifd door een zwaar klankbord. Orgelkas afkomstig uit Nicolaikerk te Utrecht, laat 15e en 16e eeuw. Een oxaal scheidt de twee meest westelijk traveeen van de koorkerk van de overige ruimte. Klokkenstoel met gelui bestaande uit een klok van C. Noorden en J.A. de Grave, 1715, diam. 217 cm en twee moderne klokken.
Oorspronkelijk kanunnikenkoor van de voormalige Praemonstratenser Abdij. Gebouwd ca. 1300. Huidige netgewelven aangebracht na brand in 1568. Aan zuidzijde achthoekige toren met hoge torenkapel. Kansel afkomstig uit de Zuiderkerk te Amsterdam.

Nieuwe Kerk

Wandelkerk of Tussenkerk. Oorspronkelijk de plaats van het transept van de romaanse 13e eeuwse kerk. Daarna het oude middelkoor van de Abdijkerken, later afgeschut en bestemd voor verschillende doeleinden. Bij de jongste restauratie van de kerken is dit gedeelte zoveel mogelijk in oorspronkelijke vorm teruggebracht. De Wandelkerk is met de Koorkerk tot een ruimte samengevoegd (gescheiden door het oxaal), terwijl tevens de verbinding met de torens, in de vorm van een 21 meter hoge spitsboog, is hersteld. In de vloer zijn enkele uit de Nieuwe Kerk afkomstige grafzerken herplaatst. Tevens vindt men hier het praalgraf van de Gebroeders Evertsen, op last van de Staten van Zeeland in 1680-1682 vervaardigd door Rombout Verhulst, dat oorspronkelijk in de Noord Monster stond opgesteld.

Gebouwomschrijving SKKN

Koorkerk

De Koorkerk is onderdeel van de in de loop der tijd verbouwde en gesplitste oude abdijkerk, dat weer deel uitmaakt van het Middelburgse abdijcomplex. Dit vroegere koor voor de kloosterlingen bestaat uit een hoog eenbeukig gothisch schip met een vijfzijdige koorsluiting. Van de kerkruimte afgescheiden ligt aan de westzijde de Wandel- of Tussenkerk. Ten westen hiervan ligt de tweebeukige Nieuwe Kerk.
De abdij is gesticht in 1123. Het eerste kerkgebouw was opgetrokken in romaanse stijl. Vergroting van deze kerk in 1255-1256. De abdijkerk werd in 1266 ook parochiekerk. Om die reden werd het schip, de huidige Nieuwe Kerk omstreeks 1300 verdubbeld. Aan het begin van de 14de eeuw werd het koor vervangen door de huidige vroeg-gothische Koorkerk. In 1559 werd de abdijkerk verheven tot kathedraal.
De Koorkerk kreeg na een brand in 1568 haar stenen netgewelven. Na de Alteratie werd de Nieuwe Kerk in 1577 in gebruik genomen voor de protestantse eredienst en de Koorkerk in 1597. In 1638 kregen de steunberen van de Koorkerk de bekroning die nog steeds aanwezig is. In 1851-1853 werd de Nieuwe Kerk ingrijpend 'gerestaureerd' en 'gemoderniseerd', maar de Koorkerk bleef ongewijzigd. De abdijkerken kwamen zwaar gehavend in W.O. II en een restauratie vond plaats in de jaren 1942-1953 door H. van der Kloot Meyburg en ir. A. Rothuizen, het huidige interieur dateert grotendeels uit 1952.

In 1956 werd het orgel uit de Nicolaikerk te Utrecht geplaatst dat tot die tijd een museumstuk in opslag was in het Rijksmuseum. Preekstoel uit de Zuiderkerk te Amsterdam (1621).

Monumentomschrijving Rijksdienst

Koorkerk

Wandelkerk of Tussenkerk. Oorspronkelijk de plaats van het transept van de romaanse XIII kerk. Daarna het oude middelkoor van de Abdijkerken, later afgeschut en bestemd voor verschillende doeleinden. Bij de jongste restauratie van de kerken is dit gedeelte zoveel mogelijk in oorspronkelijke vorm teruggebracht. De Wandelkerk is met de Koorkerk tot een ruimte samengevoegd (gescheiden door het oxaal), terwijl tevens de verbinding met de torens, in de vorm van een 21 meter hoge spitsboog, is hersteld. In de vloer zijn enkele uit de Nieuwe Kerk afkomstige grafzerken herplaatst. Tevens vindt men hier het praalgraf van de Gebroeders Evertsen, op last van de Staten van Zeeland in 1680-1682 vervaardigd door Rombout Verhulst, dat oorspronkelijk in de Noord Monster stond opgesteld. Twee naar voren komende tombes zijn geplaatst voor een tegen de muur aangebrachte opbouw van een met reliëf versierde sokkel, waarboven een door twee kindertjes geflankeerde gedenkplaat met inscriptie. Het geel, bekroond door en omgeven met krijgs- en scheepstrofeeen en wapens. Twee terzijde geplaatste obelisken voltooien het monument.

Nieuwe Kerk

Nieuwe KERK. Een tweebeukige hallenkerk, ontstaan uit vergrotingen van het schip van de oorspronkelijke Romaanse Kerk. Laatste uitbreiding na de brand van 1568, waardoor de achtkante traptoren tegen de westgevel uit het midden kwam te staan. Bij de invoering van de nieuwe kerkelijke indeling van 1559 verheven tot kathedraal; in 1577 ingericht voor de protestantse godsdienstoefening. Moderne aanbouw met arkade aan de westzijde. Schuin op de kerk geplaatst portaal aan de zuidzijde. De kerk is grondig vernieuwd bij de jongste restauratie; niet alleen de houten tongewelven ook de pijlers met hun kapitelen zijn nieuw. Orgelkas uit 1693, gemaakt door J.A. Schut voor het Duyschot-orgel van de Oude Lutherse Kerk te Amsterdam. In 1886 werd het orgel in de Lutherse Kerk afgebroken. Het Rijksmuseum kreeg de kas in bruikleen. In 1954 heeft de Lutherse Gemeente van Amsterdam de orgelkas aan Middelburg afgestaan. In de oude kas is een nieuw instrument geplaatst van de firma Van Leeuwen.

Abdijtoren

Abdijtoren, aangebouwd tegen de zuidmuur van de Koorkerk; door brand geteisterd in 1471, 1568, 1712 en 1940. Van de grond af achtkant, drie geledingen, deels XIII, bekleed met natuursteen. Op de hoeken steunberen met vijf versnijdingen. De spits boven de derde geleding is modern, en volgt ten dele de in 1940 verbrande torenbekroning door Pieter Graafschap van 1712. Klokkenstoel met gelui bestaande uit een klok van C. Noorden en J.A. de Grave. 1715 diam. 217 cm en twee moderne klokken.

Orgels

Nieuwe Kerk

De orgelkas van het hoofdorgel is afkomstig uit de Oude Lutherse Kerk te Amsterdam. In 1693 bouwt Johannes Duytschot voor deze kerk een nieuw orgel, waarvan de kas ontworpen wordt door de timmerman Jan Albertsz Schut. In 1884 bouwt J.F. Witte een nieuw orgel en wordt de lege orgelkas opgesteld in het Rijksmuseum te Amsterdam. In 1954 wordt de kas geschonken aan de Nieuwe Kerk van Middelburg en bouwt de firma Willem van Leeuwen Gzn. er een nieuw binnenwerk in. Voor het zelfstandige pedaal biedt de kas echter te weinig ruimte, zodat dat ter rechterzijde achter de muur wordt geplaatst en uitklinkt via het rasterwerk in de muur. In 2004 restaureert de firma Flentrop Orgelbouw (Zaandam) het orgel en intoneert het opnieuw.

Dispositie
  • Hoofdwerk (manuaal 2): Quintadeen 16' - Prestant 8' - Roerfluit 8' - Octaaf 4' - Nachthoorn 4' - Spitsquint 2⅔' - Octaaf 2' - Mixtuur 2' 5-8 sterk - Cymbel ⅔' 3 sterk - Trompet 16' - Trompet 8' - Klaroen 4'.
  • Rugwerk (manuaal 1): Holpijp 8' - Quintadeen 8' - Prestant 4' - Speelfluit 4' - Octaaf 2' - Gemshoorn 2' - Quint 1⅓' - Sesquialter 2⅔' 1-3 sterk, vanaf gis - Scherp 1' 3-6 sterk - Dulciaan 8' - Tremulant.
  • Bovenwerk (manuaal 3): Baarpijp 8' - Spitsgamba 8' - Fluit 4' - Roerquint 2⅔' - Vlakfluit 2' - Sifflet 1' - Tertscymbel ½' 3 sterk - Trompet 8' - Vox humana 8' - Schalmei 4' - Tremulant.
  • Pedaal: Prestant 16' - Octaaf 8' - Octaaf 4' - Ruispijp 5⅓' 4 sterk - Bazuin 16' - Trompet 8' - Cornet 4' - Zink 2'.
  • Koppelingen: Rugwerk aan Pedaal - Hoofdwerk aan Pedaal - Bovenwerk aan Pedaal - Rugwerk aan Hoofdwerk - Bovenwerk aan Hoofdwerk.
  • Mechanische sleepladen. Manuaalomvang: C-g3. Pedaalomvang: C-f1. Winddruk: 75 mm. WK.
Kleine orgel

In het gebouw zijn 2 pijporgels aanwezig. De soort of functie van het hieronder beschreven orgel is die van koororgel (hoofdorgel is rijksmonument). Het orgel staat rechts van het liturgisch centrum.

Zie ook : website http://www.orgelsinzeeland.nl; http://www.orgbase.nl

Historische gegevens

De bouwer van orgelkas en binnenwerk is Fonteijn & Gaal. Orgelkas en binnenwerk zijn waarschijnlijk opgeleverd voor 1969.

  • 1969: ?: Overplaatsing naar de Gereformeerde Kerk ‘De Kern’ te Spijkenisse

Koorkerk

In het gebouw is 1 pijporgel aanwezig. Het orgel staat op de galerij tegenover preekstoel.

Zie ook : website http://www.orgelsinzeeland.nl

Historische gegevens

De bouwer van orgelkas en binnenwerk is Gebr. Van Vulpen in 1969.

  • Kunstenares L. Binkhorst: Toevoeging van snijwerk voor de deurtjes van het borstwerk
  • 2008: Gebr. Van Vulpen: grote onderhoudsbeurt, waarbij intonatie van de tongwerken is aangepast

Technische gegevens

Het orgel is voorzien van de volgende klavieren: twee manualen, pedaal met eigen registers

In de media

  • Uit Het Nieuws van den Dag, 5 November 1909.

Uit alles wat er nu reeds van bekend is geworden mag men wel afleiden dat de Abdij te Middelburg indertijd iets heel buitengewoons geweest is. De godsdienstverandering in den Hervormingstijd en daarbij de opvolgende geslachten hebben het heele Klooster uiteengehaald, vernield voor zoover dat gewenscht werd, veranderd naar gelang van de behoefte. Gescheiden werd wat één was, gedempt wat eenmaal ondergrondsche zaal was, dichtgemetseld wat een poortsgedeelte was geweest; tot straat en woonhuis gemaakt wat vroeger tot het geheel behoorde. Men vestigde er een, trouwens vrij onvoldoend, verblijf voor den Gouverneur der provincie; bestemde een ander segment tot logement; het Provinciaal bestuur vestigde er zich en maakte zalen van doorgangen; een deel werd voorts tot gymnastieklokaal ingericht, een ander tot verkoophuis. Toen er stalling tekort kwam voor de paarden van den Gouverneur der provincie werd er ruimte voor stallen gemaakt. In dat alles zag men indertijd niets; men sloopte en verbouwde naar behoefte en dacht er verder niet aan.
De nieuwere tijd kwam en met den nieuweren tijd de zucht tot bewondering en eerbiediging van het oude voor zoover het schoon was. Geen stad of dorp van eenige geschiedkundige beteekenis in ons land, of hetgeen mooi was uit de oudheid heeft zich plotseling naar voren gedrongen en aller aandacht getrokken, en overal is men bezig dat weer zooveel mogelijk in zijn ouden vorm te brengen. Waar dat ten slotte heen moet, is moeilijk te gissen, misschien naar de overdrijving maar de beweging op zichzelve heeft de algemeene sympathie en lijdt tot de schoonste ontdekkingen.
Krachtig was de beweging in Middelburg, een stad vol wonderbare, telkens nieuwe oudheidkundige ontdekkingen. Met de Abdij is 't begonnen. Wat daarvan, na de bovengenoemde verminkingen, overbleef, nog tot het laatst der vorige eeuw, was, tegen alle waarschijnlijkheid in, nog zóó mooi en zóó merkwaardig, dat de, nieuwere geest aan het onderzoeken ging wat er nog te redden, nog te herstellen was. Dat begon, zooals gewoonlijk, met kleinigheden, maar al verder gaande bleek men voor een berg te staan. Men is er echter niet vóór blijven staan; men is moedig aan het bestijgen gegaan. Stuk voor stuk heeft men zich rekenschap gegeven van de aangebrachte verminkingen, en wat heeft men al niet gevonden! Dingen als ondergrondsche zalen, waarvan men het bestaan niet kende, andere zalen waarvan men de sporen op de bestaande muren kon nagaan; het pleister van den vlakken gevel van het Gouverneurshuis afkrabbende, heeft men daar sierlijke pilasters van den overpleisterden gevel ontdekt. En zoo zit de Abdij nog vol ontdekkingen, reeds gedeeltelijk bekend. Een merkwaardig product van die nieuwste herstellingen is nu een gebouw dat onder den naam » Koorkerk « eeuwenlang door de Hervormde gemeente gebruikt werd als op zichzelf staand kerkgebouw. Daarnaast staat de Middelburgsche stadstoren en aan de andere zijde daarvan weer een op zichzelf gebruikt kerkgebouw, de «Nieuwe Kerk«, met een stijlloozen gevel uit de vorige eeuw. Ook dat alles behoorde, als een geheel, tot de Abdij, wat men nu wel wist, maar waaraan men tot op dezen tijd niet dacht. Een toeval bracht den nieuweren geest ook aan het onderzoeken in de Koorkerk, en zoo kwam men weer tot nieuwe ontdekkingen en nieuwe herstellingen. Dit nieuwste stuk werk is nu klaar. Uit oudheidkundig oogpunt is het merkwaardig genoeg om er meer bijzonderheden van te kennen en daarom zij hier aan de Midd. Ut. het volgende ontleend: De firma M.K. Jeras en Zonen werd met het groote werk belast en nu na vijf jaar is Middelburg, en met haar geheel Nederland, een mooi gebouw rijker geworden, dat daar staat als een luisterrijk monument van onze middeleeuwsche bouwkunst.
Binnenkomende door de kleine deur in den zuidelijken gevel wordt men dadelijk getroffen door den rustig stemmenden en toch verheven eenvoud, voelt men zich klein in de groote kerkruimte. Hoog spannen zich de gewelven, voor het oog vervloeiend in de talrijke versierde culo's. Opgemerkt dient dat de gewelven boven het orgel van een grootere breedte zijn dan de overigen. Alle zijn schoongemaakt en, voor zoover noodig, hersteld.
De afgehakte colonnetten, die de arcade-bogen in het gewelf steunen, zijn, evenals de muurversieringen, die bijna geheel verdwenen waren, in den oorspronkelijken toestand teruggebracht. Hetzelfde is geschied met de kapiteelen der beide voormalige kapellen in den noordelijken gevel.
De geboortestukken van de arcadebogen zijn voorzien van het wapen van bisschop De Castro, die in 1570 de kerk herstelde.
Bij het opruimen der graven, die nog aanwezig waren, is een gedeelte van den ouden, zeer merkwaardigen vloer blootgelegd, waaruit bleek dat deze dateerde uit de twaalfde eeuw (1100 of later). Bedoelde overblijfselen werden gevonden in het oosten der kerk, op de suppedanea, de verhoogingen voor het groote en kleine altaar, die daar vroeger gestaan hebben. Deze verhoogingen zijn ook nu weder aanwezig, terwijl verder het ontbrekende van den vloer, benevens de wandelgangen, met steentjes, volgens dessin van de gevondenen, werden ingelegd, zoodat zooveel mogelijk een oorspronkelijk geheel is verkregen. In een nis in den zuidelijken gevel vindt men het graf van Willem II, graaf van Holland en Zeeland, Roomsch Koning, die in 1256 stierf en in 1282 met groote plechtigheid in het koor der Abdijkerk, op dezelfde plaats waar nu de nis is, werd bijgezet. Den laatsten overblijfselen van dezen grooten Vorst zullen nu een rustige rustplaats verzekerd worden. De grafopening zal door een zerk worden afgedekt.
Onder het orgel, eenigszins naar voren, staat de fraaie, in Slavonisch eikenhout uitgevoerde preekstoel, waarin de paneelen zijn aangebracht en geflankeerd door de eveneens van Slavonisch eikenhout vervaardigde heerenbanken. Boven de kerkvoogdenbank is een marmeren plaat aangebracht met het opschrift: Ter gedachtenis van Hadrianus Junius. Door zijn geleerdheid een wonder der XVI eeuw, geboren te Hoorn en in dit gebouw begraven. Het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen MDCCCXLlL. Langs den preekstoel, waarachter een bord is opgehangen ter nagedachtenis van kapitein Jan Pieters, bereikt men het togakamertje en de daar naast gelegen vergaderkamer van kerkvoogden. Verder komt men in het trappenhuis, waar men, de breede trap op, de groote consistoriekamer binnentreedt. Aan de wanden daarin prijken talrijke portretten van voormalige predikanten.

Boven de kerkvoogdenkamer is het orgel geplaatst, blijkens het opschrift gesticht uit legaten van Vrouwe Suzanna Maria Schorer, overleden 21 November 1846, en haar echtgenoot mr. Johan Gulielmus Hinlopen, overleden 24 April 1856. Het kerkgebouw wordt verlaten door het portaal, voorzien van een dubbel stel mooie, solide, in Slavonisch eikenhout uitgevoerde Gothische kerkdeuren. Het overvloedige licht in het gebouw stroomt binnen door 9 groote kerkramen in denzelfden stijl. Voorloopig zal er alleen over dag kerk gehouden kunnen worden; de gasleiding is wel aanwezig maar de noodige gaskronen ontbreken nog. Zeker is dat de kerk, verlicht, een nog grootscher indruk zal maken, dan nu reeds het geval is.

Als slot een woord van oprechte hulde aan het kerkbestuur der Nederlands Hervormde Gemeente, dat tot de restauratie besloot, en de firma Jeras, die het werk zoo volledig mogelijk opleverde.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur

Nieuwe Kerk

Koorkerk