Handelingen

De Moer, Middelstraat 28 - Joachim

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam object:
Genootschap:
Provincie: Noord-Brabant
Gemeente: Loon op Zand
Plaats: De Moer
Adres: Middelstraat 28
Postcode: 5176NJ
Inventarisatienummer: 00466
Architect: C.F. van Hoof
Bouwjaar 1902
Jaar ingebruikname:
Oorspronkelijke bestemming: rooms-katholieke kerk
Huidige bestemming: rooms-katholieke kerk
Monument status: Rijksmonument
Monumentenbordje 2014.jpg
524407



Geschiedenis

De Moer, St. Joachim; jk 01-03-2010

Grote neogotische kerk met toren.

In 1894 is De Moer een zelfstandige parochie geworden. Daarvoor behoorde het gebied tot de parochie Loon op Zand.

Bij de oprichting van de parochie werd er een houten noodkerk geplaatst die van Dussen was overgenomen. In 1902 werd deze vervangen door de huidige kerk, ontworpen door C.F. van Hoof uit Tilburg. De inwijding door pastoor A.H.F. Kamp vond plaats op 2 februari 1902 waarna ze op 6 juni 1903 geconsacreerd werd door W. van der Ven, bisschop van 's-Hertogenbosch.

De pastoor had een broer, Joachim, die kapelaan was geweest en op jonge leeftijd was gestorven. Uit liefde voor hem, en tot zijn nagedachtenis, koos de pastoor St. Joachim als patroon van zijn pas opgerichte parochie.

Op initiatief van pastoor Kamp ontstond een verering van St. Anna (feestdag 16 juli). Na zijn overlijden in 1939 nam deze snel af. In de jaren 50 van de vorige eeuw kwamen de laatste bedevaartgangers de plaats bezoeken.

Achter de kerk ligt het kerkhof waar ook pastoor Kamp, gestorven op 22 september 1939, is begraven.

Op 30 september 2012 is met een eucharistieviering in de St. Janskerk te Kaatsheuvel de fusie van de drie parochies in de gemeente Loon op Zand op plechtige wijze gevierd. Tot de parochiekerken van de nu nieuwe Parochie H. Willibrord behoren:

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

De KERK van de H. JOACHIM werd gebouwd in neogotische stijl in 1902 naar ontwerp van architect C.F. van Hoof. De kerk verving de houten noodkerk uit 1894. De Tweede Wereldoorlog berokkende grote schade aan de kerk. Als gevolg hiervan werden negen gewelfvelden vervangen en verdween de oorspronkelijke polychromie.

Omschrijving

De neogotische kruiskerk met westtoren heeft een schip van drie traveeen en transeptarmen van één travee met driezijdige sluiting en een koor van een travee met driezijdige sluiting. De gevels zijn opgetrokken uit machinale baksteen, voorzien van steunberen met betegelde afzaten. Onder de gootlijsten zijn ter decoratie brede sierfriezen gemetseld. Op de zadel- en lessenaardaken liggen leien in maasdekking, evenals op de naaldspitsen van de toren en de dakruiter op de viering. De overhoekse dakruiter is opengewerkt met driepasvormige galmgaten voor het angelusklokje. De toren met hoofdingang bestaat uit vier geledingen. Hij heeft een vierkante plattegrond, met links aansluitend een polygonaal traptorentje met getoogde raampjes over drie geledingen, voorzien van een eigen licht ingezwenkt naaldspitsje. Tussen het torentje en de steunbeer rechts bevindt zich een ondiep portaal onder zadeldak. De vleugeldeuren hebben eenvoudig vorkvormig beslag, in het spitsbogige bovenlicht is glas-in-lood geplaatst. De dakrand is afgewerkt met een natuursteen lijst. In de wimberg bevindt zich een blinde driepas. Aan weerskanten van het dakje een blind spitsboogfries. De tweede geleding bevat een tripletraam in een spitsboognis. De zijden hebben als eerste geleding blinde spitsboognissen en daarboven een dubbele blinde nis. De derde geleding bevat aan alle zijden drie spitsboognissen met spleetvensters. De vierde geleding bevat in elke zijde twee spitsboognissen met galmgaten. In een klimmend spitsboogfries hierboven is een uurwerk opgenomen. De vorm van het fries wordt gevolgd door de vier afgewolfde topgevels met piron, waarboven de ingesnoerde achtzijdige spits met kruis en haan zich verheft.

De zijbeuken en lichtbeuk bezitten dubbele spitsboogvensters. Tussen het transept en het schip bevinden zich bredere en hogere kapelachtige uitbouwen met tripletramen onder schilddak; hier bevinden zich tevens de biechtstoelen. Transept en het koor hebben hoge spitsboogramen met een tweedelige spitsboogopening en een rondraam. Tussen het transept en het koor bevindt zich aan weerszijden een vensterloze kapel op veelhoekige grondslag met een tentdak.

Aan de noordzijde is tenslotte de sacristie vastgebouwd, een eenlaags gebouwtje onder leien zadeldak met spitsboogvensters en sierankers en aan de schipzijde een entreeportaal en traptorentje.

In de toren bevindt zich het portaal met een stucwerk stergewelf, in de wand een gedenksteen. Hierop staan de namen van de architect C.F. van Hoof, aannemer Broens, pastoor Kamp en de jaartallen 1901-1902 vermeld. De driebeukige kerk heeft zowel in het schip als in de zijbeuken stenen kruisgewelven. In het schip zijn deze geaccentueerd door baksteen ribben, steunend op baksteen bundelzuilen en schalken met eenvoudig natuurstenen kapiteel. De oorspronkelijke polychromie is overgeschilderd in wit, met uitzondering van genoemde zuilen en ribben. Blindnissen geleden de begane grond, waartussen de eenvoudige houten biechtstoelen staan opgesteld. Onder de vensters bevindt zich een tandlijst. Boven die van de lichtbeukvensters is een nissengeleding aangebracht. De vensters bevatten eenvoudig glas-in-lood, terwijl de gebrandschilderde ramen van de absis Christus' Geboorte en Laatste Avondmaal tonen. Deze ramen zijn ca. 1950 ontworpen door Ninaber van Eyben. De kerk bevat een aantal belangrijke onderdelen, die vooral uit het atelier van Custers te Eindhoven afkomstig zijn. Dit zijn onder meer de kalkstenen neogotische altaren. Het hoofdaltaar heeft marmeren zuiltjes. De tombe dateert uit 1902, de retabel uit 1906. Voorgesteld zijn onder andere het Laatste Avondmaal, de Calvariegroep en de geboorte van Christus. Het H. Anna-altaar en het Maria-altaar dateren beide uit 1906. Een beeld van de H. Antonius met Kind dateert uit 1902; een laatste werk van Custers in deze kerk is de preekstoel met smeedijzeren balustrade en kalkstenen reliëfs met de vier evangelisten uit 1931. Diverse heiligenbeelden versieren de kerk, waaronder één van de H. Joachim op een neogotische sokkel. De kruiswegstaties zijn vervaardigd door Windhausen in 1935. Het oudste onderdeel in de kerk is een midden negentiende eeuwse rood- en geelkoperen doopvont.

Waardering

De kerk is van algemeen belang. Zij heeft cultuur-historisch belang als voorbeeld van een geestelijke en bestuurlijke ontwikkeling, met name de stichting van nieuwe katholieke kerkdorpen in Midden-Brabant. Het kerkgebouw heeft architectuur-historische waarde vanwege de stijl en de plaats in het oeuvre van de architect. Het gebouw heeft ensemblewaarde vanwege de situering, verbonden met de ontwikkeling van het kerkdorp De Moer. Het heeft grote betekenis voor het aanzien van het dorp. De kerk is belangrijk vanwege de gaafheid van in- en exterieur en in relatie tot de structurele en deels visuele gaafheid van de dorpse omgeving.

MIP omschrijving

  • Bouwstijl: Neo-Gotiek
  • Bouwperiode: 1902
  • Gevels en materialen: Profielsteen. Machinale baksteen, grijze machinale steen als afgeschuinde rand bij plint en speklagen, diverse tandlijsten.
  • Vensters en deuren: Spitsboogvensters met geometrische glas-in-lood en baksteen tracering. Lancetvensters. Vleugeldeuren met sierbeslag.
  • Dak en bedekking: Zadeldaken met leien in maasdeking. Spitsdak.
  • Bijgebouwen: Calvarieberg van baksteen met cement "INRI:. Oudste graf 1910 Adriana Beunis. Achter de kerk het stenen Heilig Hartbeeld op hoge sokkel. Eenlaags bijgebouw achter kerk onder zadeldak, leien maasdekking. Kerkhof omringd door ligusterhaag.
  • Bijzonderheden: Markante beeldbepalende driebeukige kruiskerk met dakruiter en westtoren met traptoren en hoge kapellen. In kerkhof drie pastoorsgraven A.H. Kamp , overleden 1939.

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur