Handelingen

Eibergen, Grotestraat 88 - Mattheüs

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Mattheüs
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Gelderland
Gemeente: Berkelland
Plaats: Eibergen
Adres: Grotestraat 88
Postcode: 7151BC
Inventarisatienummer:
Jaar ingebruikname: 1934
Architect: Sluijmer, Joh. H.
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument 509414 (kerk); 509415 (pastorie)

Geschiedenis

Kerk

R.K. parochiekerk St. Mattheüs in Eibergen. De parochie Eibergen is al oud. Tot de Reformatie maakte zij gebruik van de oude, laatgotische Mattheüskerk, de huidige Ned. Herv. Kerk. Eind achttiende eeuw kerkten de Eibergse katholieken in een schuurkerk die door paters Franciscanen vanuit Zwillbrock in het toenmalige Pruisen werd bediend. In 1824 werd een zgn. waterstaatskerk gebouwd. Na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 werd de waterstaatskerk vervangen door een neogotische kerk van architect Tepe. Dat gebeurde in 1876.

Ook die kerk was na een halve eeuw alweer aan vervanging toe, omdat deze te klein was geworden. Ter plaatse verrees de huidige kerk naar een ontwerp van de Enschedese architect Johannes Sluijmer (1894-1979). Deze kerk werd op 5 november 1935 geconsacreerd. De kerk werd gebouwd in de toen gebruikelijke stijl voor rooms-katholieke kerken: de Delftse School, met verwijzingen naar de landelijke middeleeuwse bouwkunst. De kerk is volgens de toenmalige liturgische wensen opgezet als een zgn. volkskerk op een christocentrische plattegrond. Het priesterkoor wordt uitwendig door de zware vieringtoren benadrukt.

Zie de uitgebreide geschiedenis van de parochie en de vroegere kerkgebouwen hieronder (beschrijving SKKN).

Monukmentomschrijving Rijksdienst

De PSEUDOBASILIEK H. Mattheus is opgebouwd uit een lagere narthex, een hoger driebeukig schip onder een zadeldak, een transept met forse vieringstoren, een ondiep koor en meerdere zijkapellen. Het driebeukige schip met lage zijgevels is onderverdeeld in een breed middenschip en smalle zijbeuken, die functioneren als wandelgangen. In de gevels bevinden zich gedrukte spitsboogvensters en enkele rondvensters met glas-in-loodramen. Aan de rechterzijde bevindt zich de sacristie, respectievelijk de pastorie.

De VOORGEVEL (zuidzijde) van de narthex eindigt in een tuitgevel met opgetrokken schouderstukken afgesloten door een ezelsrug. Centraal in de gevel bevindt zich de ingangspartij met in de geveltop een rondvenster. Een handvormstenen afgeschuinde gedrukte spitsboog met zandstenen aanzet- en sluitsteen bestaande uit drie rollagen geeft toegang tot het portaal. In het portaal bevindt zich centraal een dubbele, opgeklampte, houten deur met segmentboog met in de dwarse zijden een enkele identieke deur. Aan weerszijden van de ingangspartij bevindt zich een klein gedrukt spitsboogvenster. Haaks op de zijgevels van de narthex bevindt zich een zijkapel met een kleine tuitgevel en achterliggend zadeldak. Centraal in de tuitgevel bevindt zich een gedrukt spitsboogvenster.

De LINKERZIJGEVEL (westgevel) van het schip sluit aan op de zijkapel van de narthex en bestaat uit vier vensterassen. De assen zijn van elkaar gescheiden door steunberen die zich tweemaal verjongen met in elke vensteras een gedrukt spitsboogvenster met stenen vorktracering. Uiterst links in de zijgevel vervalt het vierde venster vanwege de plaatsing van een identieke zijkapel haaks op de nokrichting van het transept. In de tuitgevel van het transept bevindt zich een vensterpartij bestaande uit een gedrukt spitsboogvenster met bakstenen vorktracering aan weerszijden geflankeerd door een enkel gedrukte spitsboogvenster. Aan weerszijden van de vensterpartij bevindt zich een steunbeer die zich éénmaal verjongd.

In de ACHTERGEVEL (noordzijde) bevindt zich rechts een identieke zijkapel haaks op het transept, centraal het koor met blinde tuitgevel en achterliggend zadeldak geplaatst tegen de forse vieringstoren en links de sacristie. De sacristie met de rechthoekig grondplan is dwars op de nokrichting van het transept gesitueerd. Centraal in de achtergevel van de sacristie bevinden zich vijf gekoppelde gedrukte spitsboogvensters met in de tuitgevel een rondvenster. De RECHTERZIJGEVEL (oostgevel) is identiek aan de linkerzijgevel.

Het INTERIEUR is vrijwel onaangetast. De kruiswegstatie en de houten beelden zijn afkomstig uit de voormalige kerk van 1876. De vijf laat-Gotische beelden geven weer de H.Catharina van Alexandrië, de H. Birgitte van Zweden, de H. Gregorius de Grote, de H. Antonius en de H. Gertrudis van Nijvel. Het orgel van de firma Elbertse dateert van 1963 en in 1975 is het bronzen relief aan de koorzijde vervaardigd door J. Pirkner ter vervanging van een houten kruis. Orgel en orgelkas zijn niet van waarde uit het oogpunt van monumentenzorg. Uit de tijd van de bouw van de kerk dateren de houten kerkbanken met een fraai uitgesneden nummering en de glas-in-loodramen van Jos ter Horn. De middenbeuk bestaat uit vier bakstenen kruisgewelven van elkaar gescheiden door een gordelboog. Spitsboogvormige bakstenen scheibogen worden ondersteund door bakstenen pijlers op de scheiding van de middenbeuk en de zijbeuken.

Waardering

De PSEUDOBASILIEK gewijd aan de heilige Mattheus is gebouwd in 1935 naar ontwerp van J. SLUIJMER in Delftse School.

  • Van architectuurhistorische waarde vanwege de zeldzaam gave architectuur in Delftse school van de architect J. Sluijmer.
  • Van stedenbouwkundige waarde vanwege de situering van een Rooms Katholieke kerk in Delftse school in een relatief kleine kern in een overwegend protestants gebied.
  • Van cultuurhistorische waarde als goed voorbeeld van een onderdeel van een gaaf bewaard gebleven type bestaande uit kerk en pastorie.

Pastorie

Een tussenlid met plat dak verbindt de PASTORIE met de oostzijde van de sacristie. De woning met aan de voorzijde een erker en aan de achterzijde een serre bestaat uit twee bouwlagen. De pastorie is grofweg in twee bouwvolumes te verdelen met dezelfde nokrichting. Een linker, lager deel met tuitgevel en zadeldak geplaatst tegen een hoger, rechthoekig bouwdeel. Uiterst links in het rechter bouwvolume bevindt zich een hoekportiek met rondboogdeur en inlegsteen met de tekst 'in festo praesentationis B.M.V. 1934 P.L.P. E. de Jong past.'. In de gevels bevinden zich overwegend schuifvensters met glas-in-lood bovenlicht, die alle worden afgesloten door een strek. De houten rondboog klampdeur met ruitjes bevindt zich in een hoekportiek, links in de a-symmetrische VOORGEVEL. Rechts van de entree bevinden zich op de begane grond twee gekoppelde schuifvensters met verdeling (2x2)+(2x2) met uiterst rechts een driezijdige erker met stenen borstwering waarin kruisvormige uitsparingen. Centraal in de erker twee gekoppelde schuifvensters met verdeling (2x2)+(2x2) met in de schuine zijde een enkel identiek venster. Op de eerste verdieping uiterst links drie gekoppelde schuifvensters met verdeling (2x2)+(1x2), centraal een identiek schuifvenster en uiterst rechts een dubbele openslaande terrasdeur met verdeling 4x2 boven de erker. Centraal boven de opgewipte voet van het zadeldak bevindt zich een dakkapel met houten beschot en dwars zadeldak met een vierruits draairaam. In het linker bouwvolume bevindt zich een schuifvenster met verdeling (2x2)+(2x2).

In de tuitgevel van de LINKERZIJGEVEL met zadeldak geplaatst tegen een tweede hogere tuitgevel van de woning, bevinden zich twee schuifvensters met verdeling (2x2)+(1x2). Onder de schuifvensters bevindt zich het tussenlid met plat dak voor de verbinding met de sacristie.

De ACHTERGEVEL is te verdelen in drie traveeën. Tegen de risalerende linkertravee bevindt zich een serre bestaande uit zesruits ramen en deuren met tweeruits glas-in-lood bovenlichten gevat in houten kozijnen. De middentravee eindigt in een Vlaamse gevel. Op de eerste verdieping van de rechtertravee bevindt zich een gekoppeld schuifvenster met in de helling van het dak een schoorsteenschacht. ....

In de RECHTERZIJGEVEL bevinden zich een aantal onregelmatig verdeelde schuifvensters en draairamen. Op de begane grond links en rechts drie gekoppelde schuifvensters met verdeling (2x2)+(2x2). Op de eerste verdieping links een schuifvenster met verdeling (2x2)+(1x2), centraal een vierruits draairaam en rechts twee gekoppelde schuifvensters met verdeling (2x2)+(1x2). Centraal in de tuitgevel twee tweeruits draairamen met de tuit als schoorsteenschacht.

In het INTERIEUR bevinden zich onder andere oorspronkelijke parketvloeren, schuifdeuren in de kamer en suite en een trappartij.

Waardering

De PASTORIE gebouwd in 1935 als onderdeel van het complex naar ontwerp van J. SLUIJMER in Delftse School.

  • Van architectuurhistorische waarde als goed voorbeeld van een zeldzaam gave pastorie in Delftse school van de architect J. Sluijmer. De bouwstijl is te herkennen aan de gevels opgetrokken in wild verband in handvormsteen, het steile zadeldak met opwipte voet gedekt met Romaanse pannen
  • Van stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarde vanwege de situering van een R.K. kerk in Delftse school in een relatief kleine kern in een overwegend protestants gebied.

Gebouwomschrijving SKKN

Historie

De oudste vermelding van de parochie te Eibergen stamt uit 1246. De parochie was een dochterparochie van Groenlo. De oude Mattheuskerk te Eibergen (thans behorend tot de Protestante Kerk Nederland) dateert grotendeels uit de tweede helft van de vijftiende en het begin van de zestiende eeuw met enige veertiende-eeuwse fragmenten (onderste gedeelte toren). De parochie Eibergen behoorde van oudsher tot het Bisdom Münster. In 1561, bij de oprichting der nieuwe Bisdommen in de Nederlanden, kwam Eibergen tot het Bisdom Deventer te behoren; in werkelijkheid echter is de bisschop van Münster er tot 19 maart 1823 zijn jurisdictie over Eibergen blijven uitvoeren. Tegen het einde van de zestiende eeuw en in het begin van de zeventiende eeuw vond het protestantisme ingang. In 1616 werd de oude Mattheuskerk overgedragen aan de protestanten. De parochie Eibergen ging bijna in zijn geheel over naar de nieuwe leer. De overgebleven Katholieken gingen toen ter kerke in Groenlo. In 1627 werd de stad echter veroverd door Frederik Hendrik en werd dit onmogelijk. In de periode daarna werden zij voor hun zielzorg afhankelijk van de paters minderbroeders Conventuelen die vanuit Bocholt werkten. Toen ook dit praktisch onmogelijk werd gingen de Eibergse katholieken naar Münsters gebied waar bovengenoemde paters zich in 1651 hadden gevestigd te Zwillbrock (1651). Slechts een korte periode (1672-1674) was de Mattheuskerk weer in gebruik bij de katholieken toen Bernhard van Galen, bisschop van Münster de streek bezet hield. Jarenlang zijn de katholieken in Zwillbrock ter kerke gegaan. Toen de idealen van de Franse revolutie gemeengoed werden kregen de katholieken meer vrijheid.

Schuurkerk

Bij acte van den Vicaris Generaal van Münster werd in 1795 de statie Eibergen opgericht. Als eerste pastoor werd pater Arnoldus Knicking benoemd, een Franciscaner pater uit het Bethlehemklooster te Zwillbrock. In 1795 werd van Anthonie Tanking op Vaarwerk een huis gehuurd aan de Wehmerdijk; hier werd op 9 augustus 1795 door pastoor Knicking voor de eerste maal de H. Mis opgedragen. Het pand werd in 1804 gekocht voor fl. 750. Dit huis werd aan de voorzijde ingericht tot kerk, achter tot pastorie. Geleidelijk aan nam het aantal parochianen toe. In 1817 waren er 700 parochianen. Dit maakte het noodzakelijk dat men ging uitzien naar de bouw van een nieuwe grotere kerk. Aanvankelijk wilde men de kerk vergroten, maar de kerk bleek in zodanige slechte staat te verkeren dat een nieuw gebouw de enige oplossing was.

Kerk van 1824

Op 23 december 1823 werd van de Hervormde Gemeente voor fl. 330 de grond gekocht waarop later het bejaardentehuis 'de Wehmerhof' werd gebouwd. Enige maanden van tevoren was ook de grond gekocht waarop later de nieuwe kerk zou verrijzen. In 1823 begon men (onder pastoor Johannes Arnoldus Abbing) met de bouw van een nieuwe kerk. Deze kerk werd ingewijd op 5 oktober 1824 door de Aartspriester van Gelderland Joh. Gerritsen. Na de herstelling van de bisschoppelijk hiërarchie werd bij acte van 13 februari 1855 de parochie Eibergen opgericht. Aangezien het aantal katholieken in Eibergen en Rekken fors bleef toenemen werden zowel de kerk in Eibergen als de kapel in Rekken te klein. In 1872 werd de thans bestaande kerk in Rekken gebouwd. Rekken werd pas in juni 1914 een zelfstandige parochie. Daarvoor behoorde de kerk tot de parochie Eibergen.

De neogotische kerk uit 1877

Al spoedig na de bouw van het Eibergse kerkje uit 1824 vond men dat het gebouw te klein was geworden. In 1875 is men dan ook begonnen met de bouw van een nieuwe kerk. Deze kerk werd op 8 februari 1877 door deken B.F. Terwindt ingewijd. Het was een eenbeukig neogotisch kerkje met lager smaller koor en een toren. De kerk was ontworpen door de architect A. Tepe. De kerken in Rekken en Eibergen werden beide gebouwd onder pastoor P. van den Hurk, hij droeg ook in ruime mate financieel bij. Al vrij snel na de totstandkoming bleek dat de kerk te Eibergen niet erg solide was gebouwd en zorgden telkens terugkerend reparaties voor hoge kosten.

Huidige kerk, 1935

In 1929 kocht het kerkbestuur van de familie Ellerbeck de huizen aan de Grotestraat met schuren, tuinen en erven. In 1934 werd nog een woonhuis gelegen naast hotel de Klok geruild voor de oude pastorie aan de Whemerdijk. Nu kwam er voldoende ruimte vrij voor de bouw van de huidige kerk en pastorie. Bouwpastoor was E.F. de Jong (1924-1942). De kerk en pastorie werden ontworpen door J. Sluijmer uit Enschede. De bouw werd gegund aan fa. J.M. te Dorsthorst uit Lichtenvoorde voor de som van fl. 55.987,50 voor de kale bouw. Incl. verwarming, altaar, communiebanken, kerkbanken en tuinaanleg kwamen de kosten boven de fl. 100.000,-. De kerk is op 5 november 1935 ingewijd door mgr. Johannes Jansen, aartsbisschop van Utrecht. Sluijmer ontwierp een driebeukige kruisbasiliek met smalle zijbeuken, lange kruisarmen, een lage vieringstoren en een ondiep koor met meerdere zijkapellen. De kerk is opgetrokken uit handvormsteen. Omstreeks 1995 is het interieur aangepast: de beide transepten werden middels glaswanden afgescheiden van het koor. In het oosttransept werd een dagkapel gerealiseerd, in het westtransept een ontmoetingsruimte.

Pastorie

De oude pastorie aan de Wehmerdijk, in de loop der jaren gedeeltelijk afgebroken en herbouwd en meermalen vergroot, bleef als zodanig in gebruik tot de tegenwoordige pastorie (ontwerp Sluijmer) werd gebouwd, waarvan de eerste steen werd gelegd op 2 februari 1934. Momenteel is de pastorie opgesplitst en deels in gebruik als secretariaat (deel benedenverdieping) en parochiecentrum (bovenverdieping). Het andere gedeelte van de benedenverdieping is in gebruik als woonhuis voor de pastoraal werker.

Kerkhof

8 juli 1829 werd door de Aartspriester van Gelderland, Joh. Gerritsen het kerkhof ingewijd dat deel uitmaakt van de algemene begraafplaats aan de weg naar Borculo. In mei 1877 is een eigen begraafplaats (ook aan de Borculoseweg), waarvoor de grond door G.J. te Vaarwerk werd geschonken, aangelegd en ingewijd. In 1912 werd het kerkhof vergroot. Op het kerkhof bevindt zich een kruisgroep (zie inv. nr. 10984-210) in een kapel.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur