Handelingen

Enkhuizen, Breedstraat 40 - Evangelisch-Lutherse Kerk

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Evangelisch-Lutherse Kerk
Genootschap: PKN Evangelisch-Lutherse Kerk
Provincie: Noord-Holland
Gemeente: Enkhuizen
Plaats: Enkhuizen
Adres: Breedstraat 40
Postcode: 1601KD
Inventarisatienummer: 05405
Jaar ingebruikname: 1843
Architect:
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument 14998


Geschiedenis

?? hiervoor in ander gebouw van 1825-1843 ??

Omschrijving RCE

Evangelisch-Lutherse Kerk. Vroeg 19e eeuwse zaalkerk met smalle bakstenen gevel waarboven mezzanino. Inwendig: preekstoel met trap, achterschot en klankbord, 1735; koperen lezenaar 1763; koperen zandloperhouder, 1648; twee doopbogen en koorzangerslezenaar, orgelkast, rococo met klok.

Gebouwomschrijving SKKN

Het ontstaan van de Lutherse gemeente te Enkhuizen hangt nauw samen met de economische betrekkingen van dez stad met de Oostzeelanden, die reeds in het begin van de vijftiende eeuw waren gelegd. Ze leidden in 1596 tot de komst van Frederik Dirxen van Tatinghof, handelaar in ossen, die zich met zijn vrouw vanuit Friedrichstadt aan de Eider vestigde in Enkhuizen. Een van hun beide zoons, Frederik, ging in Duitsland theologie studeren en keerde later als predikant terug onder andere in zijn geboortestad waar hij in 1632 (Loosjes: 1629) werd beroepen. De andere zoon, Pieter, die de ossenhandel overnam en ook het chirurgijnsberoep uitoefende, organiseerde op 23 januari 1623 samen met zijn barbier Heinderick Janssen Backer d'Oude een bijeenkomst van in totaal acht Lutheranen in een tuinhuisje op het Lazerspad bij de Koepoort. Er volgden wekelijkse bijeenkomsten en het aantal gemeenteleden groeide. Het tuinhuis werd te klein en men huurde een huis op het Spaanse Leger. Vanaf die tijd echter begon het verzet van de overheid die geen diensten duldde naast de bevoorrechte kerk, de gereformeerde. Dit had mede als oorzaak dat in de Lutherse kerk in het Duitse Rijk nogal wat stemmen waren opgegaan ten voordele van de in 1619 veroordeelde remonstranten. Vanwege de ossenhandel met Deense Lutherse kooplieden, die jaarlijks Enkhuizen bezochten, welke handel de stadsoverheid niet wilde missen, werd de bestrijding echter in de perioden, dat zij in de stad vertoefden, opgeheven. Vanaf 1638 werden de Lutheranen ongemoeid gelaten en kon de gemeente zich vrij ontwikkelen. Intussen had men ondanks alles reeds in 1632 een oude lakenververij op de Noorderboerenvaart ingericht als kerk. Het was een ruim gebouw, waarvoor men ook in het buitenland geld had ingezameld. In 1647 is deze kerk vergroot en bij deze gelegenheid werden vijf koperen kronen geschonken. Dankzij de welvarendheid van Enkhuizen, waarin ook de Lutherse gemeente deelde, kon men de kerk ruim een eeuw later -in 1735- opnieuw vergroten en haar verrijken met een fraai gestoken preekstoel van de Enkhuizenaar Pieter de Nicolo. In 1782 werd een orgel uit het atelier van G.T. Bätz geplaatst.

Het begin van de negentiende eeuw was een tijd van economische en financiële achteruitgang voor Enkhuizen en ook hierin deelde toen de Lutherse gemeente. Het aantal leden daalde van 354 in 1798 tot 70 in 1869. Na 1889 gloorde echter enig perspectief. De kerk evenwel was reeds veel eerder veel te groot en te kostbaar geworden. Daarom werd in 1843 een herenhuis aan de Breedstraat tot kerk verbouwd en ingericht. Preekstoel en orgel werden overgebracht. De oude kerk werd verkocht. Het huidige bedehuis is een zaalkerk met een tongewelf. De vroeg negentiende eeuwse voorgevel wordt door een mezzanino bekroond. Bij het honderdjarig bestaan van het kerkgebouw schonk de gemeente een altaartafel ontworpen door Ferd B. Jantzen, geheel in de stijl van de preekstoel, terwijl na de oorlog een nieuwe doopvont werd geplaatst. Ook werden toen gebrandschilderde ramen aangebracht van de hand van predikant-glazenier P.H.G.C. Kok.

Externe link

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur