Handelingen

Delft, Burgwal 20 - Maria van Jessekerk (Joseph)

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Maria van Jesse (Joseph)
Genootschap: Rooms Katholieke Kerk
Provincie: Zuid-Holland
Gemeente: Delft
Plaats: Delft
Adres: Burgwal 20
Postcode: 2611GJ
Inventarisatienummer: 01723
Jaar ingebruikname: 1881
Architect: Margry, E.J.
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument 18279

Geschiedenis

Zuidgevel. Foto: A. Roks

Gebouwd als R.K. Kerk met als oorspronkelijke naam St. Josephkerk. Architectonisch uiterst belangrijk werk binnen het oeuvre van E.J. Margry, vooral wegens de voorgevel met twee torens van 72 m, maar ook wegens vele andere details (zie ook beschrijving hieronder). Wegens de devotie aan Maria van Jesse, tot en met heden, in een zijkapel links van het koor, heet deze kerk sinds ongeveer begin jaren 1970 officieel "Maria van Jessekerk". In de volksmond werd, en wordt, deze kerk "Burgwalkerk" genoemd.

Alleszins boeiende, en unieke, situering van deze kerk, vlakbij de Nieuwe Kerk in Delft.

Uitgebreide restauratie begin jaren 2000. Nu de steigers uit de R.K. Maria van Jessekerk zijn, streeft het parochiebestuur ernaar de kerk vanaf voorjaar 2005 door de week zoveel mogelijk open te stellen voor bezoek. “Het moet weer een open huis worden waar iedereen spiritualiteit kan vinden”, zegt een bestuurslid van de parochie. De kerk ligt aan de Burgwal even zuidelijk van de Nieuwe Kerk.

Na de sloop van (te)veel andere, door E.J. Margry ontworpen, kerken, b.v. in Rotterdam, Den Haag, Amsterdam, Utrecht, Haarlem, is deze kerk in Delft vermoedelijk tot in details de best bewaarde monumentale kerk van E.J. Margry. Op de voet gevolgd door de St. Liduinabasiliek in Schiedam.

Geschiedenis vervolg

De Maria van Jessekerk is een neogotische rooms-katholieke parochiekerk in de stad Delft, in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. De kerk is gebouwd in de periode 1875 - 1882 en ontworpen door Evert Margry, leerling van P.J.H. Cuypers. Oorspronkelijk was deze kerk gewijd aan Sint Jozef, maar sinds 1971 aan Maria van Jesse. De kerk maakt thans deel uit van de Sint Ursulaparochie waaronder alle katholieke parochiekerken in Delft vallen. De kerk is in de vorm van een kruis gebouwd. De kerk was de eerste katholieke kerk die weer in het centrum van de stad gevestigd werd na de Reformatie. De Oude Jan en de Nieuwe Kerk waren voor de Reformatie katholiek, maar daarna hervormd. De twee torens van de Maria van Jessekerk verwijzen naar de twee voormalige katholieke kerken; qua model verwijzen ze naar de torens van de Oude Kerk en de Nieuwe Kerk.

De Maria van Jessekerk staat op de plek waar in de tijd van de Reformatie de Papenhoek ontstond, een wijk waar alleen katholieken woonden. In 1572 koos het Delftse stadsbestuur voor het protestantisme en werden andere religies zoals de Rooms-Katholieke Kerk, maar ook de Lutherse en de Doopsgezinde Kerk verboden. In de praktijk werden ze echter gedoogd. De Hippolytuskerk en de Ursulakerk werden protestants en werden voortaan de Oude en de Nieuwe Kerk genoemd. De Delftse katholieken verzamelden zich in het wijkje dat werd begrensd door de Burgwal, de Oude Langedijk en de Jacob Gerritstraat. Vieringen werden gehouden in schuilkerkjes in woonhuizen. Vanaf 1677 is er sprake van een statie gewijd aan Sint Jozef en bediend door paters jezuïeten. =====Schuilkerk (1733)=====. In 1733 lukte het de jezuïeten om een klein kerkje te bouwen dat niet zichtbaar was vanaf de straat, een belangrijke voorwaarde bij het gedogen. Waarschijnlijk stond deze kerk op de plek van het westertransept van de huidige kerk, waar toen een binnenplaats was. Deze kerk werd gewijd aan Sint Jozef. Waarom deze heilige is uitgekozen is niet duidelijk. Toen de jezuïetenorde in 1773 werd opgeheven, namen de franciscanen de statie over.

Waterstaatskerk (1834-1837).

Na de Franse tijd kwam er meer tolerantie en in 1837 werd er een waterstaatskerk gebouwd die wél zichtbaar was vanaf de straat, met de hoofdingang aan de Oude Langedijk. Het ontwerp kwam van de Rotterdamse stadsarchitect Pieter Adams. Het werd een neoclassicistisch gebouw. De kerk was georiënteerd op het oosten en had zodoende een lange zijde langs de Oude Langedijk. Halverwege deze zijde was het portaal waar vier zuilen een timpaan droegen. Het portaal werd bekroond met een kleine vierkante klokkentoren. Voor boven het hoogaltaar schilderde Antoon Van Ysendyck een altaarstuk voorstellende de aanbidding van de herders. In 1921 is dit schilderij in de latere kerk gehangen in het oostertransept.

Neogotische kerk (1875-1882).

De emancipatie van de Nederlandse katholieken gaat door. De godsdienstvrijheid werd definitief met de grondwet van 1848. Maar tot 1875 blijft kerkenbouw een zaak van de overheid, wat overigens ook betekent dat Waterstaat meebetaalt aan de bouw. Na 1875 wordt deze regeling afgeschaft en is ieder kerkgenootschap vrij om zijn eigen kerk te bouwen. In een recordtempo en in zeer groten getale worden er katholieke kerken gebouwd, vaak in neogotische stijl, die verwees naar de bouwstijl van vóór de reformatie. Daarbij streefde men vaak naar een kerkgebouw dat groter, hoger en mooier was dan het protestante kerkgebouw. Dat plan hadden de franciscanen ook in gedachten voor Delft. Zij wilden bijna de hele Papenhoek gebruiken om de nieuwe kerk te bouwen. Dat werd tegengehouden omdat de daar naastgelegen Nieuwe Kerk dan zowel letterlijk als figuurlijk in de schaduw zou komen te staan. Wel kregen ze een stuk grond aan de Burgwal dat aansloot aan de grond van de Jozefkerk. In 1875 al werd de eerste steen gelegd van het eerste gedeelte van de kerk, namelijk het portaal (voorlopig zonder torenspitsen) aan de Burgwal met het gedeelte tot het dwarsschip. Dit gedeelte werd in 1877 ingezegend en in gebruik genomen. De oude waterstaatskerk werd afgebroken en tussen 1878 en 1880 werd de neogotische kerk voltooid, inclusief de torenspitsen. De twee torens bij het voorportaal zijn een subtiele verwijzing naar de torens van Oude en de Nieuwe Kerk. In 1882 werd uiteindelijk de volledige kerk ingewijd.

Hernoeming tot Maria van Jessekerk (1971).

Elders in de binnenstad werd nog een neogotische kerk gebouwd: de dekenale kerk gewijd aan Sint Hippolytus, de patroon van Delft en vroeger de patroon van de Oude Kerk. Dit kerkgebouw kon qua omvang wél tippen aan de twee grote middeleeuwse kerken. En de toren zou nèt iets hoger worden dan die van de Nieuwe Kerk. Die toren is echter nooit afgebouwd. Toen het aantal kerkgangers in de jaren zestig drastisch afnam, werd besloten de Hippolytuskerk af te breken. De parochiegemeenschap werd in 1971 samengevoegd met die van de Jozefkerk en deze werd hernoemd tot de Maria van Jessekerk.

Sinds begin jaren 1990 had een grootscheepse restauratie van het kerkgebouw plaats, die in 2007 werd afgesloten. Het bijzonder rijke interieur is sinds het begin van de twintigste eeuw vrijwel onveranderd gebleven.

=====Maria van Jesse in Delft=====. De naam van Maria van Jesse is niet zomaar gekozen. Maria werd al vanaf de Middeleeuwen onder deze naam vereerd en er was een grootse Mariaverering rond een mirakelbeeld van haar dat stond in een kapel van de huidige Oude Kerk. Met de Reformatie werd deze devotie verboden en het beeld raakte verloren. Begin twintigste eeuw echter werd de jaarlijkse processie hervat en in 1939 werd een beeld verkregen dat erg leek op het oorspronkelijke beeld en van ongeveer dezelfde leeftijd was. Er werd een zijkapel aan de Jozefkerk gebouwd waar het beeld geplaatst werd en zodoende werd deze kerk het centrum van de hernieuwde devotie. Toen in 1971 de Hippolytuskerk en Jozefkerk fuseerden, was de meest voor de hand liggende nieuwe naam die van Maria van Jesse.

De parochie

Zoals hierboven al vermeld was de Maria van Jesseparochie ontstaan uit het samengaan van de Hippolyusparochie en de Jozefparochie in de jaren zeventig van de twintigste eeuw. Aan het eind van de jaren negentig fuseerde ze weer, nu met de parochies van OLV Onbevlekt Ontvangen en de Vredeskerk tot de Hippolytusparochie. Binnen dit parochieverband werden wel alle drie de kerkgebouwen behouden: Eén parochie, drie locaties. Eind 2008 vond er uiteindelijk een fusie plaats tussen alle katholieke kerken in Delft: De Hippolytusparochie ging samen met de HH. Franciscus en Claraparochie -waartoe de HH. Nicolaas en gezellenkerk en de Pastoor van Arskerk hoorden- en de Sint Adelbertparochie tot de Sint Ursulaparochie. Tegelijk werd besloten om twee van de zes kerkgebouwen af te stoten, te weten de OLV Onbevlekt Ontvangen en de Pastoor van Arskerk. Eind november 2008, de laatste zondag voor de eerste advent, werden deze twee kerken aan de eredienst onttrokken.

Monumentomschrijving Rijksdienst

Neo-gotische KRUISBASILIEK met twee verschillende ingangstorens en dakruiter, gebouwd in 1877-'82 naar ontwerp uit 1874 van E.J. Margry ter vervanging van een oudere Waterstaatskerk, met uitgebouwd aan de zijde van de Oude Langendijk de sacristie met verdieping onder zadeldak en traptorens onder tentspits terzijde, en catechismuszaal met verdieping onder zadeldak. De beide ingangstorens - waarvan de ene een opengewerkte vierkante lantaarn bezit en de andere een achtzijdige - bevatten vier luidklokken, uit 1883 van de firma Petit en Fritse en worden elk bekroond door een achtzijdige spits; het middenschip en transept zijn onder leien zadeldak, de zijbeuken onder leien lessenaarsdaken - gesteund door luchtbogen - opgetrokken in baksteen. Boven de ingang een St. Antoniusbeeld en een tronende Christus. De kerk bevat inwendig natuurstenen kolommen met colonnetten voorzien van vergulde, gebeeldhouwde kapitelen, houten spitstongewelven met tweelichtvormige openingen en met van rozetten voorziene ribben, gesteund door draken; gemetselde kruisribgewelven in zijbeuken en priesterkoor en polychromie alsmede aan tronende Christus gewijde schildering op de triomfboog uit de bouwtijd, eveneens naar ontwerp van E.J. Margry. In het verhoogde, vijfzijdig gesloten priesterkoor bevindt zich het hoofdaltaar uit 1886, dat evenals de andere altaren - een Maria-, een Jozefaltaar in de driezijdig afgesloten zijkapellen een H. Hart en St. Antoniusaltaar in de transeptarmen (alle uit 1883-'84) en de heiligenbeelden van Petrus, Paulus, Franciscus van Assisi, Nicolaas Pieck (alle uit 1885) en de in gepolychromeerd eikenhout uitgevoerde kruiswegstatie uit (1885) alsmede het missiekruis bij de ingang (1886), is vervaardigd door de firma de Poel en Stoltefus, evenals de communiebanken - met onyx tafelstenen en koperen hekwerk met reliefplaten voorstellende de 1e paasmaaltijd in Egypte en het laatste Avondmaal en voorts bladrankenversiering. Op de orgeltribune boven de ingang een orgelkas in neo-gotische trant. Hierin een orgel met Hoofdwerk, Positief, Recit en vrij Pedaal, in 1893 gemaakt door M. Maarschalkerweerd. In 1929 werd de mechanische aanleg vervangen door een pneumatische tractuur. In de oost-transeptarm het op doek geschilderde altaarstuk - Aanbidding van de Herders - naar ontwerp van Ant. v. IJsendijck uit 1837, afkomstig uit de vorige kerk. De marmeren preekstoel met gebogen klankbord is voorzien van reliefvoorstellingen betreffende Franciscus en een schildering van een tronende Christus naar ontwerp van J.H. Tonnaer, in neo-gotische trant 1903. Ook de gebrandschilderde ramen in het transept en het roosvenster en de vensters boven het ingangsportaal zijn naar zijn ontwerp tot stand gekomen, tussen 1886 en 1901. De in het triforium opgenomen muurschilderingen van heiligen dateren uit 1903. Het marmeren doopvont met koperen deksel, geplaatst in de oostnis, uit 1907. Tot de inventaris behoren voorts de eikehouten kerkbanken, biechtstoelen, fonteinkast en sacristiekast in neo-gotische trant uit de bouwtijd. Rooms-Katholiek Kerkgebouw met interieur en bijgebouwen van katholieke signatuur, met voor de tijd typerend, vooral op vroege Franse Gotische voorbeelden geinspireerde neo-gotische stijl; kenmerkend daarvoor is de toepassing van een basilicale hoofdvorm, met transept en twee ingangstorens (in dit geval bewust ongelijk uitgevoerd) en dakruiter, voorts van schoorbogen, steunberen, geprofileerde ingangsportalen, hoektorentjes, spitsboogvormige - en rozetvensters met natuurstenen - traceringen, en inwendig het gebruik van bundelpijlers en kruisribgewelven en biforen (hier als blindnissen uitgevoerd); daarnaast is ook de inheemse romanogotiek tot voorbeeld genomen zoals blijkt uit de vele siermetselverbanden van de spaarnissen; typerend voor het neo-gotische interieur is voorts de polychromie van de zuilen,wanden en gewelven, waarbij het opmerkelijk is dat hier draken als dragende elementen zijn toegepast in plaats van als spuwers, en voorts de inrichting met gepolychromeerde altaren, preekstoel met klankbord, en heiligenbeelden in gotiserende vormen met veel verguldsel, en het rijkgebeeldhouwde eikehouten meubilair van kerkbanken, biechtstoelen en kasten, met velerlei gotiserende details. Mechanisch torenuurwerk, A. Vos & Zonen, 1901, later voorzien van elektrische opwinding.

Orgels

Hoofdorgel

Uiterst belangrijk Maarschalkerweerd orgel uit 1893. Over het orgel [[1]]

Koororgel

Het koororgel is gebouwd door een groep vrijwilligers in 1985.

In de media

  • Uit Rotterdamsch Nieuwsblad, 20 September 1893.

Het nieuwe orgel der St. Jozefskerk te Delft, zal Maandag a.s. worden ingewijd. Pater H.P.J. Sanders, oud-kapelaan der parochie, thans te Rotterdam zal de feestrede houden. De heer Verheijen, organist te Amsterdam, zal het orgel bespelen, Het zangkoor heeft zich de medewerking verzekerd van verschillende bekende zangers, o.m. van den heer Henri Rogmans te Amsterdam.

Externe links

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur