Handelingen

Wijnjewoude, Tsjerkereed 2 - Hervormde Kerk Wijnjeterp

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Hervormde Kerk Wijnjeterp
Genootschap: PKN Hervormde gemeente Wijnjewoude
Provincie: Friesland
Gemeente: Opsterland
Plaats: Wijnjewoude
Adres: Tsjerkereed 2
Postcode: 9241HH
Inventarisatienummer: 09784
Jaar ingebruikname: 1778
Architect:
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument 31869

Geschiedenis

Historische dorpskerk met toren.

Monumentomschrijving Rijksdienst

Herv. Kerk op verhoogd omheind kerkhof. Eenvoudig kerkgebouw uit 1778 met dakruiter boven de westgevel. Inventaris uit de bouwtijd bestaande uit preekstoel met Mozes en vier evangelisten op de kuip voorgesteld, bijbehorend achterschot, trap en klankbord; een lezenaar: doophek, herenbank en twee lichtkronen, waarop blakertjes en lichtarm aan de preekstoel; vijf banken waarin gotische sleutelstukken zijn verwerkt met de voorstelling van Leeuw, Stier, Adelaar en een dubbelkoppige schildhoudende adelaar.

In de media

Uit Fries Dagblad, 1 juli 2005

Een naamloos zorgenkindje bloeit op na negentig jaar.

SJIRK KUIJPER

Wijnjewoude - Eigenlijk is het altijd al een tobber geweest, het orgel van de Hervormde Kerk in Wijnjeterp. Negentig jaar kommer en kwel stijgt op uit het archiefonderzoek dat organiste G. Beenen-Brouwer heeft gedaan. Maar vanavond zal het pierement met heldere stem de lofzang begeleiden, belooft de Drachtster orgelbouwer S. Haarsma, die twee jaar bezig is geweest om het instrument stevig onder handen te nemen. "Ik ken het orgel sinds begin jaren zestig. Toen was het al een zorgenkindje."
Het instrument is in 1914 als tweedehandsje geleverd door Jan Proper uit Kampen. Waar hij het vandaan had, is niet bekend, evenmin als de naam van de bouwer die het ergens aan het einde van de achttiende eeuw moet hebben ontworpen. Begin vorige eeuw waren kerken niet geïnteresseerd in de geschiedenis van hun orgel - als het maar fatsoenlijk speelde. Het was ook niet een deskundige organoloog of historisch onderlegde commissie die destijds op pad ging om een mooi instrument uit te zoeken; dat deed meneer de dominee zelf.
Bij zijn laatste vergadering met de kerkvoogden en notabelen, 13 augustus 1913, sprak de vertrekkende predikant ds. Haveman volgens de notulist de wens uit ,,dat het nog eens zover mocht komen dat er een orgel in de kerk geplaatst werd, iets waarnaar Zijne Eerwaarde steeds zoozeer had verlangd’’. De opvolger van Haveman liet het niet bij wensen en verlangen; ds. Jebbink kwam op 10 november 1913 direct terzake en vroeg bij orgelhandelaar en -bouwer Proper in Kampen prijsopgave voor een occasion.
Proper had nog wel een "solied orgel" staan dat hij voor 800 gulden wilde leveren aan de Wijnjeterpsters, "welk een bedrag de vergadering meeviel". Desondanks besloot de kerkvoogdij slechts met minimale meerderheid van stemmen (vier tegen drie) om ,,door inteekening de wensch der leden kennen te leren’’. De rondgang langs het kerkvolk leverde 155,60 gulden op, en met die oogst durfden de notabelen tot aanschaf over te gaan. Uit de briefwisseling die volgde, blijkt echter een allengs verzurende relatie tussen de kerkvoogdij en de orgelbouwer. Die wilde geen genoegen nemen met een aanbetaling van 200 gulden, hij vroeg 5 procent rente over de uitgestelde termijnen en liet bovendien knorrig merken dat hij wel meer werk te doen had.
Toen het orgel eenmaal was opgesteld in de kerk te Wijnjeterp, waren de spanningen nog niet de wereld uit. Een van de kerkleden liet weten dat hij "niet genegen was zijn zoon voor 5 gulden in ‘t jaar het orgel te laten bedienen". Dus kreeg de jonge orgeltrapper voor het wekelijks bedienen van de blaasbalg het jaarsalaris dat zijn vader geëist had: 7,50 gulden.
Drie jaar later, in 1917, besloot ook de buurkerk van Duurswoude (dat tegenwoordig samen met Wijnjeterp het dorp Wijnjewoude vormt) een orgel aan te schaffen. Ondanks de moeizame betrekkingen die Wijnjeterp had onderhouden met Proper, mocht deze opnieuw een instrument leveren. En ditmaal leverde hij iets beters: de Duurswoudsters kregen (zonder dat zij en Proper het wisten) voor slechts 493,20 gulden een instrument waarvan pas veel later zou blijken dat het een onvervalste, zeer vroege (1718) Arp Schnitger was. Dat instrument is in 2000 door Bakker en Timminga gerestaureerd en geniet onder kenners een voortreffelijke reputatie.
Zo’n hoge status zal het Proper-orgel in Wijnjeterp nooit bereiken. Niet alleen omdat het van schimmige komaf is, maar ook omdat het eigenlijk al bij z’n komst naar Fryslân een samenraapsel van ledematen was: Proper gaf net zomin als zijn tijdgenoten om historiciteit, en voegde zonder scrupules onderdelen van verschillende instrumenten bij elkaar. Die compositie hield niet lang stand, want goed 35 jaar later (januari 1940) constateerde M. Spiering uit Dordrecht tijdens een stembeurt dat het orgel diverse gebreken vertoonde en dringend moest worden schoongemaakt. Er ontbraken pijpen, en andere waren in erbarmelijke staat.
Spiering kreeg 98 gulden voor een opknapbeurt die het orgel tot 1970 aan de praat hield. In dat jaar gebeurt het ergste dat een pijporgel kan overkomen: de kerkelijke gemeente koopt een elektronisch orgel en plaatst de geluidsbox daarvan achter het front van het inmiddels onbespeelbare Properproduct. Later, in de jaren '80 en '90, wordt het pijpwerk weer bespeelbaar gemaakt door hobbyist P. van Slageren, die een caravan heeft op camping De Ikeleane en in zijn weekenden de vrije hand krijgt om te knutselen aan het invalide pijporgel. Hij krijgt het aan de praat, maar hangt wel een waarschuwend briefje naast het klavier waarop hij de organisten tot zorgzaamheid maant: "Een eenvoudig orgel met diverse gebreken moet je nu eenmaal voorzichtig behandelen".
Alle goede zorg ten spijt gaf het instrument in de jaren negentig opnieuw de geest; wederom werd er een elektronicum de kerk in gedragen om de gemeentezang te begeleiden. Maar inmiddels zijn kerk en orgel eigendom geworden van de Hervormde Stichting Begraafplaatsen. Die heeft wel wat te besteden, veronderstelt de Drachtster orgelbouwer S. Haarsma: in ieder geval kreeg hij twee jaar geleden de vrije hand om er iets moois van te maken. De rekening liep op tot zo’n 25.000 euro. "Vijf weken geleden had ik het eigenlijk al af. Toen hebben ze me gevraagd alsnog een pedaal toe te voegen. Dat was lastig, want het mechaniek ligt onder de balg. Maar ik heb het hele regelwerk op een plaat hout gemonteerd en die van de zijkant eronder geschoven. Nu zit er een vol pedaal met 16 voet Bourdon op; het is een echt orgel geworden."
Haarsma heeft onder meer een gerestaureerde windlade uit zijn magazijn in het Wijnjeterpster orgel gemonteerd, evenals een geheel nieuw regelwerk. Ook de dispositie is veranderd. Om originaliteit heeft de Drachtster orgelbouwer en -restaurateur zich niet al te zeer bekommerd; daar valt met zo’n bastaardconcept toch weinig van te maken. "Ik heb gekeken wat nog bruikbaar was van wat Proper hier had neergezet, en dat heb ik aangevuld met eigen materiaal. Waar ik wel op gelet heb, is of het goed bij elkaar past allemaal. Het is een harmonieus geheel geworden."

Dispositie bij plaatsing door J. Proper (1914)
  • Manuaal: Prestant 8' - Holpijp 8' - Octaaf 4' - Vox celeste 8' - Fluit 4' - Flageolet 2' - Nasard Quint 2 2/3'.
  • Pedaal: aangehangen.
Dispositie na herstel door S. Haarsma (2005)
  • Manuaal: Prestant 8' - Holpijp 8' - Octaaf 4' - Viola di Gamba 8' - Fluit 4' - Quint 3' - Mixtuur 3 sterk - Octaaf 2'.
  • Pedaal: Bourdon 16'.

Afbeeldingen

Exterieur
Interieur