Handelingen

Cornjum, De Wier 7 - Protestantse Kerk

Uit Reliwiki


Bezig met het laden van de kaart...
Algemene gegevens
Naam kerk: Nicolaaskerk
Genootschap: Protestantse Gemeente te Brfitsum-Koarnjum-Jelsum
Provincie: Friesland
Gemeente: Leeuwarden
Plaats: Cornjum
Adres: De Wier 7
Postcode:
Inventarisatienummer: 08807
Jaar ingebruikname: 1873
Architect: Brouwer, F.
Huidige bestemming: kerk
Monument status: Rijksmonument 515445

Geschiedenis

Verving oude kerk St.Nicolaas.

Monumentomschrijving Rijksdienst

Inleiding

De KERK is in 1873 in Eclectische bouwtrant gebouwd naar ontwerp en onder toezicht van de architect Foppe Brouwer uit Cornjum, door de aannemer G.P. Keuning uit Ternaard, die beiden vermeld staan op de gedenksteen in de westgevel. De inwijding vond plaats op 7 december 1873. De kerk staat op een vrij lage terp op een ruim kerkhof met een dichte boomzoom, nabij Martenastate. De nieuwbouw verving een vroeg-middeleeuwse kerk met gebruikmaking van de oude fundamenten, maar met een vloerpeil dat ongeveer 0.8 meter hoger ligt. In vergelijking met andere in deze periode vervangen kerken is de traditionele hoofdvorm op decoratieve wijze uitgevoerd. Van de architect F. Brouwer zijn uit de jaren 1860-1880 vooral opdrachten voor boerderijbouw bekend, maar hij ontwierp ook de kerken van Oldeholtwolde (1875), Schingen (1877) en de kerktoren van Wier (1881). In de toren hangen twee luidklokken, beide van 1948, met de veelzeggende tekst "Mei it wrâldsbestel sa forrinne dat hja nou hingjen bliuwe kinne". De klokken zijn gegoten door Jacobus van Bergen te Midwolda ter vervanging van de oude luidklokken, die in de Tweede Wereldoorlog zijn verdwenen.

opname 04-09-2003 © Leon Bok
opname 04-09-2003 © Leon Bok

Omschrijving

Het grondplan van de zaalkerk is globaal rechthoekig met aan de oostzijde een vijfzijdige koorsluiting en aan de westzijde een half ingebouwd vierkant torenlichaam. De kerk is in de lengterichting symmetrisch ingedeeld. De kerkzaal is zes raamtraveeën diep; door de geringe uitbouw -met geveltoppen onder een klimmend rondboogfries- van de twee middelste raamtraveeën wordt de suggestie gewekt van transepten. In de geveltop een klein spitsboogvenster. Het kerkschip wordt verticaal geleed door een borstwering met cordonlijst, een gemetselde lijst ter hoogte van en in de vorm van een afzaat van de spitsboogvensters en een gevellijst onder de dakvoet. De gevellijst is geleed door gemetselde gootklossen. De gevels zijn opgetrokken in bruine bakstenen en horizontaal geleed door lisenen, die ruim onder de gevellijst blijven met een eenvoudige pseudo-abacus. De lisenen aan weerszijden van de pseudo-transepten zijn opgetrokken tot boven de dakvoet en dienen als aanzetten van de geveltop. Deze lisenen hebben een volledige abacus waarop een eenvoudig pinakel; de geveltop wordt beëindigd door een aveinkel met een voetstuk. De gietijzeren spitsboogramen hebben een ruitvormige roedeverdeling en in de beëindiging driepassen met gekleurd en geëtst glas. Aan de oostzijde zijn drie blinde vensters. Alle worden aan de bovenzijde afgesloten met een gemetselde wenkbrauwboog. Het dak is belegd met zwart geglazuurde, gegolfde Friese pannen. De toren heeft drie geledingen die ongelijk van hoogte zijn en sterk verjongen. Op de overgangen van de geledingen zijn geprofileerde cordonlijsten van kunststeen aangebracht. In de onderste geleding aan de westzijde is de ingang met een spitsbogig bovenlicht. Daarboven is de gedenksteen aangebracht met het opschrift: In het jaar 1873 is op last van Floreenplichtigen der Hervormde gemeente alhier / het bouwen dezer Kerk en Toren aanbesteed door de Kerkvoogden / JHr V.L. VEGELIN VAN CLAERBERGEN te Joure, R.S. SPAN en IJ.D. v.d. WERF te Cornjum / aan G.P. KEUNING van Ternaard, volgens ontwerp en / onder toezigt van F. BROUWER alhier //. In de tweede geleding zijn de vier zijden als spaarvelden opgevat en afgesloten door een boogfries; aan de westzijde zijn twee lancetvensters boven elkaar en aan de overige drie zijden een ronde wijzerplaat. In de derde geleding zijn de vier zijden als spaarvelden opgevat en afgesloten met een boogfries; aan vier zijden gepaarde spitsbogen als galmgaten met houten schoepen. De toren wordt beëindigd door een achtzijdige, ingesnoerde spits, belegd met schubleien in Rijndekking, en een overstek rustend op houten consoles. De spits wordt bekroond door een torenkruis met appel en weerhaan. Het inpandige deel van het torenlichaam verschaft de toegang tot de ruime voorkerk, de klokkenzolder en de orgelgalerij. De voorkerk is één raamtravee diep en heeft een decoratief kraalschroten plafond. Een porte brisée geeft toegang tot de kerkruimte. De gestucadoorde wanden van de kerkruimte zijn geleed door lisenen met composietkapitelen waarin fruitschalen zijn verwerkt; het plafond heeft een eenvoudig, gestucadoord, korfbogig gewelf op een voorlijst en trekstangen. De grote ronde ventilatieroosters in het plafond hebben een spaakvormige geleding.

In het INTERIEUR zijn onder meer de volgende waardevolle onderdelen van belang: een achttiende-eeuwse eikenhouten preekstoel met achtzijdige kuip, baretknop op het rugschot en klankbord, met koperen doopbekkenhouder aan de trappaal, binnen een negentiende-eeuws doophek met gietijzeren balustrade. Een van de kerkeraadsbanken binnen het doophek is tevens een teltafel. In de koorsluiting hangt een compleet stel van drie zeventiende-eeuwse tekstborden met de geloofsbelijdenis ("Het Algemeyn Christen Geloove"; 1608, "vernieuwd" 1855), een Tiengebodenbord (1602, "vernieuwd" 1853) en een bord met het Onze Vader ("Het gebedt onses Heeren"; XVII, "vernieuwd" in 1853). Verder hangen er aan de muur twee psalmborden uit de negentiende eeuw. In de kerkzaal staan drie 19de-eeuwse herenbanken met voorbanken en een hemel op slanke gietijzeren zuilen. Onder de huidige houten vloer bevinden zich een gotisch kinderzerkje, zestiende-eeuwse, zeventiende-eeuwse (1612, David van Goorle) en achttiende-eeuwse zerken. Onder de vloer bevinden zich twee grafkelders. Aan de westzijde op de paneelwand met gemarmerde zuilen is in de balustrade van de galerij het orgelfront opgenomen; op de midden- en zijtorens zijn bekroningen gesneden van respectievelijk de symbolen van de deugden geloof, hoop en liefde: kruis, anker en hart én decoratieve kuiven. Het eenklaviersorgel is in 1882 vervaardigd. Boven het toetsenbord is in eglomisé-techniek het opschrift aangebracht: Jh. V.L. Vegelin van Claerbergen / R. Span / Y.D. v.d. Werff / kerkvoogden / -.- / L. van Dam & Zonen Fecit / Leeuwarden 1882 //.

Waardering

De in Eclectische trant gebouwde hervormde kerk naar ontwerp van F. Brouwer uit 1873 is van algemeen cultuurhistorische en bouwhistorische waarde: - als exemplarisch voorbeeld van de kerkvernieuwingen in het derde kwart van de negentiende eeuw in Friesland; - vanwege de hoge mate van bijzonder belang van het object voor het oeuvre van de architect, - vanwege de hoge mate van esthetische kwaliteit van het ontwerp, - wegens de bijzondere decoratieve oplossing van de zaalkerk met pseudo-transepten, - wegens de redelijke mate van uitzonderlijkheid van de stijlkeuze voor een protestantse kerk, - vanwege de bijzondere betekenis van het object in relatie tot het complex Martenastate, in zowel ruimtelijk als historisch opzicht, - wegens de hoge mate van architectonische gaafheid van het exterieur en het interieur, - wegens de aanwezigheid van zowel historische als contemporaine waardevolle interieuronderdelen, - vanwege de structurele en visuele gaafheid in relatie tot de dorpse en landschappelijke omgeving.

Afbeeldingen

Exterieur

Interieur