Handelingen

Deventer, Zwolseweg 96 - Heilig Hart van Jezus

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Heilig Hart van Jezus
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Overijssel
Gemeente: Deventer
Plaats: Deventer
Adres: Zwolseweg 96
Postcode: 7414KD
Inventarisatienummer: 10048
Jaar ingebruikname: 1903
Architect: Riele, W.A.M. te; Vosman, A.J.M.
Huidige bestemming: Buiten gebruik
Monument status: Gemeentelijk monument (kerk); Rijksmonument (orgel)

Geschiedenis

Belangrijke, beeldbepalende neogotische kerk met toren in het noorden van Deventer.

De noordelijke stadsuitbreiding van Deventer, buiten de singels, maakte rond 1900 de oprichting van een nieuwe parochie noodzakelijk. De kerk kwam te staan aan de uitvalsweg richting Zwolle. Het is een driebeukige neogotische kruisbasiliek, ontstaan in drie bouwperioden: koor en dwarsschip kwamen in 1901-'02 tot stand. Het schip en de onderbouw van de toren kwamen in 1915 gereed; W. te Riele Gzn. uit Deventer tekende voor het ontwerp.

In 1934 werd de toren afgebouwd naar een ontwerp van A.J.M. Vosman, volgens een versoberde versie van het oorspronkelijke ontwerp van W. Te Riele.

De kerk is typerend voor het vroege oeuvre van W. Te Riele, leerling van P.J.H. Cuypers.

Kerk sluit per 1 juli 2015.

  • 2016 Staat te koop 595.000,-- k.k.
  • 2019 Plan tot inbouw school.

Beschrijving

Exterieur

Driebeukige neogotische kerk met dwarsschip, toren en sacristie. De torenspits is ingesnoerd en draagt een kruis met haan. De zijbeuken zijn na het transept twee traveeën doorgezet als zijkoren met eigen kap en een tweezijdige afsluiting. De kerk kent 5 traveeën vóór het transept. Het transept kent een driezijdige beëindiging. De lichtbeuk is voorzien van driekante vensters waarvan de zijden uitgebogen zijn. Zijbeuken en koor tonen hoge spitsboogvensters. De absis wordt vijfzijdig beëindigd. Op de kruising een ruiter met een ranke spits. Naast de torenvoet staan vóór de zijbeuken rechts een zijportaal en links een driezijdige kapel, beide met hooggeplaatste spitsboogvenstertjes, beide gedekt met een tentdak. Bij het portaal is dit tegen de toren aangekapt. De grondverdieping van de toren kenmerkt zich aan de voorzijde door een rechts aanleunende traptoren, waarvan de (korte) spits de hoogte van het kerkdak heeft. Deze traptoren is achtkantig en toont spiraalsgewijs opgaande lichtspleten en bovenin kleine lancetvensters. Boven de twee toegangsdeuren getoogd met een segmentboog, in paren gekoppelde spitsboognissen, met centraal een Heilig-Hart-beeld op een console, gedekt door een verhemelte. Daarboven bevindt zich een hoog spitsboogvenster ter breedte van de ingangspartij, in zijn geheel, met vereenvoudigd visblaasmotief. De tweede torengeleding toont vijf spitsboognissen, waarvan de centrale drie nissen tot twee ineengeschoven rondboognissen vervlochten zijn. In de buitenste en centrale nissen een smalle lichtspleet. De derde torengeleding heeft aan vier zijden hoge spitsboogvensters die van galmboren zijn voorzien. Ter weerszijden hiervan spaarvelden met spitsbogen, waarin smalle lichtopeningen zijn geplaatst. Zijgevels van de toren: 1e geleding gelijk aan lichtbeuktravee (driezijdig venster); 2e geleding gelijk aan voorzijde. De toren verjongt zich door gebruikmaking van afsnuitingen en de ranke steunberen die afsnuitingen begeleiden. Aan de zuidzijde van het koorgedeelte is een sacristie gebouwd, een rechthoekig gebouw met een schilddak. Aan de zuidzijde een tuitgevel. Boven een hoge plint zes twee aan gekoppelde spitsboogvensters. De koorpartij en de zijbeuken werden in 1915 gebouwd. De bouw van de twee laatste geledingen van de toren is pas in een tweede fase, in 1934, onder leiding van A.Vosman gerealiseerd. Deze twee geledingen zijn soberder gedetailleerd dan de grondverdieping.

Interieur

Het driebeukige interieur kenmerkt zich door een schip met een gedrongen lichtbeuk en een zeer lichte en ruimtelijke viering dankzij het aansluitende priesterkoor, transept en zijkapellen. De belichting van het schip geschiedt voornamelijk door de ramen van de zijbeuken via de ruime scheibogen van de arcade. Het schip telt van toren tot viering vier traveeën. De kolommen staan op een eenvoudig halfboog basement met een overgangsprofiel. De kapitelen rusten op een ringprofiel (astragaal) en bestaan uit een cilinder met een overhoeks daarop geplaatste en afgesnoten geprofileerde dekplaat; daartussen een overgang, die teniet loopt op de cilinder. De zuilschacht kent enkele (schijn-?) voegen, die vroeger een lichtere kleur hadden. Het gewelf bestaat uit kruis- en stergewelven met geprofileerde ribben. Gewelfsysteem in het schip: overhoeks kloostergewelf met een door insteekkappen opgevangen dwarskruin. Opvallend zijn in de zijbeuken de zware bakstenen consoles die de ribben van de kruisgewelven en de gordelbogen opvangen. Vreemd van proportie in de huidige situatie, lijken ze in de oude situatie, geflankeerd door geschilderde kruiswegstaties alleszins in verhouding. De zware scheibogen zijn van geprofileerde baksteen, de schalken eveneens. Deze laatste tonen bij de geboorte van de ribben een onderbreking van dezelfde vorm in natuursteen. De viering is overwelfd door een stergewelf dat in de kruin door een ring wordt opgevangen. De transeptarmen en het priesterkoor worden door halve stergewelven gedekt, de vieringpijlers tussen koor en zijkapellen rijzen hoger op dan de pijlers in het schip. Het platform in het priesterkoor is in 1964 opgehoogd om verhoogd plaats te bieden aan een nieuwe offertafel. Dit gebeurde i.v.m. de veranderde liturgie, waarbij de priester i.t.t. voorheen, de liturgie handelingen face á face met de gelovigen verricht. De schilderingen zijn alle bij de renovatie van het interieur in 1974 verdwenen: óf weggeschilderd óf door het vernieuwen van losstaand pleisterwerk verdwenen. Door de renovatie spreekt het interieur minder dan voorheen. De vloeren zijn alle onder het zeil verdwenen. De tegelmozaïeken waren bont, ritmerend, omzoomden de bankgroepen en gaven kleur en maat aan kerkvloer en kerkruimte. De koorvloer is in 1969 belegd met toen populaire leisteenplaten. Het kerkmeubilair/ kerkinventaris is eveneens veranderd in de loop der jaren, op de dominante en karakteristieke bankgroepen na. Eveneens karakteristieke ruimtes onder de afzaten van de transeptramen, waarin zich de biechtstoelen bevonden, zijn dichtgezet en van steeds twee deuren voorzien, om de functie te behouden. Het oorspronkelijke altaar is nog aanwezig, met daarbovenop het tabernakel met een gedeeltelijk nieuwe bekroning (het vervangen gedeelte, verguld met kantelen staat overigens (november 1990) op de sacristiezolder. Bij de verandering van de altaaropbouw is het getoogde achterschot verdwenen waarop de banderolhoudende engelen, die nu aan weerzijden “zweven”waren bevestigd.

Orgel

R.K. kerk van het H. Hart van Jezus, beschermd vanwege het orgel met hoofdwerk en nevenwerk, in 1859 gemaakt door de Gebr. van der Aa te Oosterhout voor de kapel van het Groot-Seminarie te Hoeven (NB). In 1934 is het orgel aangekocht door de Hervormde kerk te Hem (NH). Na sluiting van laatstgenoemde kerk werd het in 1976 verkocht naar Deventer. In 1977 gerestaureerd door de Gebr. Reil te Heerde.

In de media

  • Uit Het Centrum, 6 Augustus 1923.

Te Deventer had Vrijdagavond de plechtige inzegening plaats van het nieuwe orgel in de Kerk der Parochie van het H. Hart. De plechtigheid werd bijgewoond door een zeer groot aantal parochianen en genoodigden, waaronder ook de pers. De wijding geschiedde door den Zeereerw. heer J. Uyttewaal, pastoor der H. Hart-Parochie. De Hoogeerw. heer Mgr. J.A.S. van Schaik, president van het Seminarie ie Culemborg. hield een op de plechtigheid toepasselijke predicatie. Daarna werden door den heer Willem Van Bruggen, organist aan de parochiekerk van den H. Lebuïnus, met zeldzame virtuositeit eenige nummers uitgevoerd. Vervolgens had een plechtig Lof plaats, gecelebreerd door den Zeereerw. heer J.G. Wannet, pastoor der St. Lebuïnusparochie, geassisteerd door de Weleerw. heeren J.B. Nijrolder en B.Th. Gerritsen, kapelaans dier parochie. Onder het Lof werden door het kerkkoor „St. Gregorius", dirigent de heer L. de Bij, uitgevoerd de gezangen: O Sacrum Convivium, W.H. van Besouwen; Salve Regina, Fr. Witt; Ave Maria, J.A.S. van Schaik; Tantum Ergo, W.H. v. Besouwen. Tot slot werd door genoemd zangkoor op te loven wijze een cantate ten gehoore gebracht, speciaal voor deze orgelwijding vervaardigd, tekst van den heer A.H. Oostendorp, secretaris van het zangkoor en compositie van den heer G.J.H.A. de Haan, organist aan de parochiekerk van het H. Hart. Het orgel werd gebouwd door de Vereenigde Kerkorgelfabrikanten te Aalten. Het systeem is geheel buizen-pneumatiek (Weigle). Naar dit systeem hebben de bouwers het orgel vervaardigd met gebruikmaking der meerdere verbeteringen, welke het systeem zoowel door anderen als door henzelven heeft ondergaan. De dispositie is als volgt: Onderclavier: Bourdon 16, prestant 8, Fluit-harmonique 8, trompet 8, octaaf 4, mixtuur 3-4, gamba 8. Bovenclavier: Vioolprestant 8, saiicionaal 8, vox celeste 8, holpijp 8, roerfluit 4, woudfluit 2. Pedaal: Subbas 16, octaafbas 8. Voorts verschillende combinaties, zwelkast en crescendo. Het geheel vormt een inderdaad fraai instrument en is een aanwinst van bijzondere waarde voor de parochiekerk van het H. Hart.

  • Uit: RTVoost.nl, d.d. 26 december 2014

Verdrietig en pijnlijk, zo noemt vicaris Cornelissen de sluiting van de Heilige Hartkerk tijdens de laatst kerstdienst. De kerk is één van de vijf kerken in Deventer die moet sluiten. De Heilige Hartkerk houdt na 110 jaar op te bestaan. Vicaris Cornelissen: "Al 110 jaar lang staat deze kerk er, en daar komt nu een eind aan. Dat is heel verdrietig, heel pijnlijk." Dat de Heilige Hartkerk moet sluiten, heeft te maken met het feit dat de kerk geen Rijksmonument is, er is dus geen geld voor het onderhoud. Bezoekers moeten uitwijken naar een andere kerk: "De mensen kunnen kiezen, een deel zal naar de Lebuïnuskerk gaan, of naar Schalkhaar, waar het nieuwe Eucharistische centrum van de parochie komt." Aartsbisschop Wim Eijk heeft eerder deze maand tegen dagblad Trouw gezegd dat hij ervan uit gaat dat het aartsbisdom over vijftien jaar niet meer dan een stuk of twintig kerken telt. Nu zijn dat er nog driehonderd.

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur

Interieur

De foto's hieronder zijn genomen op 01-03-2008, en komen uit de collectie van Job van Nes. Zaandam.