Handelingen

Zetten, Vluchtheuvellaan 8 - Vluchtheuvelkerk

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Vluchtheuvelkerk
Genootschap: Oecumenisch Protestants
Provincie: Gelderland
Gemeente: Overbetuwe
Plaats: Zetten
Adres: Vluchtheuvellaan 8
Postcode: 6671DN
Inventarisatienummer: 12487
Jaar ingebruikname: 1870
Architect: Smits, J.A.
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument 523910


Geschiedenis

Protestantse kerk op terrein psychiatrische instelling van de Heldringstichting.

Kleine zaalkerk met torentje in neoclassicistische vormen.

In 1867 kreeg de predikant van Hemmen, Ds. Heldring, nadat hij met emeritaat was gegaan de bouw van een gestichtskerk aangeboden: de Vluchtheuvelkerk. Deze kerk is op een hoge, speciaal daartoe opgeworpen terp, gebouwd. De gedachte hierachter gaat terug tot de tijd waarin Ds. Heldring de pastorie in Hemmen betrokken had en, toen het water in 1827 bij de zoveelste dijkbreuk ook de pastorie omspoelde, hij 300 mensen onderdak heeft geboden.

Er werd een heuvel aangelegd tot een hoogte van 1.30 Ned.el boven de hoogste waterstand bij de dijkdoorbraak in 1800 gemeten. In 1870 werd de Vluchtheuvelkerk ingewijd; op het Klokketorentje staat als windwijzer een hand, die naar boven wijst. In 1897 is de kerk uitgebreid met een westvleugel.

Ottho Gerhard Heldring werd in 1827 predikant te Hemmen. Hij was daar tevens directeur van de door hem opgerichte Heldring-gestichten, een filantropische instelling te Zetten. Daar ook stichtte hij in 1864 Nederlands eerste kweekschool voor onderwijzeressen.

Monumentomschrijving Rijksdienst

De Hervormde Kerk (A) is gebouwd als zaalkerk ca. 1870/1880 in een aan het neo-classicisme verwante stijl, die later met een westelijke dwarsarm, die bijna even breed is als de langszijde, in dezelfde stijl werd uitgebreid. Het kerkgebouw is van een rechthoekig grondplan tot een T-vormige plattegrond uitgegroeid en vanaf dat moment met het liturgisch centrum naar het oosten gericht. In 1936 werden tegen de ingangen lage aanbouwen geplaatst. Het kerkgebouw wordt gedekt door een met vernieuwde shingles belegd zadeldak. De gevels zijn gepleisterd en boven de plint van schijnvoegen voorzien die blokken natuursteen suggereren. De gevel wordt boven afgesloten door een hoofdgestel waarin naast gepaarde zolderraampjes ook verdiepte velden voorkomen. De gevels worden in beslag genomen door rondboogvormige vensters met door roeden verdeelde stalen ramen en kleinere vensters die in rondboogvormig afgesloten spaarvelden zijn geplaatst. De ramen hier zijn gevat in een door een staafprofiel vergezelde neg en rusten op gepleisterde uitkragende lekdorpels. In een van de drie symmetrisch ingedeelde eindgevels is het triplet vensters blind uitgevoerd. In de eindgevels vormen verticale verdiepte velden met lichtspleten de beëindiging van de topgevels. In het midden van de vijf vensterassen tellende oostelijke langszijde van het oorspronkelijke zaalkerkje komt in de kop van het spaarveld een roosvenster voor met gekleurd glas. Oorspronkelijk waren alle kerkramen in de kop van de rondboog voorzien van een roosraam.

Als VOORGEVEL wordt de westzijde aangemerkt met in de centrale as rondboogvormige vleugeldeuren onder 2x2-ruits bovenlichten. Ter weerszijden komen drie gekoppelde rechtgesloten lichtspleten op een lekdorpel voor. De architectonische onderdelen in de licht risalerende middenpartij zoals het raam onder de waterlijst (die zich uit de omlopende kroonlijst hier voortzet) waarop spaarvelden onder de schuine zijden van het dak rusten, zijn ten opzichte van hun flankerende varianten hoger geplaatst en leiden als het ware reeds de vorm van de topgevel in. De gevels van de linker en rechterzijkant (noord- en zuidzijde) van deze transeptarm zijn identiek en bestaan uit drie vensterassen van het eerder omschreven type.

Aan de NOORDZIJDE, bevindt zich één van de eindgevels met de oorspronkelijke entree van het zaalkerkje. Deze gevel is bijna gelijk aan de hiervoor besproken gevel waar alleen de lichtspleten ontbreken ter weerszijden van de hier voorkomende lage uitbouw. De gevel bezit op de topgevel een gemetselde klokkestoel die door een windvaan met een hand en wijzende vinger naar boven, wordt bekroond. Het van een geprofileerde bakgoot voorziene, door een zadeldak met schubleien gedekte voorportaal bevat aan de voorzijde een vierruits vleugelpaneeldeur. Het gevelveld boven de waterlijst is blind uitgevoerd. De zijkanten van het portaaltje bevatten elk een paneeldeur met drie lichtspleten. De rechter zijkant van de eindgevel wordt gevormd door één vensteras in de hoek met de transeptarm.

De OOSTZIJDE bestaat uit de intact gebleven langszijde van het oorspronkelijke zaalkerkje en telt vijf vensterassen. In de hoekrisalieten is een venster opgenomen in elk spaarveld. Van de drie in het midden voorkomende vensternissen is het middelste op een roosvenster in de kop na, blind uitgevoerd. Onder deze vensternis komt een in natuursteen gehakte tekst voor.

De eindgevel van de ZUIDZIJDE is in opzet, behoudens de schijnvensters, gelijk aan de noordzijde. Het lage voorportaal bevat aan de voorzijde terugliggende vierruits vleugelpaneeldeuren onder vier als lichtspleten uitgevoerde bovenlichten. Op de beide hoeken is een lichtspleet aangebracht met een afgeschuinde lekdorpel. De geveltop van deze uitbouw is evenals de top van de eindgevel voorzien van spaarvelden met in de middelste drie spaarvelden een lichtspleet. In de zijkanten van het voorportaal bevindt zich een gedeeld draairaam in stalen kozijn onder een eveneens afgeschuinde lekdorpel.

Het INTERIEUR valt op door zijn hoge mate van gaafheid en waardevolle onderdelen. Het kerkschip bevat twee rijen banken op een plankier. De banken bezitten open rugleuningen, opklapbare zittingen, een ijzeren voetenplank en de zijden worden per rij afgesloten door een schot met voluten bekroonde bankeinden. Tegen de oostelijke gevel is het (modern) verhoogde liturgisch centrum gesitueerd met fraai gesneden preekstoel onder de grafsteen van de stichter Ottho Heldring die is bevestigd aan het schijnvenster met als enig gespaard roosraam. In de eindgevels van de noord- en zuidzijde bevinden zich herenbanken met voorschot en luifel, waarvan die in de zuidzijde is geplaatst onder een galerij, de voormalige orgeltribune. De huidige plaats van het moderne (niet beschermde) orgel, sinds de bouw van de westelijke dwarsarm haaks op het zaalkerkje, bevindt zich eveneens op een tribune op ijzeren van een kapiteel voorziene kolommen boven de westelijke entree. Bijzondere ijzeren kroonluchters hangen aan de door een vlak plafond gedekte T-vormige kerkruimte met steekkappen boven de vensters. De opmerkelijk ruime zoldering bevat Philibertspanten.

Waardering

KERK, gebouwd in ca 1870/80.

- Van architectuurhistorische waarde als goed en gaaf voorbeeld van een vluchtkerk uitgevoerd in een voor Nederland unieke verschijningsvorm waarin neoclassicistische invloeden zijn gekoppeld aan de z.g. Rundbogenstil. Het interieur bezit waardevolle elementen.

- Van stedenbouwkundige waarde vanwege zijn ligging op een kunstmatige heuvel en de relatie met de samenstellende complexonderdelen.

- Van cultuurhistorische waarde als uitdrukking van de Réveil-beweging, een sociale en geestelijke ontwikkeling met Groen van Prinsterer als wegbereider in Nederland. Deze humanitaire stroming heeft mede geleid tot het ontstaan van de maatschappelijke hulpverlening in Nederland.

Orgel

Het orgel is in 1966 gebouwd door de firma Ernst Leeflang (Apeldoorn).

Dispositie
  • Manuaal 1: Prestant 8' - Holpijp 8' - Octaaf 4' - Mixtuur 1⅓' 4 sterk.
  • Manuaal 2: Roerfluit 8' - Gedekte fluit 4' - Flageolet 2' - Sifflet 1⅓' - Kromhoorn 8'.
  • Pedaal: Subbas 16'.
  • Koppelingen: Manuaal 1 aan Pedaal - Manuaal 2 aan Pedaal - Manuaal 2 aan Manuaal 1.

Mechanische sleepladen. Manuaalomvang: C-g3. Pedaalomvang: C-f1.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur