Handelingen

Wergea, Kerkbuurt 22 - Martinus

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Martinus
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Friesland
Gemeente: Leeuwarden
Plaats: Wergea
Adres: Kerkbuurt 22
Postcode: 9005PB
Inventarisatienummer: 09699
Jaar ingebruikname: 1862
Architect: Wennekers, H.J.
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument 514864

Geschiedenis

Neogotische kerk met toren.

In de toren van de R.K.Kerk bevindt zich een klok uit 1694, gekocht in 1862.

Restauratie van de kerk in 1990.

Het orgel

Het orgel is gebouwd door gebr. Adema in 1911.

Monumentomschrijving Rijksdienst

De eenvoudige rooms-katholieke KERK, gewijd aan de H. Martinus van Tours, werd gebouwd in de jaren 1860-1862 in Neo-gotische stijl. Het ontwerp van de kruiskerk is van architect H.J. Wennekers, broer van de pastoor. Ten behoeve van de kerkbouw werd in 1859/'60 een terrein aangekocht aan de oostelijk dorpsrand van Warga, aan de weg naar Wartena. Het grondwerk voor de kerk, de pastorie en de begraafplaats werd uitgevoerd door G.A. Heidstra uit Heerenveen terwijl Joh. Arends uit Dronrijp de aannemer van de bouw van kerk en pastorie was. Wegens zijn voortijdig overlijden werd de bouw voltooid door een aannemer uit Marssum. De kerk werd van de openbare weg gescheiden door een gietijzeren HEK, dat op grond van de detaillering is toe te schrijven aan de ijzergieterij van Benedictus Mohrmann uit Leeuwarden. Enkele interieur-onderdelen zijn afkomstig uit de voormalige schuilkerk die in de Jornahuisterpolder stond, zoals het doopvont (1791) en de ornamenten op de biechtstoel. De maker van de glas-in-lood ramen is niet bekend; de liturgische inrichting is afkomstig uit het atelier van P.J.H. Cuypers. De veertien kruiswegstaties zijn vanaf 1957 in de kerk aanwezig. Ze zijn geschilderd door F.H. Bach, kunstenaar uit Groningen in een romantisch-realistische trant. De kerk werd in 1939 gerestaureerd en in 1988/89 hersteld.

Omschrijving

De kerk heeft de plattegrond van een Latijns kruis met een driezijdig gesloten koor en is oost-west georinteerd. Het opgaande muurwerk van kerk en toren is gemetseld in bruine baksteen. Het schip wordt verticaal in vier traveeën geleed door eenmaal versneden steunberen; de versnijdingen zijn afgedekt met natuursteen. Op de eerste steunbeer aan de noordwestzijde is een gedenksteen met een chronogram: Deo gratIas LargItatI frIsIae CathoLICae LaUs seMper (1861).

De kerk is horizontaal geleed door een plint met natuurstenen afdeklijst, een cordonlijst ter hoogte van de afzaten van de spitsboogvensters met middenstijl, vierpas en gekleurd glas-in-lood. De zuidgevel wordt gedeeltelijk oversneden door een tussenlid naar de pastorie. In de laatste travee van het schip en in de zijgevels van de transepten zijn blinde vensters. In de kopse gevels van de transepten zijn een spitsboogvenster en een roosvenster. Het driezijdig gesloten koor is geopend met spitsboogvensters in elk gevelvlak en wordt afgesloten door een uitkraging op een strekse bloklijst. Op het koor een gesmeed kruis.

De toren, aan de westzijde, heeft een vierkante grondslag en verjongt zich eenmaal tot een achtkant; onder de versnijding vijf lagen muizentand. Aan de westzijde van de toren is de kerktoegang in een portaal met kolonetten, waarboven een wimberg bezet met hogels. Een tweetreeds natuurstenen stoep leidt naar de dubbele kerkdeur met smeedijzeren sierhang- en sluitwerk. Het onderste bouwvolume met plint en roosvenster heeft tweemaal versneden steunberen bekroond met eenvoudige pinakels met neo-gotische detaillering. De westgevel is geopend door een kolossaal spitsboograam met vierpassen voorzien van gekleurd glas-in-lood zonder voorstelling. Het tweede bouwvolume is een achtkane klokkenzolder, begeleid door eenmaal versneden steunberen en een achtkante ingesnoerde spits. De klokkenzolder heeft aan vier zijden lancetvormige galmgaten met galmborden en een kleine topgevel. De spits heeft een vlaggestokluik en wordt bekroond door een torenkruis met weerhaan. Het kerkdak en de torenspits zijn belegd met leien in Maasdekking. In het oostelijke dakschild aan de koorzijde heeft het dak een houten dakkapel en op de nok een kruis. De spits wordt bekroond door een torenkruis met een windhaan.

Het INTERIEUR van de toren heeft een voorportaal met een gestucadoord kruisgraatgewelf. Op de klokkenzolder in de toren staat een eenvoudige, kleine houten klokkenstoel met houten luiwiel en een rechte luibalk met het jaartal 1849; de klok is in 1949 gegoten bij Van Bergen Heiligerlee/Jongerius Amersfoort (deze worden niet van rijkswege beschermd). In de noordwestelijke hoek van het kerkschip is een doopkapel afgezonderd door een gietijzeren hekwerk. Alleen daar is de vloer belegd met gekleurde vloertegels, voor het overige heeft de kerk een planken vloer. In de doopkapel staat een beschilderd natuurstenen doopvont uit 1791. Aan de westzijde van de kerk bevindt zich de orgelgalerij met een (niet monumentaal) tweeklaviers instrument in een eenvoudige kast.

De Neo-gotische INRICHTING van de kerk werd grotendeels voltooid in de eerste periode na de bouw van de kerk en omvat waardevolle interieuronderdelen, onder meer het gebrandschilderd glas-in-lood, hoofd- en zijaltaren, heiligenbeelden, de communiebank, de preekstoel, de kerkbanken, een orgel en Kruiswegstaties. In het kerkportaal is een glas-in-lood raam met een halffiguur van Sanctus Bernardus. In het schip van de kerk hebben de glas-in-loodramen voorstellingen van de twaalf apostelen met als bijschrift de Artikelen des Geloofs; in het noorder transept voorstellingen uit het leven van Maria en in het zuider transept voorstellingen uit het leven van de H. Jozef; in het koor werden in 1894 gebrandschilderde ramen geplaatst (particuliere schenkingen), voorstellend het leven van de patroonheilige H. Martinus en scènes uit het Nieuwe Testament. Aan de wanden hangen de veertien kruiswegstaties door F.H. Bach uit Groningen.

Het hoofdaltaar en de zij-altaren dateren uit 1871 en zijn vervaardigd door het atelier Cuypers. Het hoofdaltaar heeft beeldnissen met de HH. Martinus, Bonifatius, Petrus en Willibrord. De zij-altaren zijn gewijd aan de HH. Maria en Jozef. Op verschillende plaatsen in de kerk zijn aan de wanden neo-gotische heiligenbeelden opgesteld.

Op de communiebank, op de scheiding van het koor en de volkskerk, gebeeldhouwde voorstellingen van de voetwassing van de discipelen en Mozes en de brandende braamstruik.

De preekstoel aan de noord-oostelijke hoekpijler van koor en transept dateert uit 1885. De kansel rust op een houten, vierkante kolom; het gestoelte kan worden bereikt met een trap vanuit het koor; op de kuippanelen houtsnijwerk met heiligenbeelden; het klankbord heeft fraai houtsnijwerk: in de ornamentiek en detaillering zijn gotische architectuurmotieven toegepast.

Het noorder transept staat op de grens van de openbare weg. Voor het overige vormt een gietijzeren HEK de scheiding tussen het kerkterrein en de openbare weg. De gietijzeren, gecanneleerde hekstijlen met acanthusblad- en acanthusknop-decoratie staan op een bakstenen keermuurtje met hardstenen blokken; het hekwerk heeft gegoten punten en hangende ornamenten.

Waardering

De Neo-gotische kerk uit 1860-1862 naar ontwerp van H.J. Wennekers met neo-gotische inrichting en hek is cultuurhistorisch en architectuurhistorisch van algemeen belang: - als bijzondere uitdrukking van een geestelijke ontwikkeling, namelijk de emancipatie van de katholieke kerk, - vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteit van het ontwerp, - vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteit van de interieuronderdelen die er in dezelfde stijl in de eerste jaren na de bouw aan zijn toegevoegd, - als hoofdobject van een zeer compleet, kleinschalig rooms-katholiek kerkelijk complex, - vanwege de bijzondere betekenis voor het silhouet van het dorp Wergea, - vanwege de hoge mate van architectonische gaafheid van de samenstellende onderdelen.

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur