Handelingen

Woudsend, Midstrjitte 46 - Michaël

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Michaël
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Friesland
Gemeente: Súdwest Fryslân
Plaats: Woudsend
Adres: Midstrjitte 46
Postcode: 8551 PJ
Inventarisatienummer: 09771
Jaar ingebruikname: 1792
Architect: Bruinsma, Abraham
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument 506129

Geschiedenis

Voormalige schuilkerk. Sobere kerk met toren. Oudste nog bestaande Rooms-Katholieke kerkgebouw in Friesland. Toren uit 1933 naar ontwerp van H. van der Bijl.

R.K. kerk vanwege het eenklaviers orgel, in 1811 gemaakt door A. van Gruisen uit Leeuwarden.

Monumentomschrijving Rijksdienst

Inleiding

Roomskatholieke SCHUILKERK van de Heilige Aartsengel Michaël met aangebouwde PASTORIE, ORGEL, LUIDKLOK en waardevolle INTERIEURONDERDELEN. Getuige een gevelsteen in de rechterzijgevel in 1792 in de vorm van een schuurkerk opgetrokken gebouw, dat zich aan de Midstrjitte (nog steeds) manifesteert als een woonhuis. Sedert de stichting heeft het gebouw diverse verbouwingen en veranderingen ondergaan die, met uitzondering van de aanbouw van de torenpartij, het dichtzetten van enkele deuren en verb ouwing/modernisering van de pastorie, hoofdzakelijk de inrichting van het gebouw betreffen. In 1840 wordt het uit 1811 daterende orgel van de Friese orgelbouwer A. van Gruisen geplaatst.
In 1909 vindt onder leiding van architect W. te Riele uit Deventer een restauratie plaats, bij welke gelegenheid het oorspronkelijk sobere classicistisch aandoende gebouw door vernieuwing van delen van het interieur (onder andere het meubilair) een meer neogotisch karakter krijgt. In 1912 vindt vervolgens renovatie van het priesterkoor plaats onder leiding van architect H. Kroes. In 1933 wordt het gebouw aan de Merkstrjitte-zijde (ten koste van de driezijdige absis) naar ontwerp van architect H. van der Bijl uit Amstelveen in romaniserende trant verlengd en van een toren voorzien. Een aantal oudere elementen wordt opnieuw gebruikt, zoals de deuren van het portaal en de biechtstoel.

In de jaren zestig van de 20ste eeuw zijn de muren, bomen en heggen die de kerk omgaven gesloopt respectievelijk gekapt. In 1984 volgt dan nog de sloop van twee huizen aan de noordzijde, als gevolg waarvan de kerk steeds meer in het zicht is komen te liggen en, vanaf de buitenzijde bezien althans, het karakter van schuilkerk nagenoeg verloren is gegaan. Ondanks de verbouwingen en ingrepen heeft met name het interieur van het huidige gebouw nog heel goed zijn karakter bewaard. De voormalige schuilkerk is in het bijzonder beschermd vanwege de rijke bouwgeschiedenis, het interieur en de bijbehorende interieuronderdelen, maar ook vanwege de regionale uniciteit van de oorspronkelijke functie.

Omschrijving

Uit gele friese baksteen opgetrokken kerkgebouw met gepleisterde westgevel en rondboogvensters met ijzeren tracering en aangebouwde uit rode baksteen opgetrokken (ten dele gewijzigde) pastorie met drie schuifvensters in de voorgevel (linkerzijgevel niet meer oorspronkelijk). Het geheel wordt gedekt door een met (ten dele oudere) zwart geglazuurde pannen belegd schilddak; ijzeren trekankers; goten op klossen. In de rechterzijgevel van de kerk een zandstenen stichtingssteen met opschrift en jaartal 1792. De sobere torenpartij (1933) met portaal, doopkapel en biechtruimte met aardig gesneden deuren, is in romaniserende trant opgetrokken uit machinale baksteen; dubbele houten toegangsdeuren met sierbeslag; rondboogvensters; galmgaten; met leien beklede spits (Maasdekking). Luidklok uit 1933 gegoten door de firma Eysbouts te Asten. In de linkerzijgevel van de toren een hardstenen gedenksteen, verwijzend naar de restauratie van de kerk in 1909 en de bouwactiviteiten van 1933. Het INTERIEUR van het zaalkerkachtige gebouw (middenschip met zeer smalle zijbeuken) wordt geleed door acht op basementen rustende gemarmerde Toskaanse zuilen die een Lodewijk-XVI tongewelf dragen met stucdecoraties en geprofileerde stuclijsten; trekstangen; bewerkte stucrozetten, verwijzend naar natuur, muziek en zang, handel en scheepvaart (1792). De pilasters waren oorspronkelijk lichtgeel gemarmerd; de pilaren zwart-rood. De huidige wit/zwarte marmering dateert van 1940. Het houten meubilair dateert van omstreeks 1909. Uit de aanwezige interieuronderdelen vallen duidelijk de belangrijkste (ver)bouw- en vernieuwingsactiviteiten af te lezen:

  • 1. de classicistische periode (1792);
  • 2. de neo-classicistische vernieuwing (ca. 1840-1860);
  • 3. de Art Déco renovatie (1933-1937); 4. de na-oorlogse periode.

Uit bovengenoemde perioden zijn onder meer de volgende onderdelen van belang: het altaar met aan weerszijden gemarmerde pilasters en zuilen met composietkapitelen die een ranke boog dragen (1792); de gemarmerde houten altaartombe met cartouche met Lam Gods en bekroning in Lodewijk XVI-stijl (1792); de dubbele gemarmerde houten kaarsenbank in Lodewijk XVI-stijl (1792); het tabernakel uit 1867 (met houten gehamerde kap, koperen kroon en kruisbeeld uit 1939-40); boven het altaar een stucrozet met stralenkrans en Alziend Oog. Geschilderd altaarstuk (op doek) voorstellende de Opwekking van Lazarus (1824,
Otto de Boer, Woudsend); kruiswegstaties (1852, Otto de Boer; Art Déco-omlijstingen jaren dertig); reeks gekleurde gebrandschilderde ramen in smeedijzeren harnas met bijbelse scènes en heiligen, uitgevoerd in een realistische laat-gotisch aandoende stijl (1927-28, atelier C. van Straaten te Utrecht); verlossingscyclus geschilderd op hardboard in deels realistische, deels byzantiniserende stijl (1937,
Jacob Ydema, Blauwhuis). Reeks neogotische gipsen beelden voorstellende: Maria met Jezus (1910), Jozef (1913), Barbara (ca. 1920), Michael (1921), Anthonius van Padua (1927), Theresia van Lisieux (1927), Isidorus (1928), Heilig Hartbeeld (jaren dertig); lampen (1909); eikehouten kerk- en koorbanken (ca. 1909); twee forse koperen neogotische kaarsenstanders en processiekruis (1913); triomfkruis (1920); biechtstoel (1933) en doopvont (1933, vervaardigd door de firma J. Maas en Zonen te Haarlem).
Op het balkon met balustrade, waarin opgenomen een gedeelte van de rijk gesneden oude communiebank (cherubijnen en rankwerk, 1792), staat een éénklaviersorgel, vervaardigd in 1811 door de firma A. van Gruisen uit Leeuwarden. In de doopkapel een eikehouten kastje met Fries snijwerk (mogelijk nog 17de-eeuws). Het kerkscheepje dateert van 1985 (Johannes Silvius); het altaar in postmoderne byzantiniserende stijl en het ikoon in Griekse stijl, voorstellende de aartsengel Michael (Johannnes Kuipers, Het Harde) dateren van 1988. Deze onderdelen vallen wegens te geringe leeftijd buiten de bescherming.

Waardering

Schuilkerk met aangebouwde pastorie van algemeen cultuurhistorisch en architectuurhistorisch belang:

  • vanwege de ouderdom;
  • vanwege de bouwgeschiedenis;
  • vanwege de oorspronkelijke functie;
  • vanwege de vormgeving van het interieur;
  • vanwege de waardevolle interieuronderdelen;
  • vanwege de uniciteit op provinciaal niveau;
  • vanwege de zeldzaamheid op nationaal niveau.

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur