Handelingen

Nieuw Loosdrecht, Nieuw-Loosdrechtsedijk 171 - Sijpekerk (Sypekerk)

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Sijpekerk
Genootschap: PKN Ned. Hervormd
Provincie: Noord-Holland
Gemeente: Wijdemeren
Plaats: Nieuw Loosdrecht
Adres: Nieuw-Loosdrechtsedijk 171
Postcode: 1231KS
Inventarisatienummer: 04207
Jaar ingebruikname: 1400
Architect:
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument
Monumentenbordje 2014.jpg
26185


Geschiedenis

Historische kerk met toren. De toren kan worden gerekend tot de "Domfamilie".

Hervormde kerk. Driebeukige kerk, 15de eeuw, met toren. Inwendig hout overwelfd. Inventaris. Klokkenstoel met klok van anonieme gieter, 1675, diam. 118,2 cm.

De Nieuwloosdrechtse Sijpekerk (vaak geschreven als Sypekerk en daardoor foutief uitgesproken als ‘Siepekerk’) is thans ongeveer 600 oud. In de tweede helft van de veertiende eeuw stond op de plek van de huidige kerk slechts een kapel. In 1332 horen we voor het eerst van de eigen parochie (Oud-) Loosdrecht met een eigen kerk dus. Deze kerk werd wel de ‘moederkerk’ genoemd en de bewoners van de Sijpe (= het huidige Nieuw-Loosdrecht) behoorden tot deze parochie. In 1400 werd door Frederik van Blankenheim, bisschop van Utrecht, de Zijpse kapel tot een zelfstandige parochiekerk verheven en onder bescherming gesteld van de apostel Paulus, van de heilige Antonius de Belijder en van Cornelius, paus en martelaar. De tekst van deze stichtings- of fundatiebrief is bewaard gebleven in een ‘vidimus’, een afschrift uit 1647. Toch heeft de kerk nooit b.v. de naam ‘Pauluskerk’ gekregen. De moederkerk werd de Oude kerck genoemd en de Zijpse kerk dus de Nieuwe kerk. Zo ontstonden de beide dorpsnamen Oud-Loosdrecht en Nieuw-Loosdrecht. In de volksmond werd veelvuldig gewoon de Sijp (of Zijp) gebezigd. Beide dorpsgemeenschappen werden voor het eerst rond 1300 genoemd. Toen behorend en kerkend onder de classis Loenen. Men vermoed dat de ontginning van het Loosdrechtse gebied vanuit twee richtingen is geschied: vanuit de Vecht aan de westkant en vanaf de hoge Gooise gronden aan de oostelijke zijde van Loosdrecht. En welk van de beide Loosdrechten de oudste is zal altijd wel onbeantwoord blijven. In de Sijpe heeft ooit een boerderij gestaan met de naam Sijpesteijn. De adellijke familie Van Sypesteyn (spreek uit ‘Siepestein’) meende, dat hun stamouders in de dertiende eeuw een kasteel in de Sijpe zouden hebben gehad en dat de kapel aldaar de slotkapel moest wezen. Dit is nooit bewezen en hoogstwaarschijnlijk niet waar. Niettemin liet de jonkheer begin twintigste eeuw een kasteel bouwen op de plaats van deze boerderij, die schuin tegenover de Sijpekerk stond. Dit werd het huidige Kasteel-museum Sypesteyn. Sindsdien is er steeds verwarring over de uitspraak.

Toren

Naar men aanneemt duurde het nog tot ongeveer 1450 vóórdat ook de kerktoren was gerealiseerd. De uit drie geledingen opgetrokken toren ligt gedeeltelijk ingebouwd en is een typische Utrechtse dorpstoren, zoals we die ook vinden in Loenen, Westbroek, Eemnes-Buiten en Soest. Ze zijn geïnspireerd op de Domtoren in Utrecht. Tot de rondgang is hij ca. 32 meter hoog; de spits meet ruim 15 meter. In de tweede geleding komen twee smalle blinde spitsboogvensters voor. De derde geleding heeft natuurstenen hoekblokjes en is voorzien van drie nissen, waarvan de middelste geopend is en de twee buitenste blind zijn. Onder de bakstenen gotische balustrade van de omloop onderscheidt men een archaïsche rondboogfries.

Bij binnenkomst door de hoofdingang in de westgevel zien we in het plafond nog een viertal oude wit geschilderde consoles, gemaakt van zandsteen en in de vorm van gebeeldhouwde ridderhoofden. Zij ondersteunen de ribben van het gewelf. In dit kerkportaal hingen vroeger de klokkentouwen, waar – onder toezicht van de koster – de oudere schoolkinderen de klok mochten luiden voor de te houden kerkdiensten.

Het traptorentje zit aan de zuidkant; het heeft een nauwe opening en hoge treden. Eerst wordt de orgelgalerij bereikt. We komen dan in de klokkenkamer. De daarin aanwezige klokken wogen oorspronkelijk maar liefst 6000 pond. In de oorlog van 1672 werden de beide dorpen Oud- en Nieuw-Loosdrecht door de Franse troepen bezet. Ook de kerk werd door hen niet ontzien. De grote klok werd geroofd en kapot geslagen. Toen zij in 1674 moesten vluchten is er een kar met specie onder de zware last bezweken en moest worden achtergelaten. Na het rampjaar werden van deze brokstukken verzameld een minder zwaar exemplaar werd gegoten. Daarin staat de volgende tekst:

‘K WYERD VAN 6000 PONT DOOR ’T FRANS GEBOEFT TOT GRVYS; ‘K WEECH 1700 NU EN DYEN OPNYEVW GODES HVYS. YAN ADRYAENS OVDENSTEYN ENDE YAN GERRYTS ROEYC, KERCK MESTERS YNDERTYT, ANNO 1675.

In 1769 werd een tweede, kleinere klok aangebracht met het opschrift: “ME FECIT PIETER SEEST, AMSTELLODAMI” (Peter Seest uit Amsterdam heeft mij gemaakt).

In al die jaren werd de toren vele malen door de bliksem getroffen. Vlak na 1900 sloeg de bliksem twee gaten in de muren en op 7 mei 1910 stond de spits in brand. Haan en kruis lagen brandend op de trans, terwijl een vuurpluim boven de spits sloeg. Ook in 1911 en 1912 werden balken geraakt en sloeg een rollaag stenen weg. In de Tweede Wereldoorlog werd er door de Duitsers afweergeschut op de toren geplaatst dat op 31 augustus 1941 voor het eerst in werking trad. Gelukkig heeft de toren daar geen nadelige gevolgen van ondervonden, maar….. de klokken werden opnieuw geroofd. Ze werden niet stukgeslagen, maar op 25 februari 1943 naar beneden getakeld, waarna zij werden afgevoerd. Groot was de blijdschap van de bewoners, toen na de oorlog de grote klok bij een klokkengieterij in Heiligerlee werd teruggevonden. De kleine klok was waarschijnlijk reeds in de smeltoven terecht gekomen om verder verwerkt te worden in de wapenindustrie.

In 1973 werd besloten een nieuwe kleine klok te laten gieten, de z.g. “papklok”. Dat werd gedaan op 17 augustus in de fabriek van de klokkengieterij Petit & Fritsen in Aarle-Rixtel, vlak bij Helmond. De klok kreeg het opschrift:

“TWEEMAAL GING IK REEDS VERLOREN, MAAR UIT GLOEIEND BRONS GEBOREN, KLINKT MIJN STEM VOOR ’T EERST WEER KLAAR, IN JULIANA’S ZILV’REN JAAR, 1673 – 1943 - 1973” (Koningin Juliana herdacht in dat jaar haar zilveren regeringsjubileum).

De klok werd op 30 augustus 1973 op zijn plaats gebracht. Hij weegt 500 kg en heeft een doorsnee van 101 cm.

De toren is eigendom van de burgerlijke gemeente sinds Napoleon aan het begin van de negentiende eeuw de kerktorens vorderde voor militaire doeleinden. Regelmatig werd er (groot-)onderhoud gepleegd aan de kerk, maar de toren werd te lang ongemoeid gelaten. In 1937 was de toren sterk in verval geraakt door blikseminslag, plantengroei en doorwaterende muren. Restauratie daarvan kwam slechts met de grootste moeite tot stand omdat de provinciale bestuurders meenden dat de toren van niet veel meer dan plaatselijke betekenis was. In dat jaar werd een nieuwe ijzeren klokkenstoel aangebracht en de elektrisch verlichte klok in de spits geplaatst.

Eind jaren 1980 was het voegwerk van de toren door invloeden van o.m. zure regen zodanig ingevreten, dat restauratie weer noodzakelijk was. Daarom werd in 1990 de toren nog eens grondig onder handen genomen, waarbij o.a. de koperen haan opnieuw werd verguld met bladgoud. In 2001 stonden er wéér steigers rond de toren: toen werden er nieuwe Engelse leitjes op het dak van de toren gelegd.

Monumentomschrijving Rijksdienst

Ned. Herv. Kerk. Driebeukige kerk, 15e eeuw, met toren. Inwendig hout overwelfd. Inventaris. Klokkenstoel met klok van anonieme gieter, 1675, diam. 118,2 cm. Twee-klaviers mechanisch orgel met 19 registers, gemaakt door de firma Gebr. Franssen in 1889 voor de Gereformeerde Stationsstraatkerk te Zaandam en geplaatst in een bestaande orgelkas, vermoedelijk rond 1845 eveneens gemaakt door de firma Franssen. Het instrument werd in 2009 aangekocht, gerestaureerd en geplaatst in Nieuw-Loosdrecht.

In de media

Uit Het Vaderland, 1 October 1936.

De gemeenteraad van Loosdrecht heeft een crediet van f 2.000 toegestaan voor restauratie van den Sypekerktoren, die uit 1450 dateert. Op de plek, waar thans de zoogenaamde Sypekerk staat, is in 1288 een kapel gebouwd. Het was de slotkapel van het nabijgelegen kasteel de Sypesteijn. Deze kapel is de oorsprong van de tegenwoordige Sypekerk te Nieuw-Loosdrecht. De bevolking van het toenmalige ter Sype (tegenwoordig Nieuw-Loosdrecht), alsmede die van Oud-Loosdrecht, hadden in dien tijd geen eigen parochiekerk. Belde dorpen behoorden tot de parochie Loenen. In 1320 werden Oud-Loosdrecht en Ter Sype gezamenlijk tot een nieuwe parochie gevormd met een eigen kerk en pastoor. Dit kerkgebouw stond te Oud-Loosdrecht. Voor de bewoners van Ter Sype was de afstand tot hun kerk aanmerkelijk verminderd. Daar de weg echter dikwijls onbegaanbaar was en als gevolg hiervan de pastoor van Oud-Loosdrecht niet altijd in de gelegenheid was naar ter Sype te komen om het sacrament der stervenden te bedienen, wenschte de bevolking van deze buurtschap een eigen parochiekerk en een eigen pastoor. Voor dit doel werden gelden ingezameld en landerijen als kerkgoederen afgestaan. In 1399 werd den bisschop van Utrecht, Frederik van Blanckenhelm, verzocht het gebied ter Sype te verheffen tot een zelfstandige parochie en de slotkapel bij den Sypesteijn te verheffen tot parochiekerk. Bij acte van 10 April 1400 werd het verzoek ingewilligd. De kapel van de Sypesteijn werd verbouwd en vergroot. Het noordoostelijk deel van de tegenwoordige Sypekerk dateert uit den tijd van deze verbouwing. Het middengedeelte en de toren zijn gebouwd omstreeks 1450.

In 1578 ging de bevolking van Nieuw-Loosdrecht over tot den Gereformeerden godsdienst. Van 1672 tot 1673 was Loosdrecht bezet door Fransche troepen, die o.a. gehuisvest waren in de Sypekerk, die door hen «geheel is uitgeplonderdt en ontramponeert". De torenklok werd stukgeslagen. In 1675 werd ze door een nieuwe vervangen mét het randschrift: "'k Wyerd van 6000 pont door 't frans geboeft tot gruys; 'k Weech 1700 nu en dyen opnyeuw Godes huys".

In 1678 werden kerk en toren getroffen door een «groot onweder van donderd ende blixem", waardoor vooral de toren beschadigd werd. De Staten van Holland lieten zlch echter niet onbetuigd en gaven zeshonderd gulden ter tegemoetkoming in de reparatiekosten.

In 1910 sloeg de bliksem andermaal ln den toren, waardoor de spits in brand geraakte en de toren beschadigd werd.

De toestand van den toren ls zoodanig, dat uitstel van restauratie kan leiden tot verlies van den geheelen toren. Hij is vroeger herhaalde malen gerestaureerd. Het materiaal, waaruit hij is opgetrokken, bestaat in hoofdzaak uit met de hand gevormden rooden steen. De terugliggende boogtraceeringen zijn jammer genoeg voor een groot deel met cement oversmeerd, wat den toren een haveloos aanzien geeft. Het ligt in de bedoeling, bij de restauratie deze deelen schoon te maken en waar noodig van nieuwe tusschenpilasters te voorzien. De trans, die nog geheel in zijn oorspronkelljken vorm aanwezig is, heeft het meest door de inwerking van de elementen geleden.

Orgel

Het orgel is van vroeg 19de eeuwse Rijnlandse herkomst. De maker is onbekend. Het moet omstreeks 1845 gemaakt zijn voor een kerk in het Duits-Limburgse grensgebied. In 1889 wordt het door de firma Gebr. Franssen (Roermond) in de Gereformeerde Kerk aan de Stationsstraat te Zaandam geplaatst. In 1940 restaureert de firma H.W. Flentrop (Zaandam) het en breidt het uit met een pedaal, waarvan de tractuur elektrisch is. De frontpijpen worden vernieuwd. Adviseur is dan Mr A. Bouman. In 1975 voert de firma Flentrop Orgelbouw herstelwerkzaamheden uit en wijzigt de dispositie. In 1986 plaatst Flentrop een nieuwe kas achter het oude front, vernieuwt de klaviatuur en restaureert mechanieken en de windlade van het Hoofdwerk. De lade van het Bovenwerk wordt vernieuwd. Na sluiting van de Zaandamse kerk wordt het orgel door de Hervormde gemeente van Nieuw-Loosdrecht aangekocht. De firma Flentrop restaureert het opnieuw, plaatst nieuwe frontpijpen en tongwerken in Rijnlandse stijl en maakt een nieuwe, mechanische pedaallade. Adviseur is Peter van Dijk (Utrecht). Op 17 juni 2009 wordt het orgel op zijn nieuwe locatie in gebruik genomen.

Dispositie
  • Hoofdwerk (manuaal 1): Prestant 8' (2009) - Bourdon 8' - Octaaf 4' - Fluit 4' - Quint 3' (1986) - Octaaf 2' - Cornet 4' 4 sterk discant (1890) - Mixtuur 1⅓' 3-4 sterk (1940) - Trompet 8' (2009).
  • Bovenwerk (manuaal 2): Fluit douce 8' - Salicionaal 8' (C-H in Fluit douce, 2009) - Roerfluit 4' - Nasard 3' - Woudfluit 2' (1914) - Terts 1 3/5' (1975/1985) - Dulciaan 8' (2009).
  • Pedaal: Bourdon 16' - Bourdon 8' (C-d gecomb. met Bourdon 16') - Fagot 16' (2009).
  • Koppelingen: Hoofdwerk aan Pedaal - Bovenwerk aan Pedaal - Bovenwerk aan Hoofdwerk.
  • Tremulant (1986).

Mechanische sleepladen. Manuaalomvang: C-f3. Pedaalomvang: C-d1. Winddruk: 65 mm. WK.

Dit orgel vervangt een instrument dat oorspronkelijk in 1884 door Bakker & Timmenga (Leeuwarden) voor de kerk van Nieuw-Loosdrecht gebouwd is, en in 2009 een nieuwe bestemming kreeg in het Cultureel Ontmoetingscentrum (de voormalige Geref. Kerk) te Schiermonnikoog [[1]].

Externe link

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur